Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

24/01/13 om 15:51 - Bijgewerkt om 15:51

Ook kleine beetjes helpen.

Met alle ogen gericht op het World Economic Forum in Davos zou men haast vergeten dat armoedebestrijding niet enkel een zaak is van politici en rijke zakenmannen.

Er zijn talloze vrijwilligers en hulpverleners in Vlaanderen die zich dagelijks inzetten voor organisaties die armoede bestrijden. Een aantal daarvan leggen op 24 januari de resultaten van hun acties voor op de 3e presentatiedag van armoede-initiatieven in het Provinciehuis Vlaams-Brabant. Een basisgedachte die deze organisaties verbindt, is dat je niet noodzakelijk tot de top honderd van rijkste mensen ter wereld moet behoren om armoede te kunnen bestrijden.

Ook kleine beetjes helpen. Kleine beetjes geld, en kleine beetjes tijd. De filosoof Peter Singer bedacht een intrigerend gedachte-experiment om ons te overtuigen dat we moreel verplicht zijn om geld te doneren aan mensen die leven in armoede. Stel dat je voorbij een vijver komt waarin een kind dreigt te verdrinken. Je bent de enige in de buurt en de omstandigheden zijn zo dat het gerechtvaardigd is te denken dat jou niets zal overkomen als je in het water springt en het kind redt, behalve dan dat je paar nieuwe schoenen van 200 euro geruïneerd zal zijn.

Nog los van het feit of je gemotiveerd zou zijn in het water te springen, is Singers punt dat bijna iedereen zou vinden dat je het moet doen: een kinderleven is meer waard dan een paar dure schoenen. Maar wie dit argument geeft, moet zich consequent de vraag stellen waarom hij het geld dat hij besteedt aan pakweg een derde paar schoenen (het moeten er geen van 200 euro zijn) niet zou doneren aan een organisatie die kinderen in armoede helpt. Is de geografische afstand een goede reden om dat niet te doen?

Volgens Singers utilistische logica zijn we moreel verplicht om ons bij al onze bezittingen af te vragen of ze meer waard zijn dan een mensenleven, en ze op te geven wanneer het antwoord negatief is. Omdat Singer zelf ook wel weet dat zulke extreme eisen in realiteit contra-productief werken, stelt hij als regel dat mensen in het rijke Westen allen 1% van hun inkomen zouden moeten doneren aan organisaties die armoede bestrijden. Hij maakte een website waar je kan berekenen hoeveel dat in jouw geval is. Er zijn andere argumenten dan die van Singer, en er is ook veel kritiek op zijn veeleisende logica en de onrealistische veronderstelling dat je een paar schoenen zou kunnen afwegen tegen een mensenleven. Het is moeilijk rekenen met mensenlevens. Maar in repliek zegt Singer dat solidariteit het enige is waar het hem echt om gaat, welk argument daar ook toe aanzet. Of je nu 1 euro of 200 euro geeft, om welke reden dan ook, alles is een vooruitgang op niets doen.

Geven van tijd
Maar niet enkel het geven van geld maakt een verschil, ook het geven van tijd. Vele Vlamingen bestrijden de armoede met vrijwilligerswerk. De vrijwilligers van de organisatie Domo Vlaanderen bijvoorbeeld schenken wekelijks 4 uur van hun tijd aan opvoedingsondersteuning in kansarme gezinnen. Ze assisteren bij huiswerk, lezen voor, stimuleren interesses en vrijetijdsactiviteiten, helpen de ouders bij het creatief zoeken naar oplossingen voor praktische, financiële, pedagogische en andere gezinsproblemen.

Ze zijn gemotiveerd door de overtuiging dat ook kinderen die in kansarmoede geboren worden talenten hebben zodat ze met de nodige ondersteuning de dreiging van levenslange armoede kunnen afwenden. Die overtuiging is niet zonder grond. Volgens de econonoom James Heckman wijst onderzoek uit dat vroege interventies (in de kindertijd) veel effectiever zijn in het bestrijden van armoede dan late (bij adolescenten en volwassenen). Een van de redenen hiervoor is dat cognitieve, sociale en emotionele vaardigheden die bepalend zijn voor een succesvol leven gevormd worden in de vroege kindertijd. De genetische deterministen vergeten dat niet enkel IQ maar ook zelfvertrouwen, motivatie, concentratie, doorzetting en het vermogen om samen te werken belangrijk zijn om een tevreden en goed leven uit te bouwen. Het is helemaal niet evident om te denken dat die vaardigheden aangeboren zijn, veel meer wordt de ontwikkeling ervan beïnvloed door de omgeving waarin men opgroeit. Dat is althans in lijn met de resultaten van de beroemde Perry en Abecedarian experimenten.

In deze studies werden kinderen uit kansarme gezinnen, soms zelfs vanaf de leeftijd van 4 maanden, op dagelijkse basis intensief begeleid gedurende enkele jaren, sommigen zelfs tot ze 8 jaar oud waren. Ze kregen klassikaal onderwijs, maar ook individuele begeleiding thuis, en ook de ouders werden in het proces betrokken door hen bijvoorbeeld educatieve spelletjes aan te leren.

De statistieken zijn verbluffend. In vergelijking met controlegroepen vindt men bij de deelnemers aan deze studie 20 jaar na de studie een merkbaar hogere scholingsgraad, minder criminaliteit, minder tienerzwangerschappen, een hoger inkomen, een betere gezondheid. Aan de hand van een vergelijking met remediërende interventies bij adolescenten en volwassenen besluit Heckman dat het ook financieel gezien voor overheden veel interessanter is om in te zetten op opvoedingsondersteuning van jonge kinderen. Het heeft een blijvend positief effect en vangt twee vliegen in één klap: sociale gelijkheid en economische rendabiliteit.

Schaamte
Ik weet niet of Heckmans bevindingen een rol zullen spelen in de discussies gevoerd op het World Economic Forum in Davos. Bij ons is in elk geval het terugdringen van de kinderarmoede een centrale doelstelling in zowel het Federaal Plan Armoedebestrijding als het Vlaams Plan Armoedebstrijding. Al moest minister Lieten bij haar projectoproep vaststellen dat kinderarmoede zulk een pervasief karakter heeft en dat er zo veel actoren intensief werk maken van de strijd tegen kinderarmoede dat de gevraagde middelen in 2011 het beschikbare budget van 1 miljoen euro ruimschoots overtroffen. Gelukkig zijn er duizenden Vlamingen die zich onbetaald inzetten voor de strijd tegen armoede.

Armoede is de grootste schaamte van onze welvaartsmaatschappij, en wel in dubbele zin: het is schaamtelijk dat in een samenleving die zichzelf een welvaartsmaatschappij noemt meer dan 15% in armoede leeft, en deze maatschappij schaamt zich voor haar armen die zelden of nooit aan het woord komen. Het ontbreekt de grote meerderheid van niet-arme Belgen doorgaans niet aan het beetje geld of tijd dat nodig is om een verschil te maken. We kunnen de schaamte en de schande te boven komen.


Katrien Schaubroeck Postdoctoraal onderzoeker NWO Vrijwilliger bij Domo Vlaanderen

Onze partners