'Hitler keek me recht in de ogen'

15/01/13 om 10:41 - Bijgewerkt om 10:41

Hij keek me recht in de ogen, glimlachte niet. Wat het meest opviel bij hem was het gezag dat hij uitstraalde. Hij ademde liefde voor de macht. Vroeger wist ik dat hij gevaarlijk was. Het is pas later dat ik begrepen heb wat voor een monster hij was. Herinneringen van een historicus aan Hitler.

'Hitler keek me recht in de ogen'

© Reuters

München in de jaren 1930: een joods kind observeert zijn overbuur, de toekomstige leider van het Derde Rijk. Edgar Feuchtwanger, die vandaag Brits historicus is, vertelt eindelijk zijn herinneringen. Gesprek met deze man die, voor hij vluchtte, het nazisme op de hoek van zijn straat zag opkomen.

Lange tijd was Edgard Feuchtwanger tevreden met het gezinsleven, de leszalen en de witte rozen uit Hampshire (Engeland). Maar niet iedereen heeft het duister privilege gekend de meest bloedige dictator van de twintigste eeuw als buurman gehad te hebben en eraan ontsnapt te zijn. "Waarom schrijf je je autobiografie niet?" vroegen zijn literair agent, zijn kinderen en kleinkinderen.

Edgar Feuchtwanger, inmiddels 88 jaar oud, is een beetje doof. Maar zijn gehoorapparaat werkt uitstekend en zijn geheugen is nog zeer goed. De oude man heeft het joodse jongetje weer tot leven geroepen dat tussen 1929 en 1939 de nazibeul door zijn venster observeerde voordat hij, 8 maanden voor het begin van de oorlog, vluchtte. "Ik heb Hitler met kinderogen willen vertellen, hem demythologiseren om beter zijn krankzinnigheid en zijn werkelijkheid te herinneren", vertelt de historicus in een Engels dat even perfect is als zijn kostuum. Hij verzekert dat de reis in de tijd, die het voorwerp is van een boek en een documentaire, zich zonder pijn heeft voltrokken. "Tenslotte loopt het verhaal voor mij zeer goed af."

Hij is "kleiner dan mijn vader, kleiner dan Rosie" Zijn verhaal begint in de nog niet zo lang vervlogen tijd waarin de welgestelde Duitsers een leren broek droegen en croquet speelden. Op de tweede verdieping van de Grillparzerstrasse, nummer 38, een gezellige straat van München, leeft dus een klein jongetje, geboren in 1924, met de bijnaam "Bürschi ".

Zijn vader Ludwig is een gerespecteerde uitgever bevriend met Thomas Mann. Zijn oom, Lion Feuchtwanger, auteur van de bekende " Jud Süß " die het leven vertelt van de joden in Duitsland in de 18de eeuw, is één van de meest gelezen Duitstalige auteurs van zijn tijd. Na de oorlog zal deze fervente tegenstander van het nazisme en sympathisant van het communisme (dat laatste zal hem last bezorgen tijdens zijn ballingschap in de Verenigde Staten), deelnemen aan de geboorte van Der Spiegel.

Ondertussen droomt Bürschi van een carrière als zeevaarder, vliegenier of crawlkampioen. Hij houdt ook heel erg van zijn kindermeisje, Rosie, een marxiste die uitstekende warme chocolademelk maakt en ingewikkelde vragen omzet in eenvoudige woorden. "Wat is jood zijn?" vraagt de jongen, waarvan de ouders, welgestelde intellectuele leken, geen voet in de synagoge zetten. "Jij en ik, wij zijn gelijk, het is alleen dat de joden niet geloven dat Jezus bestaan heeft", antwoordt Rosie terwijl ze het gouden kruisje op haar bloes toont. De bloes van Rosie heeft altijd gelijk.

Maar enkele meter van daar, denkt de "schurk", zoals oom Leon hem noemt, daar anders over. Edgar is acht jaar wanneer hij voor de eerste keer de nazileider op straat tegenkomt. München speelt een bizarre rol in de geografie van het Derde Rijk. Het is daar dat Hitler in 1923 een putsch waagde die hem 9 maanden gevangenis opleverde. Het is daar ook dat de zetel van de NSDAP en de woning van Ernst Röhm zich bevonden, de leider van de verschrikkelijke Sturmabteilung die enkele dagen na de Nacht van de Lange Messen werd geëxecuteerd. Het is ook daar tenslotte dat de toekomstige kanselier verblijft wanneer hij niet staat te schreeuwen in Berlijn of neerkijkt op de wereld vanuit de Berghof, zijn vakantieverblijf in de Beierse Alpen.

