Het leven zoals het is: pedofiliejager

13/10/11 om 09:17 - Bijgewerkt om 09:17

Peter De Waele voert als pedofiliespeurder al vijftien jaar huiszoekingen uit bij verdachten van zedenfeiten met minderjarigen. Hij schreef een pedofiliewegwijzer voor dummies, een antwoord op alle vragen die hem doorlopend gesteld worden.

Het leven zoals het is: pedofiliejager

Peter De Waele voert als pedofiliespeurder al vijftien jaar huiszoekingen uit bij verdachten van zedenfeiten met minderjarigen. Hij schreef met Kan je een geheim bewaren? een pedofiliewegwijzer voor dummies, een antwoord op alle vragen die hem doorlopend gesteld worden. Een fragment. Zelfs na al die jaren zedenwerk sta ik nog altijd wat onwennig rond te drentelen wanneer ik, meestal rond vijf uur in de ochtend, voor een woning sta om de zoveelste huiszoeking uit te voeren. Ik zie dan een beeld van de nietsvermoedende inwoners die binnen enkele ogenblikken wel door een zeer onaangename wekdienst bruusk uit hun slaap zullen worden gehaald. Wanneer we door het vooronderzoek weten dat er wellicht ook kinderen aanwezig zullen zijn, wordt de interventie des te delicater. We moeten immers ook in hun kamer speuren naar bewijsmateriaal: niet zelden wordt bezwarend materiaal weggestopt in ruimtes waarvan de dader hoopt en vermoedt dat de politie ze tijdens een huiszoeking zal overslaan.

Gelukkig ken ik heel wat collega's die een juiste middenweg vinden tussen een veilige en professionele uitvoering van de zoeking en een menselijke aanpak.

Net voor ik aanbel, realiseer ik me altijd weer dat mijn rechterwijsvinger een tijdbom in werking zet die, wanneer de beschuldigingen kloppen, even later een mensenleven zal doen ontploffen. De onherstelbare schade van deze explosie is niet min: meestal verliest de pedoseksueel in een mum van tijd zijn vrouw, zijn kinderen, zijn werk, zijn vrienden, zijn familie. Kortom, zijn 'bestaan'. Want ook als achteraf blijkt dat de huiszoeking onterecht was, dan nog zal het leven van de verdachte nooit meer hetzelfde zijn als voorheen. Op het ogenblik dat men iemand het etiket pedofiel opkleeft, is dat vrijwel voor eeuwig. Zo zal een man die, zelfs onterecht, van kindermisbruik werd verdacht, nooit meer gevraagd worden om 'eventjes op de nichtjes te passen'. Je weet immers maar nooit... Het streven naar objectiviteit, ik kan het niet genoeg herhalen, zou dan ook voor (zeden)onderzoekers een blijvende prioriteit moeten zijn.

(...)

Zeg me hoe je leeft
Huiszoekingen zijn efficiënte en terechte onderzoeksdaden, maar blijven toch een serieuze schending van de privacy. Ieder plekje wordt betast, ieder papiertje wordt gelezen, ieder zelf opgenomen filmpje bekeken. Je zou verrast zijn mocht je weten wat er zich achter heel wat voordeuren afspeelt.

Allereerst zijn er de hygiënische omstandigheden. Het is echt niet voor te stellen hoe sommige mensen leven. Bedden met daaronder bevuilde slips, bebloede maandverbanden, petflessen vol urine en gebruikte condooms. Ooit belandden we voor een zoeking in een slaapkamertje van een pedofiel. Er lag metershoge rommel, waarin enkel één klein vies plekje nog vrij was, totaal ingesloten door deze puinhoop. Daar sliep de man op een laken en een kussen dat oorspronkelijk wit moet zijn geweest, maar dat intussen geelbruin gekleurd was, met vlekken. Toen we, gekleed in overall, urenlang elk stukje van die rotzooi hadden onderzocht en de kamer uitgedragen, ontdekte mijn collega plots een houten bol, die ongeveer een meter boven de grond uitstak. Hij wou de bol vastnemen, maar stelde vast dat die ergens aan vastzat. Bij het uitgraven van die bol kwamen we er tot onze verbazing achter dat het om het bovenste deel van een houten bedstee ging. We hadden zelfs nog niet gemerkt dat er een bed stond in de kamer. Een huiszoeking is dan wel een ernstige politietaak, de reactie bij de ontdekking van die 'schat' was onder de aanwezige collega's hilarisch.

Je ontdekt niet alleen mogelijk bewijsmateriaal tijdens een zoeking, je ontdekt natuurlijk ook wie iemand is en hoe hij leeft. Zo kleefde er bij een veertigjarige ingenieur, die nog bij zijn ouders woonde, overal post-its: zijn ouders waren op reis en de kleefbriefjes waren voor hem bestemd. Zo lag er naast de deurmat een kattebelletje met: 'Vergeet je schoenen niet uit te doen.' In de keuken stond op de koelkast: 'Als je je melk neemt, zet die dan na gebruik onmiddellijk terug.' Ik had de indruk dat de man zich meer schaamde voor de briefjes die we aantroffen dan voor het ontdekken van zijn kinderpornocollectie. Misschien was het feit dat hij als kind werd behandeld er mee de oorzaak van dat hij op zijn beurt niet kon converseren met volwassenen, en het ook nooit geleerd had. Onaanvaardbaar maar begrijpelijk dat hij contact zocht met kinderen, de enige mensen met wie hij wel had geleerd om relaties op te bouwen.

Het niet kunnen voorspellen van wat je gaat vinden tijdens een zoeking, maakt het ook zo mysterieus. En natuurlijk wakkert dat mysterieuze de nieuwsgierigheid van de politieman nog meer aan. Het is normaal dat je er voordat je aan de inval begint, op rekent dat je goed zit, maar niet zelden hoop je bij de ontdekking van duizenden dvd's en cassettes dat de volgende kamer ook niet propvol gegevensdragers staat. Je moet uiteraard iedere dvd of cassette bekijken. Dat vergt veel energie, fysiek maar vooral psychisch. Je hoeft geen psycholoog te zijn om te weten dat het bekijken van kinderporno je wereldbeeld niet verbetert.

Peter De Waele, Kan je een geheim bewaren? Mijn vijftien jaar ervaring als pedofiliespeurder, verschijnt op 15 oktober bij uitgeverij Van Halewijck, 215 blz., 17,50 euro, ISBN 9789461310101.

Lees meer over:

Onze partners