Frank Albers
Frank Albers
Frank Albers is essayist.
Opinie

01/10/10 om 09:32 - Bijgewerkt om 09:32

Normaal

De tieners, pubers, adolescenten van nu lijken me door de bank genomen alarmerend normaal.

Ik ben het slachtoffer van een normale opvoeding. Mijn ouders hadden een blanco strafregister. Ik heb geen ooms in de psychiatrie, geen tantes in een vluchthuis. Mijn hele familie loopt vrij rond, gaat naar school, werkt, voedt kinderen op, reist en sterft. Wij hebben geen siamese vijflingen in ons bestand, geen terroristen en geen eerste ministers, niemand met aids of hadéadé, geen dislexie, zelfs geen homoseksuelen. Wij zijn zo normaal dat ik er onzeker van word. Wat is er mis met ons? Niets! Dat is ons probleem. Wij baden in het gewone.

Als ik dat dan allemaal lees en hoor, over die roomse rukkers en hun criminele soutaneseks met minderjarigen, dan begin ik me een beetje uitgesloten te voelen. Beledigd zelfs. Ik heb zes jaar in een katholieke kostschool doorgebracht en niet één keer heeft een pater mij bepoteld. Veel kattenkwaad uitgehaald, de boel behoorlijk op stelten gezet, vaak gestraft, maar nooit iets meegemaakt waarvan je zegt: hé, dit is iets voor de commissie-Adriaenssens. Zés jaar zonder ook maar de geringste fysieke molestatie, weet u wat dat is? Weet u wat dat doet met een mens? Het maakt hem normaal.

Ooit betekende puberen je verzetten tegen alles wat ouderen normaal vinden. In 'normaal' zit ten slotte het woord 'norm', en normen ter discussie stellen is wat een puber beroepshalve doet. Op mijn schoolagenda kleefde een sticker met het eenvoudige parool: ik ben overal tegen. Die agenda legde ik altijd op de rand van de bank, ter attentie van het voorbijwandelende gezag. Op de speelplaats bestreden wij het kapitalisme door de posters die de Amerikaanse multinational Coca-Cola onder de argeloze leerlingen had verspreid, in brand te steken. Wij kerfden 'Mao' en 'Che' in de toiletdeuren en wachtten op de revolutie.

In de tweede aflevering van het uitstekende televisieprogramma De school van Lukaku zei een allochtoon meisje tot een volwassene die haar interviewde: 'Wij willen doen zoals jullie.' (Woorden van die strekking.) 'En wat is dat?' vroeg de volwassene. 'Normaal zijn', antwoordde het meisje. Normaal zijn! Een tiener die verlangt normaal te zijn! Ik voelde iets in mij verzakken. Zij bedoelde waarschijnlijk: erbij horen. Niet aangesproken worden op het feit dat je er een beetje anders uitziet misschien, een beetje anders praat, of misschien zelfs een ander geloof belijdt. De wens om normaal te zijn kan een verlangen uitdrukken om aanvaard te worden, gerespecteerd, ook al ben je een beetje anders dan vele anderen. In die zin is normaal willen zijn... normaal.

Niettemin bespeurde ik in haar wens iets wat tieners van nu onderscheidt van de tieners die wij ooit zijn geweest. Wij - blanke autochtonen allemaal - vonden normaal zijn helemaal niet normaal. Normaal was de wereld van de volwassenen, de leraars, de wetten en de plichten. Er ging een zekere terreur uit van dat begrip. Normaal zijn betekende gehoorzamen aan wat was. Geen lastige vragen stellen. Je begon pas iemand te zijn doordat je je tegen die terreur verzette. Door normen te betwisten. Wie dat niet deed was een conformist, en conformisme was een ernstige aandoening.

Was wat dat meisje op de televisie zei de verzuchting van een generatie? Ik ben bang van wel. De tieners, pubers, adolescenten van nu lijken me door de bank genomen alarmerend normaal. Ik zie geen verzet, geen rebellie, terwijl er toch nog steeds een paar dingetjes mankgaan in de wereld. De bankencrisis, de olievlek, het ozongat, de politieke ellende in eigen land, de dagelijkse schandalen ver en dichtbij: het is allemaal wel erg natuurlijk, maar wat doe je eraan? Moet ik de wereld redden soms? Denk je dat het elders beter is? Wat zou je dan willen? Communisme? Doe een beetje normaal, zeg.

In mijn normale familie was het normaal dat de jeugd zich verzette. 'Jeugd' associeerde je immers met kritiek, ideeën, verontwaardiging en, welja, naïviteit. Die tijd is voorbij. Wanneer hebt u voor het laatst scholieren en studenten zien betogen voor of tegen wat dan ook? Het generatieconflict - wat een ouderwets woord - is volkomen gedepolitiseerd, verschrompeld tot wat huiselijk gekibbel over kleren, zakgeld en hoe laat moet ik thuis zijn. Op dwarse denkbeelden en ambitieuze politieke dromen laat de jeugd van tegenwoordig zich niet meer betrappen. En dat is níét normaal.

Frank Albers

Onze partners