Dajo De Prins (SP.A)
Dajo De Prins (SP.A)
docent Antidiscriminatierecht aan de universiteit Antwerpen en Grondwettelijk Recht aan de universiteit Utrecht en lid van SP.A Antwerpen
Opinie

30/05/13 om 07:26 - Bijgewerkt om 07:26

Ode aan de gesluierde loketbediende

De vrouwen aan wie sommigen onder ons in heel Vlaanderen een verbod willen opleggen om een hoofddoek te dragen achter het loket, zijn heldinnen die onze uitgestoken hand verdienen.

Gent heeft beslist dat vrouwelijke loketbedienden voortaan mensen mogen helpen met hun hoofddoek op. Die beslissing maakt sterke gevoelens los in Vlaanderen. Er zijn weinig zaken die ons zo beroeren als de doek die veel moslimvrouwen om hun hoofd knopen om uitdrukking te geven aan hun geloof. En dat valt best te begrijpen.

De hoofddoek is een openlijke uiting van een geloof dat in onze streek tamelijk nieuw is. Het is een geloof dat door haar aanhangers intens beleden wordt, anders dan de vaak gezapige beleving van de katholieke godsdienst in Vlaanderen. Doop, communie, vormsel, trouw en begrafenis dat doen we wel. Maar echte verering van een God, het belijden van een geloof dat werkelijk invloed heeft op ons gedrag, een geloof dat haar volgelingen beweegt om een maand te vasten, nooit varkensvlees te eten of alcohol te drinken en dagelijks op hun knieën te bidden, dat maakt ons een beetje bang.

Onze angst wordt nog vergroot doordat een groot deel van de Vlaamse moslimjongens een afkeer heeft van homo's. Die afkeer en haat wordt elke dag aan den lijve ervaren door mannen die in Brussel of Antwerpen hand in hand over de straat willen lopen. De angst die zij moeten voelen, wanneer zij nagejouwd en beledigd of zelfs achtervolgd en geslagen worden, is gruwelijk. De rechten die homo's nog maar net met veel geduld, inzet en moeite veroverd hadden, zijn ineens weer in gevaar gebracht. De schuldige daarvoor, zo denken wij Vlamingen vaak, is de islam, een geloof dat immers predikt dat homoseksualiteit slecht is. Het zelfde geloof dat vrouwen tot uitdrukking brengen door een hoofddoek te dragen.

Ook vrouwen die zich graag uitdagend kleden of die gewoon alleen over straat lopen in bepaalde delen van Brussel of Antwerpen, worden gesard door moslimjongeren. Die beschouwen sexy vrouwen die alleen en zonder hoofddoek over straat lopen als hoeren en geven uiting aan hun minachting en geilheid door die vrouwen uit te schelden, opdringerig te versieren, of te achtervolgen.

Ook in dit geval hebben wij de neiging om het geloof dat die jongens aanhangen, verantwoordelijk te stellen voor dit weerzinwekkende gedrag. En ook in dit geval dragen wij onze woede over op de doek waarmee moslimvrouwen hun haren bedekken. Is die doek bovendien geen middel tot seksuele onderdrukking van moslimvrouwen en een symbool van de primitieve patriarchale verhoudingen in het moslimgezin? Ja, de doek heeft het gedaan!

En dan hebben we nog niet eens gesproken over de mensen die, de grootsheid van Allah uitschreeuwend, een columnist op de fiets kelen, een soldaat op klaarlichte dag het hoofd afhakken, de neus van jonge vrouwen eraf snijden, spitstreinen, bussen, metrostellen, vliegtuigen en wolkenkrabbers opblazen. Ook die mensen aanbidden dezelfde God voor wie vrouwen hun liefde uitdrukken met die verdomde doek. En toch.

En toch hebben de gesluierde vrouwen die binnenkort Gentenaren vanachter het loket zullen bedienen daar niets, maar dan ook niets mee te maken. Hoe begrijpelijk onze angst, onze woede en afkeer tegen de homohaters, de aanranders van vrouwen en de terroristen ook is, en hoe begrijpelijk de overdracht van onze haat op het meest zichtbare symbool van de islam, de hoofddoek, ook moge zijn, we vergissen ons dramatisch van vijand.

Hoe ironisch is het dat wij de moslimvrouwen die perfect Nederlands kennen, gestudeerd hebben, met succes solliciteerden bij hun stad en uitgekozen werden om haar te vertegenwoordigen achter het loket, dat wij die geëmancipeerde en op onze samenleving betrokken vrouwen, die al zoveel hindernissen namen om te komen tot waar zij staan, dat wij uitgerekend hen een laatste en onneembare horde op hun pad leggen?

Hoe hardvochtig is het om hen te gebieden: 'Zet die hoofddoek af - die hoofddoek die ook je moeder, je tante, je zus, je grootmoeder draagt. Zet hem af, hoe dierbaar hij je ook is, hoe diep hij ook verbonden is met wie je bent.' Hoe hardvochtig is het om hen dat te vragen, onze gasten, onze burgers? Hoe kunnen wij dat doen?
Hoe halen sommigen onder ons het in hun hoofd om de hoofddoek te vergelijken met een regenboog t-shirt of met een t-shirt waarop staat 'eigen volk eerst'? Een vrouw tegen haar wil in verplichten om met ontbloot hoofdhaar te gaan werken, is van een heel andere orde dan iemand verplichten geen onnozel T-shirt te dragen. Het moet ongeveer zo voelen als aan een homo vragen om zijn homoseksualiteit binnen te houden, als vragen aan iemand met een donkere huid om zijn kleur weg te schminken of aan een Antwerpenaar om achter het loket met een 'algemeen' Nederlands accent te spreken.

Een hoofddoek en een T-shirt met een politieke boodschap hebben alleen gemeenschappelijk dat zij beide van stof zijn. De gevoelens die zij meebrengen in hun dragers zijn van een heel andere betekenis en diepgang.

De reden dat wij Vlamingen dat niet altijd inzien, is onze angst voor doorleefd religieus gevoel en natuurlijk ook de al te menselijke neiging om te veralgemenen en een zondebok (zondedoek) te zoeken, hem te beladen met al het kwaad en hem dan te slachtofferen.

De vrouwen aan wie sommigen onder ons in heel Vlaanderen een verbod willen opleggen om een hoofddoek te dragen achter het loket, zijn de voorlopers van ons vreedzaam, respectvol en goed samenleven. Deze vrouwen zijn heldinnen die onze uitgestoken hand verdienen. Geen deksel op hun neus.

Is het niet ironisch dat een partij die zegt dat zij opkomt voor de bescherming van de identiteit van elke Vlaming, en een andere partij die beweert dat zij opkomt voor de vrijheid van elk individu, deze vrouwen wil verbieden in vrijheid hun religieuze identiteit te beleven? En hen zo wil verhinderen om deel te nemen aan onze maatschappij?

De angsten en veralgemeningen die deze partijen motiveren zijn begrijpelijk, maar mogen ons politiek handelen niet langer bepalen. In heel Vlaanderen verdienen moslimvrouwen het recht om hun hoofddoek te dragen achter het loket. Uit respect voor de vrijheid, uit eerbied voor andere religieuze identiteiten en om met onze islamitische medeburgers een goede samenleving te vormen.

Dajo De Prins schrijft dit artikel in eigen naam

Onze partners