Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

10/11/08 om 15:00 - Bijgewerkt om 14:59

Omdat verdrinken helaas dodelijk is

Wie een stormvloedkering wil bouwen, checkt beter even of er een tunnel door de geplande fundering loopt.

Wie een stormvloedkering wil bouwen, checkt beter even of er een tunnel door de geplande fundering loopt.

De klimaatverandering is hot. Je kunt geen krant openslaan of iemand heeft het over de stijging van de zeespiegel en de invloed ervan op onze contreien. De cijfers durven, afhankelijk van de bron, weleens uiteen te lopen, maar algemeen wordt ervan uitgegaan dat het zeewaterpeil vóór het einde van de eeuw minstens 1,20 meter zal stijgen.

De catastrofale overstromingen van 1953 leidden in Nederland tot het Deltaplan, een grootschalige verhoging van dijken, waterkeringen en het afsluiten van de voornaamste rivierarmen bij stormvloeden. In Vlaanderen wachtte men tot de wateroverlast van 1976 om een flauw afkooksel daarvan, het Sigmaplan, op poten te zetten. Het orgelpunt van dat tienjarenplan (1977-1987) was de bouw van de stormvloedkering (SVK) in Oosterweel. Die afsluiting zou, samen met de dijken op Deltahoogte (vanaf de Nederlandse grens), de primaire waterkering vormen.

Aangezien zo'n systeem mogelijk (deels) kan falen, werd ook in een secundaire waterkering voorzien. Opwaarts Oosterweel zouden de dijken verhoogd worden tot op Sigmahoogte (ongeveer drie meter lager dan de Deltahoogte), in combinatie met de aanleg van een aantal gecontroleerde overstromingsgebieden. Vooral vanwege de aanwezigheid van steden zoals Antwerpen, Lier, Mechelen en Temse was het gewoon onmogelijk om de afwaarts Antwerpen gehanteerde dijkhoogte te handhaven. Het verschil in dijkhoogten is heel duidelijk merkbaar op de rechter-Scheldeoever in Oosterweel.

Ondertussen heeft het er alle schijn van dat voor de stormvloedkeringsmuur in Oosterweel een Grote Ringscenario dreigt. Dit betekent dat over het destijds ambitieuze plan nog nauwelijks wordt gesproken, dat het steeds meer in de tijd opgeschoven wordt, en waarschijnlijk nooit zal worden uitgevoerd. Tenzij een overstromingsramp de verantwoordelijken wakker schudt.

Er zijn verschillende oorzaken die bijzonder bevorderlijk zijn voor een verder uitstel/afstel van de bouw van de stormvloedkering. Ik geef er twee mee ter overweging. In 2000 werden door de Vlaamse regering belangrijke beslissingen genomen: de goedkeuring van het 'geactualiseerde Sigmaplan', en het opzetten van het Masterplan Antwerpen.

Het 'geactualiseerde Sigmaplan' houdt vooral in dat men gedurende de volgende decennia in hoofdzaak aan de secundaire waterkeringen zal blijven morrelen. Dat betekent dat over een beperkte lengte dijken verder verhoogd zullen worden. Reeds verhoogde dijken zullen opnieuw verlaagd worden en overstroombaar gemaakt om het aantal gecontroleerde overstromingsgebieden merkelijk te vermeerderen. Op deze manier hoopt men bij stormvloed de hoogwaters af te toppen en het overstromingsgevaar onder controle te houden.

Het Masterplan Antwerpen voorziet in een vierde oeververbinding (een afgezonken tunnel, die de Schelde daarenboven niet haaks kruist) nabij Oosterweel, en wel precies op de plek waar de stormvloedkering gepland werd. Voor de tunnel is een gebaggerde sleuf nodig die op de Scheldebodem minstens 150 meter breed zal zijn. Die sleuf zal na de bouw van de tunnel opgevuld moeten worden. Ook zal die tunnel nadien, zoals bij Liefkenshoek, met zinkstukken beschermd moeten worden tegen vallende ankers, en zal een zone met 'volledig ankerverbod' moeten worden ingesteld.
Dat alles kan ernstige consequenties hebben voor de bouw van de funderingen van de stormvloedkering, en de inzet en de verankering van werkschepen tijdens de bouw ervan.

Met de inplanting van deze stormvloedkering kan daarenboven niet veel geschoven worden.
De ligging ervan is gebonden aan drie voorwaarden: opwaarts van de zeesluizen, afwaarts Antwerpen, en in een recht en stabiel riviergedeelte.

De vraag of de BAM (met tot voor kort enkele topambtenaren van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap in de raad van bestuur) in haar plannen rekening heeft gehouden met de latere bouw van de stormvloedkering is cruciaal. Ze verdient grote aandacht, wil men de stormvloedkering niet voorgoed hypothekeren. Zou men niet eens de funderingen van stormvloedkering uittekenen op de plannen van BAM-tunnel, en duidelijkheid scheppen over de haalbaarheid van de bouw ervan?

Daarenboven heeft de Nederlandse Deltacommissie onlangs, in september 2008, een aantal aanbevelingen gedaan. Zo achtte zij tegen 2100 merkelijke dijkverhogingen (65 tot 130 centimeter) noodzakelijk. Aangezien water geen rekening houdt met landsgrenzen, doet Vlaanderen er goed aan om daarop in te spelen. Nederland heeft trouwens een langetermijnvisie tot 2200, Vlaanderen tot 2030.

Zelfs met de realisatie van alle potentiële gecontroleerde overstromingsgebieden (wat weinig waarschijnlijk is) kan Vlaanderen slechts een beperkte stormvloed aan.
In zijn rapport MOD 440 -113 van 2000 meldt het hoofd van het Waterbouwkundig Laboratorium in Borgerhout dat het Zeescheldebekken beveiligd is tegen een stormtij van 8,68 meter TAW in Antwerpen (dat is zowat een kleine vier meter lager dan de toekomstige Nederlandse dijkhoogten langs de Westerschelde). 'Voor een nog hogere bescherming is de constructie van een stormvloedkering afwaarts Antwerpen een noodzaak', besluit hij wijs.
Op dat moment kende hij de recente aanbevelingen van de Deltacommissie niet eens.

Over een timing in verband met de realisatie van de stormvloedkering wordt met geen woord gerept. Traditiegetrouw zal dit naar een volgende generatie worden doorgeschoven. Intussen is het duimen dat er de eerstvolgende decennia geen overstroming meer komt. Dat zou werkelijk dikke pech zijn.

ir. Ludo Corluy,
DE AUTEUR IS ERE-INGENIEUR BIJ HET MINISTERIE DER VLAAMSE GEMEENSCHAP.

Onze partners