Waarom dictators zich zo vreemd gedragen

25/10/11 om 11:22 - Bijgewerkt om 11:22

Bizarre trekjes zijn geenszins een universeel kenmerk bij dictators, maar wat ze wel gemeen hebben is de aandoening 'maligne narcisme'.

Waarom dictators zich zo vreemd gedragen

© Reuters

In bijna alle biografieën over Muammar Khaddafi worden ook steevast de bizarre kantjes van de persoonlijkheid van de Libische leider vermeld. Zo reisde hij altijd met een groep aantrekkelijke jonge vrouwelijke bodyguards, tooide hij zich in opvallend kleurrijke kledij en make-up en ontving hij bezoekers geregeld in een bedoeïenentent. Ooit zette hij er zelfs een neer in New York op het grondgebied van Donald Trump.

Gekke dictators

Veel dictators staan bekend voor hun bizar gedrag. Zo weigerde de Chinese communistische leider Mao Zedong volgens een biografie, geschreven door zijn eigen lijfarts, zijn tanden te poetsen. Mao's desinteresse voor tandhygiëne had mogelijk te maken met zijn boerenverleden.

De overleden Turkmeense "president voor het leven" Saparmurat Atayevich Niyazov, die tot zijn dood in 2006 regeerde, wilde dan weer dat zijn onderdanen sterke tanden kregen door net als honden op botten te kauwen. Niyazov hernoemde ook de maanden naar leden van zijn eigen familie.

François "Papa Doc" Duvalier, die van 1957 tot 1971 in Haïti heerste, beval dat alle zwarte honden in Haïti werden gedood nadat hem werd verteld dat een van zijn politieke rivalen in een zwarte hond was getransformeerd. Duvalier blies ook voodootradities nieuw leven in en riep zichzelf uit tot "Gods Uitgekozene".

Maar gekheid is geenszins een universeel kenmerk bij dictators. Saddam Hoessein en Jozef Stalin stonden bijvoorbeeld niet bekend om hun bizarre gedrag.

Narcisme

Wat dictators wel met elkaar gemeen hebben is volgens politiek psycholoog Jerrold Post van de George Washington University een narcistische persoonlijkheid. "De taal van bijvoorbeeld Khaddafi was extreem narcistisch: 'Mijn volk houdt van mij, ze houden van mij, ze zullen mij beschermen'", aldus Post op de website van ScieneLive. "Hij vond het onbegrijpelijk dat bepaalde mensen niet van hem hielden." Tot aan zijn dood zal Khaddafi het er wellicht erg moeilijk mee hebben gehad dat zijn eigen volk tegen hem in opstand was gekomen.

Veel dictators zijn maligne narcisten. Ze zijn extreem zelfingenomen en zien zichzelf als de redders van hun volk. Ze gedragen zich paranoïde en geven externe factoren de schuld als er iets misgaat. Zo wees Khaddafi met de vinger naar zowel het Westen als Al-Qaeda voor de Libische opstand. Hij beweerde zelfs dat iemand drugs in de Nescafe van de rebellen had gedaan. Maligne narcisten hebben ook een gebrek aan een geweten en zijn bereid om zoveel geweld als nodig te gebruiken om hun zin te krijgen.

Onzekerheid
Aan de basis van maligne narcisme ligt een gevoel van grote onzekerheid en een laag zelfvertrouwen, zegt Post. Soms heeft die onzekerheid tragische gevolgen. De Oegandese dictator Idi Amin was zo onzeker over zijn gebrek aan onderwijs dat hij dit uitwerkte op de intellectuelen in zijn land.

Khaddafi ging zelfs nog een stapje verder. Bepaalde elementen van het gedrag van Khaddafi doen denken aan een borderlinestoornis, zegt Post. "Hij kon zich heel high voelen als hij successen boekte en zich helemaal onkwetsbaar wanen. Wanneer de zaken minder goed liepen, werd Khaddafi heel onstabiel zoals in zijn geloof tijdens de opstand dat zijn volk van hem hield. (TE)

Lees meer over:

Onze partners