Paus stelt voor het eerst het gebeente van Sint-Pieter tentoon

21/11/13 om 15:25 - Bijgewerkt om 15:25

Het Vaticaan laat voor de eerste keer een omstreden relikwie exposeren.

Paus stelt voor het eerst het gebeente van Sint-Pieter tentoon

Sint-Pietersbasiliek te Rome © Thinkstock

Paus Franciscus laat voor het eerst publiekelijk de beenderen van de apostel Petrus tentoonstellen. Dat bericht het Britse dagblad The Guardian. De authenticiteit van dat relikwie staat al jaren ter discussie.

In 1968 kondigde paus Paulus VI een opzienbarende ontdekking aan. Hij verklaarde toen dat in de catacomben van het Vaticaan het vermoedelijke gebeente was opgegraven van de apostel Petrus, een christelijke martelaar die in de katholieke leer als eerste paus wordt aangemerkt. Tot op heden zijn de relieken van Petrus nog nooit in het openbaar vertoond.

Jaar van het Geloof

Zondag komt daar verandering in. Dan stelt het Vaticaan het relikwie tentoon ter gelegenheid van de afsluiting van het Jaar van het Geloof, dat werd afgekondigd door de eerder dit jaar afgetreden paus Benedictus XVI. In een mis van paus Franciscus op het Sint-Pietersplein zullen gelovigen voor het eerst de beenderen kunnen aanschouwen.

Het relikwie wordt normaal bewaard in een privékapel van de paus. De tentoonstelling ervan geldt als omstreden, omdat tot dusver geen enkele paus zich heeft uitgesproken over de authenticiteit van de beenderen. In het verleden hebben verschillende geleerden zich wel al zeer sceptisch uitgelaten over de vondst. De historische Petrus zou zelfs nooit een voet in Rome hebben gezet.

Controverse

Het verhaal van het gebeente van Petrus begint in 1939. Op last van paus Pius XII werden toen opgravingen gedaan in de catacomben onder de Sint-Pietersbasiliek. Elf jaar lang werd er gegraven onder leiding van de Duitse theoloog Ludwig Kaas, totdat Pius XII in 1950 uiteindelijk in een radioboodschap aankondigde dat de onderzoekers het graf hadden blootgelegd van 'de prins der apostelen'. De paus moest toen weliswaar erkennen dat de onderzoekers niet met zekerheid konden zeggen of de overblijfselen echt van Petrus waren.

In de jaren '60 trok de Italiaanse archeologe Margherita Guarducci de conclusies van Kaas en diens onderzoekploeg in twijfel. In de buurt van de tombe ontdekte ze het opschrift Petr eni. Volgens de onderzoekster is dat de afkorting van Petros enesti of 'Petrus is hier' in het Oudgrieks. Thans gaan archeologen er veelal van uit dat er in feite Petros en eirènè of 'Petrus in vrede' staat.

Guarducci vroeg paus Paulus VI permissie om tests te laten uitvoeren op de overblijfselen. Uit de resultaten bleek alleen maar dat de beenderen toebehoren aan een 60-jarige man. Guarducci haalde Paulus VI er niettemin toe over om te verklaren dat het om de resten van Petrus ging. Antonio Ferrua, een jezuïet die als hoofdarcheoloog betrokken was bij de oorspronkelijke opgravingen in de jaren '40, was niet te spreken over die gang van zaken.

Traditie

Italiaans aartsbisschop Rino Fisichella ziet er geen probleem in dat gelovigen zondag de controversiële relieken van Petrus zullen vereren. In een zorgvuldig verwoord opiniestuk in de Vaticaanse krant L'Osservatore Romano zei hij dat de overblijfselen 'volgens de traditie' aan Sint-Pieter toebehoren. Fisichella vindt dat de relieken van belangrijke symbolische waarde zijn voor de Kerk. Hij meent bovendien dat katholieken het relikwie zullen blijven aanbidden, ongeacht de resultaten van nieuw wetenschappelijk onderzoek. (YD)

Onze partners