Van de man met de Mackintosh regenjas en de Trilby hoed, merkt het kind de snor op, de metaalblauwe ogen, de kleine gestalte... - "hij is kleiner dan mijn vader, kleiner dan Rosie" schrijft hij - "een kleine snee in de kin en zelfs... een paar haartjes in de oren." "Hij keek me recht in de ogen, glimlachte niet. Wat het meest opviel bij hem was het gezag dat hij uitstraalde. Hij ademde liefde voor de macht. Vroeger wist ik dat hij gevaarlijk was. Het is pas later dat ik begrepen heb wat voor een monster hij was", herinnert Edgar zich.

"Thuis spraken mijn ouders enkel over Hitler"

Op hetzelfde moment op school, tekent Edgar braaf hakenkruisen in zijn schriften, strekt de arm als Fräulein Weikl het vraagt en begrijp niet waarom Ralph, zijn beste vriend, hem niet meer aanspreekt. Of hij begrijpt het te goed. "Ik heb nooit Hitler bewonderd en ik ben nooit beschaamd geweest dat ik jood ben maar ik was een ijverige leerling. De propaganda was overal en we moesten gehoorzamen."

Gekweld door de angst vragen de Feuchtwanger zich af of ze München moeten verlaten voor Palestina. Of moeten ze naar Sanary-sur-Mer, in het Zuiden van Frankrijk, waar oom Leon en Bertolt Brecht zich verschuilen ? Tante Bella in Praag vervoegen? Uiteindelijk kiest het gezin Engeland. Ondertussen heeft de nazi veelvraat Oostenrijk , Sudetenstreek en Tchekoslovakije opgeschrokt. En de Kristalnacht, eerste pogrom van het nazitijdperk, heeft de laatste glimp van democratie verslonden. In de nacht van 9 op 10 november 138, worden 200 synagogen vernield, een honderdtal joden vermoord en bijna 30.000 onder hen naar concentratiekampen gedeporteerd.

Vierenzeventig jaar later heeft Edgar niets vergeten van die ijskoude nacht waarop de brutale mannen van Goebbels op zijn deur bonkten. De soldaten zijn binnen gekomen, ze hebben geschreeuwd en mijn vader meegenomen onder mijn moeders en mijn ogen." Ludwig wordt zes weken in Dachau geïnterneerd. Hij komt er de dag voor Kerstmis van terug, vermagerd, verouderd en dit keer vastberaden "de schurk" van rechtover te ontvluchten... die rustig thuis kerstavond doorbrengt, bediend door zijn trouwe huishoudster, Mevr. Winter", schrijft Edgar.

Hij bekent zich een vreemdeling te voelen wanneer hij de Rijn nadert

We zijn verbaasd over de wonderlijke terugkeer van Ludwig. Maar nee: "Vroeger kwam het voor dat de nazi's joden naar Dachau stuurden om ze schrik aan te jagen en aan te zetten Duitsland te ontvluchten", verduidelijkt de historicus.

Wanneer Edgar op 14 jarige leeftijd München voor Engeland verlaat, is zijn kindertijd voorbij. Bürschi, het troetelkind, is een scherpzinnige jongeman geworden die geboeid is door geschiedenis en klaar is zich in te zetten voor zijn nieuw vaderland en de moderniteit (hij skypet vandaag met het gemak van een jonge knaap. "Euforie kan leiden tot buitensporigheid. Maar je moest toch "damn stupid" zijn om aan te sluiten bij het monsterlijk fanatisme van Hitler. Hoe hebben zoveel opgevoede mensen zich laten vangen?" verbaast hij zich vandaag.

De banden met zijn geboorteland blijven los. Edgar is lid van de Anglicaanse Kerk en wenst dat we hem herinneren als een "rechtschapen Britse burger". Hij bekent zich als een vreemdeling te voelen wanneer hij de Rijn nadert. "Voor Duitsland, is het nazisme een zware wolk die onmogelijk weg te jagen is", zegt de oude man. Hijzelf heeft zich nog nooit zo licht gevoeld.

Géraldine Catalano

Onze partners