24/05/13 om 10:18 - Bijgewerkt om 10:18

Nobele fraudebestrijding mondt uit in problematische regels

Het VBO ziet de nobele doelstellingen van de regering inzake de bestrijding van sociale fraude uitmonden in een arsenaal aan regels die problematisch zijn voor de bedrijven.

De fraudeaanpak door de regering krijgt almaar meer lof. Ook door de bedrijven, want het werd hoog tijd dat de regering paal en perk stelt aan malafide praktijken die de economie verzieken, de eerlijke concurrentie aantasten en de overheidsuitgaven en -inkomsten ondermijnen. Het is een moeilijke en voortdurende strijd die bedrijven in de fraudegevoelige sectoren broodnodig hebben. Dat de regering niet alleen de inkomsten-, maar evenzeer de uitkeringsfraude bestrijdt, is een goede zaak. Maar fraudebestrijding moet coherent en logisch gebeuren en mag de rechtszekerheid niet ondermijnen.

Als werkgevers kritiek uiten, dan gaat het absoluut niet over de doelstelling die de regering nastreeft, integendeel. De bezorgdheid van werkgevers doelt in eerste instantie op de (rechts)middelen die hiervoor worden ingezet. Ze stellen vast dat specifieke fraudeproblemen worden aangepakt door het opleggen van algemene maatregelen. De rechtsonzekerheid neemt toe waardoor onvermijdelijk ook bonafide bedrijven nadelige gevolgen ondervinden, al is het maar door de vele extra verplichtingen die ze nu moeten vervullen. Is dat de prijs die bedrijven bereid moeten zijn om te betalen? Is het overigens een rechtstaat nog waardig dat al onze ondernemingen onderworpen worden aan nieuwe strenge wetgeving, waarbij de regering enkel detacheringsfraude zou beogen, en dit tot uiting brengt door dit als dusdanig te betitelen in de programmawet. Elke burger weet dat een titel geen enkele garantie biedt en de wet - hoe hard ook - moet worden nageleefd: 'dura lex, sed lex'.

Werkgevers krijgen het zo moeilijk uitgelegd dat in het kielzog van al die nobele doelstellingen van de regering een arsenaal aan regels wordt uitgedokterd die problematisch zijn voor de bedrijven. De materie is heel complex en voer voor specialisten. Toch moeten bedrijven op de hoogte zijn, want al de regels zijn onverkort op hen van toepassing.

Een sprekend voorbeeld

Neem het voorbeeld van een bedrijf dat gebruik wil maken van de werken of diensten van een ander bedrijf. Dat bedrijf houdt best een goede checklist bij de hand om potentiële risico's op hoofdelijke aansprakelijkheden, straf- en/of administratieve sancties te vermijden. Hieronder zetten we een aantal risico's op een rijtje - zonder volledig te zijn - met het accent op enkele sociale fraudemaatregelen. Maar weet dat de realiteit nog veel complexer is.

1. Tot welke sector behoort het andere bedrijf? Is het een risicosector (o.m. bouw, schoonmaak, bewaking, tuinbouw, transport, elektriciteit, hout,...), teken dan geen contract vooraleer u zeker bent dat uw medecontractant geen schulden heeft bij de RSZ of de fiscus. Bij de betaling van de factuur gaat u dit opnieuw na - als er dan schulden zijn, moet u een bedrag inhouden en doorstorten aan de RSZ of de fiscus. Doet u dat niet, dan bent u hoofdelijk aansprakelijk voor de fiscale of sociale schulden van uw medecontractant (risico op 3 x het factuurbedrag).

2. Behoort het andere bedrijf tot een risicosector en doet het een beroep op één of meerdere onderaannemers? Sluit ofwel de mogelijkheid uit dat uw medecontractant met onderaannemers werkt, of maak duidelijke contractuele afspraken wat de gevolgen zijn als bij één van de onderaannemers wordt vastgesteld dat het personeel niet (genoeg) betaald wordt. Stelt de inspectie loonmisbruiken vast en in de daaropvolgende twee weken gebeurt er niets (bijvoorbeeld omdat de onderaannemer de loonachterstallen niet betaalt of u de commerciële overeenkomst niet verbreekt), dan bent u hoofdelijk aansprakelijk voor de achterstallige lonen.

3. Doet uw medecontractant of één of meerdere van zijn onderaannemers een beroep op buitenlandse arbeidskrachten, vergewis u ervan dat deze werknemers in het bezit zijn van (geldige) verblijfsvergunningen. Eenmaal u door de inspectie, de vakbond of het Centrum voor gelijke kansen (die kunnen nu volledig autonoom optreden, zoals het openbaar ministerie) op de hoogte wordt gebracht dat het om illegale werknemers gaat, dan bent u hoofdelijk aansprakelijk voor alle loonachterstallen en riskeert u strafsancties. Hier is zelfs in geen regularisatieperiode voorzien.

4. Wanneer buitenlandse werknemers aan het werk zijn, moet u nagaan of uw medecontractant al zijn werknemers heeft aangemeld bij Limosa. Deed hij dat niet en u meldde dat niet aan de overheid, dan bent u strafrechtelijk aansprakelijk.

5. Bent u van plan om instructies te geven aan de werknemers van het andere bedrijf (zelfs geringe), dan doet u er goed aan om dit instructierecht in de commerciële overeenkomst vast te leggen. Wees hierbij wel voorzichtig, want u mag op geen enkele manier het werkgeversgezag uithollen. Doet u dat niet of stelt u handelingen die verder gaan dan het strikte instructierecht, dan loopt u het risico dat de tewerkstelling wordt beschouwd als een verboden terbeschikkingstelling en dan bent u hoofdelijk aansprakelijk voor alle lonen, bijdragen, vergoedingen en voordelen. Erger nog, dan bent u verbonden door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur vanaf het begin van de werken. En als u beschikt over een ondernemingsraad, of een comité voor preventie en bescherming of u hebt de vakbondsafvaardiging in huis, dan bent u binnenkort wellicht verplicht om hen onmiddellijk op de hoogte te brengen van dat instructierecht en hen op eerste verzoek daarvan inzage te geven.

Grijze zone
In het bovenstaande voorbeeld laten we de kwalificatie van commerciële relatie nog buiten beschouwing. Maar ook hierover rijzen veel vragen. Bijvoorbeeld: is de commerciële relatie een aanneming van werken of diensten? Of worden de werknemers van uw medecontracten louter ter beschikking gesteld? Is het misschien een zelfstandige samenwerking (of misschien wel een schijnzelfstandige)? Of gaat het om outsourcing van een deel van uw activiteiten? Ze illustreren opnieuw de complexe realiteit waarmee bedrijven dagdagelijks geconfronteerd worden.

Vandaar onze oproep aan de regering om niet langer specifieke problemen op te lossen met nieuwe algemene regels die steevast gepaard gaan met bijkomende complexiteit, nieuwe verplichtingen en rechtsonzekerheid. Vermijd dat onze bedrijven altijd weer moeten opdraaien voor de fouten van anderen. Niet in het minst door de geografische beperkingen van onze controlerende instanties (zij kunnen niet optreden buiten België), waardoor ze zich richten tot de Belgische onderneming die met de malafide onderneming in zee ging.

Bovendien is de nood groot aan meer logica en coherentie tussen de verschillende maatregelen. Want de bedrijven verliezen het overzicht en opereren daardoor continu in een grijze zone. Met alle gevaar van dien op wetsovertredingen.

Monica De Jonghe

Onze partners