Gesprek met paus Benedictus XVI over seksueel misbruik in de Kerk

05/04/11 om 11:03 - Bijgewerkt om 11:03

In een exclusieve voorpublicatie in Knack praat de paus openhartig over de grootste crisis uit de geschiedenis van de kerk: seksueel misbruik door priesters.

Gesprek met paus Benedictus XVI over seksueel misbruik in de Kerk

© Corbis

De Duitse journalist Peter Seewald sprak vorig jaar dagen lang met paus Benedictus XVI. Het resultaat werd het boek 'Licht van de wereld'. Een kort fragment.

Een jaar geleden pakten heel donkere wolken samen boven de katholieke kerk. Als uit een diepe afgrond kwamen talloze en onvoorstelbare gevallen van seksueel misbruik uit het verleden aan het licht, begaan door priesters en religieuzen. Is het, zoals we vaak konden lezen, werkelijk een van de grootste crisissen uit de geschiedenis van de kerk?

BENEDICTUS XVI: Ja, we moeten toegeven dat het een grote crisis is. Het was voor ons allemaal een schok. Opeens zoveel vuiligheid. Het leek alsof een vulkaankrater plotseling een geweldige, smerige wolk uitbraakte en alles verduisterde en vervuilde. Het priesterschap leek ineens beschamend. Elke priester werd ervan verdacht dat hij er "ook zo eentje" was. Vele priesters zeiden dat ze een kind niet eens meer een hand durfden te geven, laat staan mee durfden te gaan op kindervakantiekamp.

Niet alleen het misbruik is onthutsend, ook de manier waarop er mee omgegaan werd. De feiten werden decennia lang verzwegen en weggemoffeld. Voor een instelling die de liefde in het vaandel draagt, betekent dat het bankroet.

BENEDICTUS XVI: Daarover heeft de aartsbisschop van Dublin me iets heel interessants gezegd. Hij zei dat het kerkelijk strafrecht tot in de jaren vijftig gefunctioneerd heeft. Het was weliswaar niet volmaakt, je kunt op vele punten kritiek hebben, maar niettemin: het werd toegepast. Maar vanaf het midden van de jaren zestig werd het gewoon niet meer gehandhaafd. De gedachte was dat de kerk niet een kerk van recht maar een kerk van liefde moest zijn; ze mocht niet straffen. Het besef dat straffen een daad van liefde kan zijn, was verloren gegaan. Zelfs bij oprecht goede mensen was in die jaren een opvallende verduistering van het denken vast te stellen.

Volgens Ernst-Wolfgang Böckenförde, oud-lid van de Hoge Raad in Duitsland, is de eigenlijke oorzaak van de verkeerde ontwikkeling, die decennia lang heeft geduurd, een diep verankerde handelwijze die alleen het belang van het instituut kerk voor ogen heeft. Het welzijn en het aanzien van de kerk gaan vóór alles. Het welzijn van de slachtoffers daarentegen raakt als vanzelf op de achtergrond, hoewel vooral zij door de kerk beschermd moeten worden.

BENEDICTUS XVI: De analyse is natuurlijk niet gemakkelijk te maken. Wat beschouw je als het belang van het instituut kerk? Waarom reageerde men vroeger niet op dezelfde manier als wij tegenwoordig doen? Ook de pers bracht zulke dingen vroeger niet ter sprake, het besef was toen anders. We weten ook dat de slachtoffers zelf grote schaamte voelen en beslist niet zomaar in de publiciteit willen komen. Velen van hen konden het pas na tientallen jaren opbrengen te vertellen wat er met hen gebeurd was.

Enkele dingen zijn nu noodzakelijk. Ten eerste moet er voor de slachtoffers gezorgd worden, ze moeten op alle mogelijke manieren terzijde gestaan worden met hulp en therapie. Ten tweede moeten we zulke vergrijpen voorkomen door een juiste selectie van priesterkandidaten. En ten derde moeten de daders bestraft worden en ver gehouden van iedere mogelijkheid om hun daden te herhalen.

In hoeverre misbruikgevallen openbaar gemaakt moeten worden, is weer een vraag op zich. Het antwoord zal anders zijn, afhankelijk van de verschillende bewustzijnsfasen in de publieke opinie. Maar wat nooit mag gebeuren, is dat wij wegsluipen en doen alsof we het niet gezien hebben, zodat de daders verder hun gang kunnen gaan. De kerk moet dus waakzaam zijn: wie gefaald heeft, moet gestraft worden en mag vooral geen contact met kinderen meer hebben.

Onze partners