Jacques Rogge (IOC): 'Wij zijn zéér begaan met de mensenrechten'

23/12/13 om 08:14 - Bijgewerkt om 08:14

Na zes Olympische Spelen zwaaide Jacques Rogge dit jaar af als hoofd van het Internationaal Olympisch Comité. Knack sprak met hem over paranoia en kinderarbeid, over zwarte en subtropische sneeuw, over succes en trots. Een fragment.

Jacques Rogge (IOC): 'Wij zijn zéér begaan met de mensenrechten'

Jacques Rogge © AFP

Het Russische Sotsji is met zijn subtropisch klimaat een vreemde locatie voor Winterspelen. We horen berichten dat men er een kolossale berg sneeuw van vorige winter gekoeld houdt, voor het geval het de komende maanden niet meer zou sneeuwen.

Jacques Rogge: 'Oh, maar dat is helemaal niet uitzonderlijk. In Vancouver en Turijn hebben ze dat ook gedaan. Je moet je toch een beetje beschermen tegen uitzonderlijk weer? Zo duur is dat trouwens ook niet: gooi er een plastic hoes over en je bent al bijna klaar. De sneeuw koelt zichzelf. U zoekt spijkers op laag water. Ja, Sotsji-stad heeft een subtropisch klimaat. Maar dat is toch geen enkel probleem? Aan de oevers van de Zwarte Zee vinden alleen de schaatsevenementen plaats, en voor een indoorijsbaan maakt de buitentemperatuur niet uit. De Amerikaanse ijshockeycompetitie heeft teams in Florida en Californië, zonder dat iemand er schande van spreekt. Voor de buitensport trekken we naar de Kaukasus, op dertig kilometer van het centrum, waar je bergpieken tot 3000 meter vindt, met eeuwige sneeuw. Ideale omstandigheden om aan Alpijns skiën te doen.'

Kan wat dat betreft alles? Waarom geen Winterspelen op het Arabische schiereiland?

Jacques Rogge: 'Dat zou geografisch gezien absurd zijn. Nee, niet alles kan, maar Sotsji vind ik een zinnig project waar generaties Russen nog veel plezier aan zullen beleven.'

U wou de Olympische Spelen nooit mengen met politiek en bleef ver weg van discussies over mensenrechten. Is dat niet al te makkelijk? Is het een vorm van schuldig verzuim als iemand invloed heeft maar die bewust niet gebruikt?

Jacques Rogge: 'In tegenstelling tot wat veel mensen denken bekommert het IOC zich sterk om mensenrechten. Zeer sterk zelfs. Wij kaarten alle vormen van antisociale toestanden aan bij de organiserende landen. Wij hebben de arbeiders die aan olympische infrastructuur bouwen betere werkomstandigheden bezorgd. Voor de onteigeningen die onvermijdelijk gepaard gaan met grote olympische bouwprojecten eisen wij altijd een faire compensatie. We hebben met de grote sportkledingmerken een charter opgesteld tegen kinderarbeid. We hebben in China een wetgeving afgedwongen waardoor buitenlandse journalisten er vrij kunnen reizen.'

Mensenrechten zijn voor het IOC belangrijk, maar wij kruipen nooit publiekelijk op de barricaden. Dat zou contraproductief zijn en het is gewoon ook onze rol niet. Wij zijn geen politieke noch een soevereine organisatie. Trouwens - en dit is een persoonlijke bedenking - als je de reële macht van soevereine staten ziet in dergelijke aangelegenheden, dan is die vaak veel beperkter dan de mensen denken. Wereldproblemen oplossen is complexe materie.

Vroeger vertelde u in interviews dat u een zwak had voor Lance Armstrong. Hoe kijkt u daar nu op terug?

Jacques Rogge: 'Iedere sportfan voelde zich aangetrokken tot Armstrongs verhaal. Een atleet die kanker overwon en zich against all odds alsnog met de beste wielrenners ter wereld mat: ik had bewondering voor wat ik dacht dat een pure overwinning van de wilskracht was. Ondertussen weten we dat Armstrongs succes op bedrog was gebouwd, wat mijn herinneringen uiteraard besmet. Ik heb gejuicht voor iemand die het niet waard was.'

(JVB)

Het volledige interview met Jacques Rogge leest u in de Knack kerstspecial. Neem hier een supervoordelig abonnement op Knack.

Lees meer over:

Onze partners