Dirk Draulans
Dirk Draulans
Redacteur bij Knack
Opinie

11/06/12 om 09:09 - Bijgewerkt om 09:09

Milieuorganisatie onder vuur: het WWF is de vijand

Milieuorganisaties komen onder vuur te liggen van ngo's die uitsluitend met mensen bezig zijn. Een strijd van belangen.

Milieuorganisatie onder vuur: het WWF is de vijand

© Reuters

In de aanloop naar de grote conferentie over duurzame ontwikkeling in het Braziliaanse Rio de Janeiro, genoegzaam bekend geworden als Rio+20, omdat ze twintig jaar na de grote aardetop van 1992 plaatsvindt, vliegen er meer persberichten de mailboxen binnen dan er hyacintara's in het Braziliaanse regenwoud overleven. Milieuorganisaties als de International Union for Conservation of Nature (IUCN) en het WWF trekken daarin de kaart van een 'groene' economie om duurzaamheid te bevorderen en armoede te bestrijden.

'De natuur is rijkdom', heet dat in een bericht van het WWF. 'Ze verschaft arbeidsplaatsen, voedsel, water, kleding en energie. De natuurlijke rijkdommen moeten worden beschermd om een nog ergere economische instorting in de toekomst te vermijden.' Om dat te bereiken zijn 'nieuwe economische principes' nodig, zoals de ontwikkeling van ecologische welzijnsindicatoren en het in rekening brengen van milieukosten van beslissingen.

Het zou, bijvoorbeeld, nuttig zijn te weten hoeveel het water waard is dat velen van ons gratis uit de natuur halen, hoeveel er mag worden aangerekend voor het zuiverend effect dat bomen op de lucht hebben, of voor hun bijdrage in de strijd tegen het broeikaseffect. Daarenboven creëert een groene economie miljoenen nieuwe banen, wat nuttig is in de strijd tegen armoede. Want arme mensen zijn zelden milieuvriendelijk, omdat ze andere zaken aan hun hoofd hebben, zoals elementaire overleving.

Maar deze aanpak kwam onder zwaar vuur te liggen van de ngo World Growth, die claimt het beste voor te hebben met de vele mensen in de wereld, maar die als een lobbygroep voor de palmolie- en houtindustrie oogt. In een agressief persbericht beschuldigt ze het WWF ervan het concept duurzame ontwikkeling te willen vervangen door het streven naar een groene economie, waardoor de strijd tegen armoede ondergeschikt zou worden aan het behoud van de natuur. 'Ontwikkelingslanden en vele ngo's delen WWF's minachting voor economische groei en strijd tegen armoede niet', luidde het in het bericht, waarin ook werd benadrukt dat de politiek van het WWF het voor 'ontwikkelde' landen moeilijker zal maken om uit de economische crisis te komen.

Op zichzelf is zo'n oprisping niet erg, maar er is blijkbaar een tendens om het WWF, met zijn jaarbudget van meer dan 500 miljoen euro de grootste natuurbehoudsorganisatie ter wereld, onder vuur te nemen. Illustratief was het lange verhaal van eind mei in het Duitse weekblad Der Spiegel, waarin informatie uit vele hoeken werd aangedragen om te illustreren dat de organisatie nuttiger is voor de industrie, die zich via sponsoring graag een groen imago aanmeet, dan voor het milieu en de vele bedreigde diersoorten. Want de geleidelijke stijging van het budget van het WWF leidde niet tot een opvallende vermindering van de globale landschapsdegradatie en het uitsterven van dieren en planten.

De commotie rond de Spaanse koning Juan Carlos, erevoorzitter van het WWF, die in volle economische crisis in Botswana voor zijn plezier een olifant is gaan doodschieten, deed het beeld van de organisatie geen goed, wat vlak voor de conferentie in Rio kwalijke imagoschade opleverde. Waar is de morele autoriteit om anderen, en zelfs de wereld, de les te gaan spellen als je eigen uithangborden zich in hun besloten privécenakels als weinig milieubewust profileren? De link naar ethisch weinig consequent lobbywerk is dan snel gelegd.

Critici verwijten het WWF dat het via allerhande ingrepen, zoals duurzaamheidslabels voor hout, palmolie en vis, een te grote greep op het economisch gebeuren nastreeft. Ze verwijten het WWF dat er wereldwijd al miljoenen - vooral arme - mensen zijn moeten wijken voor pure natuurbeschermingsprojecten (alsof die geen meerwaarde voor een regio zouden kunnen betekenen, want natuur kan ook geld opleveren, onder meer in de vorm van toerisme).

In het algemeen wordt gesteld dat het WWF samenwerkt met grote multinationals om een strikte opdeling van de wereld in enerzijds plantages en monoculturen en anderzijds nationale parken te bewerkstelligen, ten koste van het welzijn van veel mensen. Voor ngo's die alleen armoede en andere puur op mensen toegespitste problemen willen bestrijden, is een ecologische (grootschalige) aanpak blijkbaar te hoog gegrepen. Het is zo gemakkelijk om de mens op een piëdestal hoog boven de rest van de wereld te zetten. Maar het is wel duidelijk dat het opsplitsen van de wereld in zones voor enerzijds mensen en anderzijds andere dieren geen realistische optie is. We moeten streven naar patronen waarin we gezellig kunnen samenleven, ook met andere diersoorten.

Dat zullen ze bij het WWF overigens ook wel weten.

Onze partners