16/08/10 om 19:49 - Bijgewerkt om 19:49

Niemands geld

Federaal geld is niemands geld. Het wordt dan ook nonchalant beheerd.

Federaal geld is niemands geld. Het wordt dan ook nonchalant beheerd en rondgestrooid, want niemand voelt er zich verantwoordelijk voor. Intussen blijven de facturen en de afrekening van de interesten op het geleende geld binnenvallen.

In Knack magazine staat een infografiek die elke regeringsonderhandelaar koude rillingen moet bezorgen. Van de bijna 93 miljard euro fiscale ontvangsten en niet-fiscale rijksmiddelen in 2010 houdt de federale staat in het beste geval 8,5 miljard euro over. Daarvan gaat dan nog eens 3 miljard euro naar de Belgische spoorwegen. Met het restant moet het tekort voor de sociale zekerheid worden bijgepast. Blijft over: niet eens 3 miljard euro voor de financiering van alle federale kerntaken. En dat bedrag blijft de komende jaren verschrompelen.

Alleen moet de overheid tegen 2015 25 miljard euro besparen. Zonder drastische ingrepen -een bloedbad, zeg maar - in de sociale zekerheid valt daar niet eens aan te beginnen. Of het moet zijn dat de Franstalige partijen alsnog bereid zijn te praten over een grondige hervorming van de financieringswet - wat neerkomt op een responsabilisering van de gemeenschappen.

Tenzij de rekening koudweg wordt doorgeschoven naar de Belgische belastingbetalers. Dat laatste lijkt de bedoeling van de PS van Elio Di Rupo en het CDH van Joëlle Milquet. Hun blijvende weigering om de gemeenschappen verantwoordelijkheid te geven voor hun inkomsten en uitgaven wijst in elk geval in die richting.

Samen met de eerste berichten over een overdracht van delen van het federale gezondheidsbeleid naar de deelstaten rolden meteen de oude bezwaren naar buiten. Het gezondheidsbeleid splitsen is onmogelijk 'vanwege Brussel' - een mantra die al jaren wordt herhaald. Bovendien kwamen de bekende belangengroepen in beweging. In naam van de solidariteit en de patiëntenbelangen traden vertegenwoordigers van de grote ziekenfondsen en de ziekenhuizen in het krijt. De eerste in de rij was Jean Hermesse, secretaris-generaal van de Christelijke Mutualiteit en raadgever van Joëlle Milquet. Al was niet duidelijk wat de echte inzet van diens demarche was: de patiënten of eigen belangen. In Wallonië is de CM immers eigenaar van enkele ziekenhuizen. Bovendien combineren sommige kopstukken van zijn ziekenfonds hun taak graag met consultancy bij grote ziekenhuizen of ziekenhuisnetwerken die hun belangen nog eens extra laten bewaken door hun veelal discrete adviseurs op bevoegde kabinetten. Die vorstelijk betaalde consultancycontracten beletten de betrokkenen niet om naderhand te 'onderhandelen' met vertegenwoordigers van de artsen over kosten en honoraria.

In haar nog altijd bruikbare Blauwdruk voor een Vlaams gezondheidsbeleid in de 21e eeuw merkte toenmalig Vlaams minister van Gezondheidsbeleid Wivina Demeester (CVP) in 1999 al op dat zo'n splitsing perfect doenbaar is, ook in Brussel. In de aanvullende verzekering bestaan immers nu al meerdere modellen en polissen naast elkaar. De zorgverstrekkers in de ziekenhuizen zijn daar al langer mee vertrouwd en hebben er zo te zien geen problemen mee. Bovendien hebben de ziekenfondsen hun activiteiten intussen zelf opgesplitst per taalgroep, en zij laten zich daarbij zelfs niet hinderen door een taalgrens.

Professor Herman Deleeck, oprichter van het Centrum voor Sociaal Beleid, mentor van Frank Vandenbroucke en Bea Cantillon en zeker geen separatist, was een bekende voorstander van de opsplitsing van het gezondheidsbeleid, 'om de gemeenschappen de kans te geven een eigen beleid te voeren, ook met eigen vormen van kostenbeheersing'. Mits er goede afspraken worden gemaakt over de hoofdlijnen van dit eigen beleid, voegde hij eraan toe. Daarom is het logisch dat de gemeenschappen een stem krijgen in het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) en bijgevolg ook toegang tot alle gegevens die nuttig zijn voor een eigen gezondheidsbeleid - wat tot nog toe niet het geval is.

De houding van de Franstalige regeringsonderhandelaars, die de gemeenschappen bijkomende beleidshefbomen en responsabilisering blijven ontzeggen, is volkomen heilloos. Zelfs als preformateur Di Rupo alsnog zijn N-VA-tegenspeler Bart De Wever kan overtuigen om na een communautair raamakkoord aan de volgende fase van de regeringsonderhandelingen te beginnen, valt er voor de Franstalige onderhandelaars niet te ontsnappen aan die financiële responsabilisering van de gemeenschappen. Ze is het laatste middel dat de federale staat nog rest om de besparingen door te voeren en zo te overleven.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners