18/12/12 om 09:02 - Bijgewerkt om 09:02

Onweer in de regering Di Rupo

De voorbije dagen spitste de toestand binnen de regering Di Rupo I zich vooral toe op de figuur van Steven Vanackere. Het gistingsproces zit evenwel veel breder en dieper verspreid.

Was hij nu gewoon moe of het hele gedoe moe? Tijdens het afgelopen weekend stond deze vraag rond minister van Financiën en vice-premier Steven Vanackere centraal in diverse krantenanalyses en politieke praatprogramma's.

Het gaat gewoon om fysieke vermoeidheid, aldus zowel Vanackere als onder meer CD&V-voorzitter Wouter Beke. Je zou voor minder fysiek in de problemen raken als dossiers als, bijvoorbeeld, Dexia, ARCO en de toekomst van de euro tot jouw uitdrukkelijke bevoegdheid behoren. Maar er is meer, veel meer en dan gaat het zowel om de persoon van Vanackere zelf als om de sfeer binnen en uitstraling van deze federale regering.

Wat dit laatste betreft, moeten de Vlaamse regeringspartijen elke dag opnieuw leven met de realiteit dat deze regering minstens naar de geest niet over een meerderheid beschikt in Vlaanderen. Het is vooral de PS en het meer collectivistische gedachtengoed dat binnen Di Rupo I de dienst uit maakt. Toegegeven, het gebruik van tijdskrediet en van loopbaanonderbreking werden teruggeschroefd. Deze maatregelen drongen zich al langer op en Di Rupo I duwde ze door. Ook het asielbeleid van Maggie De Block zet de goeie lijnen uit en tracht mistoestanden uit het verleden weg te werken. Maar voor het overige blinkt deze regering uit door besluiteloosheid en uitstel. Laten we het rijtje even aflopen.

De hervorming en modernisering van justitie loopt niet echt van een leien dakje. Het energiebeleid van deze regering is in het beste geval een voorbeeld van natte vinger-werk. De met zoveel poeha gelanceerde pensioenhervorming blijkt steeds meer een slag in het water te zijn, zo vernemen we nu ook op de Nationale Bank. Wat het concurrentievermogen van onze ondernemingen betreft, gaat de regering er voor om binnen enkele jaren tot substantiële correcties te komen (die dan door een andere regering zullen moeten worden hard gemaakt ...). De koppeling van de lonen aan de index van de consumptieprijzen blijft onaantastbaar. De stijging van de werkloosheid en het faillissementsslagveld onder de bedrijven zouden nochtans tot grote sense of urgency moeten aanzetten.

Inzake de publieke financiën zeggen de tenoren van deze regering 18 miljard euro aan ingrepen gelanceerd te hebben. Check de rapporten terzake van het Rekenhof en je beseft onmiddellijk dat die 18 miljard voor ongeveer de helft pie in the sky. Bij de Europese Commissie beginnen ze dezer dagen ook te beseffen dat onze begrotingsmaatregelen toch wel iets minder inhouden dan wat de regering er in haar communicatie van maakt. Bovendien doet Di Rupo I nagenoeg niets inzake structurele ingrepen in de overheidsuitgaven (pensioenen, ziekteverzekering, ambtenarij, ...).

Di Rupo I voert een begrotingsbeleid met strandspeelgoedjes terwijl stevige kranen en bulldozers nodig zijn. Het is alsof Di Rupo I nog nooit van het begrip vergrijzing gehoord heeft en zeker niet van de berekeningen van de Vergrijzingscommissie waaruit blijkt dat deze kosten alsmaar opvallender beginnen te escaleren. De toestand van het systeem van de ambtenarenpensioenen is ronduit desastreus. Ook blijft Di Rupo I bij de pakken zitten inzake maatregelen om de economische groei structureel te stimuleren. Om de publieke financiën te saneren en de tewerkstelling duurzaam op te vijzelen, is hogere economische groei absoluut noodzakelijk.

Zeker in de ogen van een meerderheid van de Vlamingen vormt de regering Di Rupo I een mislukking. Dat heeft te maken met de overheersende ideologische insteek gepersonaliseerd door de premier zelf. Zo blijft Elio Di Rupo onverzettelijk een ontmoeting met vertegenwoordigers van het Vlaamse bedrijfsleven weigeren. Het heeft echter ook te maken met de persoonlijkheid van de premier die, zoals ondertussen algemeen bekend, absoluut geen krachtige decision maker is. De nek uitsteken is een begrip dat Elio Di Rupo al lang geleden schrapte uit zijn woordenboek.

Ook Steven Vanackere blinkt zelden uit door bruisende dadendrang. Voeg daarbij de onervarenheid en/of natuurlijke gebondenheid aan Di Rupo van andere vice-premiers en het is evident waarom Johan Vande Lanotte geregeld kan scoren als deal maker en de man die de beslissingen forceert. In het land van de blinden ...

Wat de persoon van Steven Vanckere betreft, wegen de dossiers ARCO en Dexia erg zwaar. De minister kreeg hier een erfenis op zijn schoot die hoe dan ook niet te benijden valt. De roep hebbende een ACW-boy te zijn, leek Vanackere de ideale man voor deze zuil om het noodlottige ARCO-dossier op een voor het ACW zo voordelige manier te managen.

Gaandeweg bleek de weerstand tegen een afwenteling van de eigen verantwoordelijkheid van de ACW-koepel op de belastingbetaler zulke scherpe vormen aan te nemen dat Vanckere zich, niet altijd op de handigste manier, van het ACW begon af te wenden in dit dossier. De bezorgdheid om de eigen verdere politieke loopbaan kwam steeds meer op de voorgrond. Binnen de christelijke werknemerszuil bekijkt men Steven Vanckere nu bepaald anders dan goed een jaar geleden.

Wat Dexia betreft, spreekt het voor zich dat alle betrokkenen, met de minister van Financiën op kop, trachten rust en beheersing uit te stralen: "We hebben dit onder controle". Niets is helaas minder waar. De kwaliteit van de portefeuille van Dexia is potentieel aan grote schommelingen onderhevig. Wat vandaag investment grade is, kan dat morgen of overmorgen niet meer zijn. Bovendien is er de financieringskant van het hele verhaal. Deze financiering zit vandaag vooral op de korte termijn. Stijging van de rentevoeten zou desastreus zijn voor de groep ook al komen er dan enkele tientalle miljarden euros vrij uit het kluwen van swap-operaties.

Ondertussen blijft de vraag of Dexia in hoofde van de Belgische belastingbetaler goed genegotieerd werd open. Een ernstig parlementair onderzoek naar die vraag wordt gesaboteerd. Ook de fall out van Dexia naar Belfius blijft een grijze zone. Alle betrokkenen weten dat Dexia ons nog vele, vele miljarden euros gaat kosten. Niemand kan of mag dat publiekelijk zeggen. Dat vreet, zeker ook aan Steven Vanackere. Ondanks het feit dat hij zelf jarenlang bestuurder was bij Dexia lijkt premier Elio Di Rupo daar minder last van te hebben.

Onze partners