25/02/13 om 09:06 - Bijgewerkt om 09:06

Minder besparen is ook minder groeien

De begrotingsdoelstellingen loslaten zal de groei van de economie en de jobcreatie niet dienen maar verder in de wielen rijden. De Vlaamse partijen binnen de regering Di Rupo dienen het algemeen belang door de PS tegen te houden.

Minder besparen is ook minder groeien

© Belga

De discussie zal in de aanloop naar de nakende begrotingscontrole nog verhevigen. Moeten we nu als gevolg van de minder goede economische perspectieven minder saneren of niet? De gouverneur van de Nationale Bank stak het vuur aan de lont. Bij de voorstelling van het jaarverslag van zijn instelling liet Luc Coene er geen twijfel over bestaan: de regering moet rigoureus vasthouden aan haar doelstelling om dit jaar het financieringssaldo van de overheden in België terug te brengen tot 2,15% van het BBP. Anders komen wij, en zeker ook toekomstige generaties, zwaar in de problemen als gevolg van de vergrijzingskosten, aldus Luc Coene.

Langs de kant van de PS reageerde men op de stellingname van Coene als getroffen door een wespensteek. Vice premier Laurette Onkelinx maakte in niet mis te verstane bewoordingen onmiddellijk duidelijk de saneringsdruk te willen verminderen. Onkelinx wil dat de regering Di Rupo de doelstelling van een begroting in evenwicht tegen 2015 laat varen. Tijdens het weekend sprak ook PS-voorzitter Paul Magnette op de RTBF duidelijke taal. Nu het met de economie minder gaat (0,2% groei en niet 0,7%) wil ook hij het begrotingstekort trager naar beneden brengen. De Vlaamse regeringspartijen willen daar niet van weten al kwam de stellingname van sp.a-voorzitter Bruno Tobback genuanceerd over.

Omtrent deze discussie rond het begrotingstekort staat heel wat boeiend en uiterst relevant studiemateriaal ter beschikking. Zo is er het nu al monumentaal boek This Time is Different (2009) van de Amerikaanse economen Kenneth Rogoff (Harvard, gewezen hoofdeconoom van het IMF) en Carmen Reinhart (ook Harvard). Rogoff en Reinhart komen op basis van uitgebreid historisch en statistisch onderzoek tot de conclusie dat eens de overheidsschuld de grens van de 90% van het BBP doorbreekt er een belangrijke negatieve impact van die overheidsschuld op de groei en het groeipotentieel van de economie begint uit te gaan. Gereputeerde economen van de Bank voor Internationale Betalingen (de bank der centrale banken) kwamen in eigen onderzoek tot een nagenoeg identieke conclusie.

De conclusie van de analyses van Rogoff & Reinhart en van de BIB-economen laat dus weinig ruimte voor twijfel. Landen met een overheidsschuld boven de 90% van het BBP rijden hun perspectieven inzake economische groei, en dus ook inzake onder meer jobcreatie, in de wielen door niet verder te saneren. De Belgische overheidsschuld zwol in de loop van 2012 aan tot 99,6% van het BBP. Binnen de eurozone zaten eind 2012 ook Griekenland (177%), Italië (127%), Portugal (119%) en Ierland (118%) boven die 90%-grens. Trouwens, het schuldcijfer voor het geheel van de eurozone klokte af op 93%. Wie in België inzit over de economische groei kan dus moeilijk anders dan de argumentatie van de gouverneur van de Nationale Bank onderschrijven.

Is verder saneren dan ook de boodschap, de manier waarop dat gebeurt, blijkt ook van groot belang te zijn naar de economische groei toe. Onderzoek van onder meer Alberto Alesina (Harvard), Silvia Ardegna (Goldman Sachs) en Francesco Giavazzi, Roberto Perotti en Carlo Favero (allen verbonden aan de Bocconi University, Milaan) geeft immers aan dat saneren langs de uitgavenzijde veel minder weegt op de economische groei dan saneren langs de inkomstenzijde. Anders uitgedrukt: wil de regering het groeipotentieel van de economie zo weinig mogelijk aantasten dan vormt vermindering van overheidsuitgaven een veel verstandiger keuze dan het opvoeren van de belastingdruk. Bovengaande auteurs weerleggen ook overtuigend eerdere kritiek van onder meer het IMF op hun conclusies.

Wil de regering Di Rupo het algemeen belang dienen, dan lijkt er weinig twijfel mogelijk over de te volgen strategie. Twee elementen dienen centraal te staan. Ten eerste, vasthouden aan de objectieven van 2,15% van het BBP begrotingstekort voor dit jaar en een begroting in evenwicht tegen 2015 (verder ook vast te houden voor de jaren nadien). Ten tweede, saneren langs de kant van de uitgaven. Dat bleek, zo becijferden we eerder reeds, zeker niet de sterkste kant van de regering Di Rupo die zich tot nu toe vooral liet gelden als een belastingregering.

Onze partners