'De media missen subversie' (Manu Riche)

07/02/12 om 16:34 - Bijgewerkt om 16:34

Documentairemaker Manu Riche regisseert dezer dagen 'Raymond', een theaterstuk geïnspireerd op het leven van Raymond Goethals. Maar bovenal is hij een observator, met een scherp oog voor de gang van zaken in de media.

'De media missen subversie' (Manu Riche)

© Saskia Vanderstichele

Hij was lid van de bende van Striptease, een groep eigenzinnige reportagemakers die jarenlang elke maand het scherm van de RTBF kleurden. Maar ook op de Vlaamse televisie maakte Manu Riche naam. Onder meer met Hoge Bomen, een reportagereeks waarvoor hij keizer, koning en ook wel Steve Stevaert filmde.

Hij regisseert in de KVS nu Raymond. Een stuk dat geïnspireerd is op het leven van Raymond Goethals, de trainer die vandaag tovert in de voetbalhemel - de enige plek waar de Belgen wellicht wel scoren.

Ik vraag hem of hij in het geval van Goethals niet liever achter de camera gestaan had, een documentaire had gemaakt over de nog steeds gemiste Raymond La Science. Riche schudt het hoofd. 'Raymond was een flamboyante man. Iemand die heel ijdel was. Zijn haren verfde, op het einde van zijn leven toch. Hij was ook obsessief met zijn vak bezig. Voetbal was zijn hele leven. Niemand wist of hij daarnaast ook een privéleven had. Niet dat hij daar niet over wou praten, hij kon het wellicht niet. Een reportage over hem zou wellicht een karikaturaal beeld opgeleverd hebben en daar was ik niet in geïnteresseerd. Daarom vind ik zo'n theatervoorstelling zo boeiend: nu konden we die lege plekken in zijn leven zelf invullen. Maar het wordt zeker geen biografie van Raymond. Het gaat niet over de louche affaires waarbij hij betrokken was. Of over concrete zaken uit zijn trainerscarrière. Toch ben ik zeker dat veel mensen hem zullen herkennen. Al is het maar omdat het stuk gespeeld wordt in een taal die zowel voor Nederlands- als voor Franstaligen verstaanbaar zal zijn. Raymond was een van de laatste Belgen, iemand die nog tot de twee gemeenschappen behoorde.

Arno Hintjens leeft ook nog.

Manu Riche: Ja, maar bij Arno is dat toch iets anders. Hij is in Wallonië bekend geworden nadat Frankrijk hem omarmd had. De Vlamingen beschouwen hem ook nog altijd als een Vlaming. Bij hem is het Belg-zijn bijna een statement. Terwijl Raymond zich niet opstelde als een Belg: bij hem was dat iets vanzelfsprekends. Die vanzelfsprekendheid is, samen met zijn generatie, verdwenen. Ik zie deze voorstelling ook helemaal niet als een statement, meer als een herinnering. Een relikwie. Raymond is de geschiedenis van gisteren, van hoe dit land ooit was. Een geschiedenis die vandaag vergeten lijkt.

Jullie waren de grootvaders van de reality-tv, een genre dat nu pijnlijk ontspoord is. Met dank aan programma's als Exotische Liefde en Superfans.

Riche: (schudt het hoofd) We zijn nooit op zoek gegaan naar de meest exotische rariteitenkabinetten. Een programma als Superfans of Exotische Liefde is een format. Zij willen een bepaald effect creëren. En ze doen er alles aan om dat effect teweeg te brengen, ook al gaat dat dan ten koste van mensen. Dat is ongeveer het tegenovergestelde van wat wij destijds bij Striptease deden: wij wilden reportages maken over een maatschappelijke context, zonder dat we vooraf nadachten over effecten. Daarom kunnen die Striptease-documentaires vandaag ook nog uitgezonden worden op Canvas, ook al zijn ze twintig jaar oud. Omdat het over maatschappelijke thema's van alle tijden ging zoals eenzaamheid, ouderdom... Met alle respect voor Man Bijt Hond: dat is vaak prachtige televisie, maar dat kun je over twintig jaar niet meer bekijken. Daarvoor is het te anekdotisch. Striptease keek ook met de blik van de buitenstaander naar het land: we hekelden de PS, maar net zo goed Vlaanderen. Eigenlijk maakten we reportages over Vlaanderen die de Vlamingen zelf nooit gemaakt hebben. Vandaag zou dat niet meer kunnen.

En waarom niet?

Riche: Het zou niet meer getolereerd worden. Vlaanderen en Wallonië zijn te ver uit elkaar gegroeid, maar ze zijn ook te ernstig geworden. We zijn zo bang om naar onszelf te kijken. Nergens is dat zo duidelijk als op televisie.

Er is toch nog Man Bijt Hond.

Riche: Nogmaals: hoe goed dat ook is, bijtend is het nooit. Het is allemaal heel lief en braaf. Net als alle programma's van Woestijnvis, trouwens. In de jaren zeventig had je Jan Van Rompaey en Echo, dat had nog iets relativerends. Maar die toon zijn we helemaal kwijtgespeeld. Terwijl het ooit onze grootste kracht was. Het is geen toeval dat er op televisie nauwelijks nog satire vertoond wordt. De media missen vandaag een portie subversie. Alles is zo weinig spannend geworden. (ST)

Lees het hele interview deze week in Knack.

Lees meer over:

Onze partners