22/02/13 om 13:20 - Bijgewerkt om 13:20

Onze welvaart hangt af van de keuze tussen Coene en Onkelinx

De gouverneur van de Nationale Bank en de excellentie van de PS staan méér dan ooit voor heel verschillende beleidsmodellen.

Onze welvaart hangt af van de keuze tussen Coene en Onkelinx

Het broedt al geruime tijd maar nu kunnen we er twee heel concrete gezichten op kleven, namelijk dat van Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank van België en lid van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB), en dat van Laurette Onkelinx, vicepremier en minister van Sociale Zaken binnen de regering Di Rupo I. Coene en Onkelinx staan op het hoogste niveau in België voor wat we stilaan niet anders kunnen omschrijven als heel verschillende maatschappijmodellen. Of we in dit land gaan overhellen naar het model Coene dan wel het model Onkelinx zal een enorme invloed uitoefenen op de toekomst van de Belgische maatschappij.

Zoals steeds druipt het ovenverse jaarverslag van de Nationale Bank van de gedegen analyses die steevast cijfermatig sterk onderbouwd worden. Dit rapport blijft verplichte lectuur voor iedereen die op een intelligente manier wil participeren aan de beleidsdiscussies in dit land. Hoewel, ook naar goede gewoonte, het jaarverslag vol staat met nuanceringen en voorwaardelijke wijzen, durven we de belangrijkste conclusies van het jongste jaarverslag als volgt samenvatten:

Het beslag van de overheid was nooit groter (de overheidsontvangsten leggen nu al de hand op 51% van ons BBP) en dreigt een kritische grens te overschrijden;

De overheden moeten absoluut vasthouden aan de verdere sanering van de publieke financiën en het objectief van een deficit gelijk aan 2,15% van het BBP voor dit jaar respecteren;

De internationale concurrentiepositie van onze ondernemingen loopt vooral als gevolg van stijgende loonkosten steeds meer averij op;

Mede als gevolg van het voorgaande dringt zich een herziening van het mechanisme van automatische loonindexering op en dit best in het kader van een bredere doorlichting van onze arbeidsmarkt.

De reactie van Laurette Onkelinx hierop was kort en krachtig: njet, nada. Onkelinx wijst de noodzaak tot herziening van de index categorisch af en lacht de bede van Coene om het deficit voor dit jaar op 2,15% te houden weg als "la folie". Merkwaardig en ongewoon voor de traditionele relatiepatronen tussen politiek en het instituut NBB is de scherpte van de reactie van Onkelinx die, zo komt het toch heel nadrukkelijk over, eigenlijk de hele analyse van de Nationale Bank waardeloos vindt.

Voorliggende discussie is van ongemeen groot belang voor onze toekomst. Het welvaartslot van onze kinderen en kleinkinderen hangt in hoge mate af van hoe deze discussie uiteindelijk in het gevoerde beleid haar beslag zal krijgen. Gaat uiteindelijk het model Onkelinx doorwegen dan staan ons barre tijden te wachten gekenmerkt door economische stagnatie (in het beste geval), sociale achteruitgang en maatschappelijke degeneratie. Opteert het politieke beleid voor het model Coene dan groeien de kansen aanzienlijk om de huidige malaise te boven te komen op een economisch, sociaal en maatschappelijk redelijke en honorabele wijze.

Erg opvallend bij dit alles is de omkering van de traditionele rolverdeling. De van nature eerder conservatieve Nationale Bank profileert zich hier vrij progressief in de zin van bereidheid te tonen om structurele wijzigingen aan te brengen in de bestande patronen en beleidsstructuren. De zichzelf steeds weer als progressieve partij verkopende PS stelt zich bij monde van mevrouw Onkelinx extreem conservatief op. De index veranderen? Njet. Het begrotingsdeficit beperken? Njet. Ernstig ingrijpen in de sociale zekerheid? Njet. Een institutionele hervorming van de arbeidsmarkten? Njet.

De haast natuurlijke inertie van een complex politiek systeem als het onze maakt dat het model Onkelinx meer kans maakt om de bovenhand te halen. Eén en ander zal wel snel duidelijk worden want veel tijd om de bakens te verzetten rest ons echt niet meer.

Johan Van Overtveldt

Onze partners