Luc Baltussen
Opinie

22/11/11 om 10:41 - Bijgewerkt om 10:41

Moeten we bang zijn voor de boze fee?

Gérard Mestrallet, ceo van GDF Suez, veegt België de mantel uit. Et alors?

De krant L'Echo (voorheen L'Echo de la Bourse) bestaat 130 jaar en dat hebben we vorige week geweten. Prins Filip was er. De minister van Financiën ook. En de topman van GDF Suez zou spreken over 'uitdagingen voor de energiesector'. In de plaats daarvan ontpopte Gérard Mestrallet zich als de boze fee die in het sprookje van Doornroosje het doopfeest vergalt: hij hield een donderpreek. Steen des aanstoots: het politieke akkoord om de kerncentrales dan toch maar te sluiten en om de nucleaire taks te verhogen van 250 naar 550 miljoen euro per jaar. 'Cher Didier' kreeg te horen dat hij een eigenwijze woordbreker is. Het hele Belgische staatsapparaat moest een keer goed begrijpen dat GDF Suez, lees: Electrabel, weinig animo meer voelt om nog langer te investeren in een land waarmee het zo slecht zakendoen is.

De vraag is: moeten we nu bang zijn?

De groep GDF Suez stelt in België 22.000 mensen tewerk, voornamelijk in de energiegroep Electrabel. Het is natuurlijk niet zo dat die werkgelegenheid er gekomen is omdat de Fransen met overtuiging en volharding jarenlang aan de opbouw van een imperium werkten. De activiteiten en de mensen waren er al, ze maakten aantrekkelijke winsten en daarom kochten de Fransen ze gewoon op, daarbij handig gebruik makend van een chronisch gebrek aan Belgisch onderhandelingstalent om waardevolle juwelen binnenshuis te houden.

De Belgische energiemarkt blijft tot op vandaag kreunen en steunen onder een gebrek aan competitie. Investeringen in toekomstgerichte energie vinden niet plaats - zelfs niet als er al vergunningen voor zijn - omdat de initiatiefnemers onvoldoende zekerheid krijgen dat er voor hen wel plaats zal zijn op de markt, tegen de tijd dat hun nieuwe centrales er staan. De storende factor, elke keer weer, is de dominante positie van GDF Suez. Een meer bescheiden opstelling van GDF Suez, als dat werkelijk investeringen zou terugschroeven, zou onmiddellijk meer ruimte creëren voor andere spelers. Iets wat we al jaren willen, maar niet voor mekaar kregen. Laten we ons intussen geen illusies maken: zolang de Fransen geld kunnen verdienen met afgeschreven kerninstallaties of met het goedkoop upgraden van steenkoolcentrales tot biomassacentrales, zullen ze dat blijven doen.

Dat gezegd zijnde blijft de hele ruzie ook voor onze nationale politiek een serieuze blamage. Het klopt dat het protocolakkoord dat de regering-Van Rompuy twee jaar geleden met GDF Suez sloot niet echt juridisch afdwingbaar is. Een clausule in het akkoord vermeldde duidelijk dat er pas een deal was als het parlement dat zou goedkeuren. En zover is het nooit gekomen. Maar een propere manier van zakendoen is het natuurlijk ook niet. Het dossier zal de Belgische aura van politieke onbetrouwbaarheid helaas nog fel versterken.

Het punt is hier dat regeringen helemaal geen 'zaken' moeten doen met grote kapitaalgroepen. De politiek moet bepalen welk economisch landschap het land nodig heeft, bijvoorbeeld voor zijn energievoorziening, en hoe de vrije deelname van een behoorlijk aantal aanbieders aan die energievoorziening voor eerlijke prijzen kan zorgen. Als dát huiswerk goed gemaakt wordt, hoeven we ons als burger geen zorgen te maken over de onwil van één aanbieder om nog mee te spelen. We kunnen er dan op vertrouwen dat er genoeg anderen klaar staan om in het gat te springen.

Luc Baltussen

Onze partners