26/09/12 om 09:29 - Bijgewerkt om 09:29

Mitt Simpelmans

Nogal wat Republikeinse kiezers en militanten reageren verbijsterd op de uitspraken van Romney.

De Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney heeft de Amerikaanse samenleving in twee kampen verdeeld: aan de ene kant 47 procent steunverslaafden, die zich wentelen in hun slachtofferrol en die uiteraard kiezen voor de Democratische president Barack Obama, en aan de andere kant de rechtschapen harde werkers die voor zichzelf zorgen en die op hem zullen stemmen.

Romney deed die uitspraak in mei tijdens een besloten geldinzameling in Boca Raton, Florida. De werkloze James Carter, kleinzoon van oud-president Jimmy Carter, duikelde een video-opname van het optreden van Romney op. Die werd door het alternatieve nieuwsmagazine Mother Jones, met een oplage van 215.000 een van de kleintjes onder de Amerikaanse bladen, op de website gegooid. Het resultaat was verwoestend voor de campagne van Romney, die de voorgaande dagen zijn achterstand op Obama al had zien toenemen.

Democratische kiezers die ontgoocheld waren in Obama en twijfelden of ze voor Romney zouden kiezen, geven nu te kennen dat ze hun stem zullen uitbrengen op de derde presidentskandidaat van de Libertarische Partij, de gewezen gouverneur van New Mexico Gary Johnson. Een verloren stem, maar één die ervoor moet zorgen dat alvast Romney uit het Witte Huis wordt geweerd.

Ook in zijn eigen Republikeinse partij zijn nogal wat kiezers en militanten met verstomming geslagen door het optreden van Romney, die met die uitspraak als een politieke Simpelmans voor de dag komt.

Vooral de Republikeinen die behoren tot de traditionele conservatieve onderstroom van de partij - niet te verwarren met het volk van de Tea Party - zijn diep geschokt. Een van hen is Peggy Noonan, gevreesde columniste van The Wall Street Journal, die tijdens de campagne van 2008 met één pennentrek Sarah Palin aan flarden schreef. Palins kandidatuur voor het vicepresidentschap leidde, volgens Noonan, tot 'vulgarisme in de Amerikaanse politiek' en was bijgevolg 'een slechte zaak voor het conservatisme (...) en voor het land'.

Als gewezen speechschrijfster en raadgeefster van Ronald Reagan geniet Noonan een speciale status bij de Republikeinen.

'Zoals Romney in Boca Raton sprak, zo spreekt een grote leider niet', schreef Noonan. 'Campagnedravers spreken zo, want zij zijn voortdurend in de weer met het opdelen en uiteenrafelen van het kiespubliek. Maar die lui zijn jong en weten niks, en van Amerika weten ze al helemaal niets.'

Romney lijkt, zegt Noonan, niet door te hebben dat tussen die steuntrekkers mogelijk Republikeinse kiezers zitten. Ronald Reagan had dat wel begrepen en hengelde in 1984 een groot deel van die kiezers binnen met zijn bekende uitspraak 'Come too, come walk with me...'.

Volledig in harmonie met Noonan is Christopher Caldwell, een conservatieve kanonnier van het Republikeinse totemblad The Weekly Standard, die ook een column heeft in de Financial Times. 'Romney' schrijft Caldwell, 'is een van die succesrijke zakenlui die verkeerdelijk denken dat ze dat talent in de politiek kunnen aanwenden.' Caldwell twijfelt er niet aan dat de blunder van Romney de campagne heeft beslecht in het voordeel van Obama.

Noonan riep de partijbonzen op om Romney duidelijk te maken dat hij het roer meteen moet omgooien, dat hij eindelijk de grote Republikeinse boodschap moet brengen: 'Hoe we de overheid zien, wat we ervan verlangen, wat we nodig hebben en wat die overheid van ons kan vragen.'

De grote televisieconfrontaties met Obama moeten nog plaatsvinden, doch nu al zijn tal van Republikeinen ervan overtuigd dat Peggy Noonan de in haar ogen 'incompetente' Romney definitief heeft neergesabeld.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners