21/04/12 om 11:25 - Bijgewerkt om 11:25

Meer geld voor het IMF: het schijnakkoord

De middelen van het IMF worden verhoogd, vooral door Europa zelf. De internationale solidariteit is erg beperkt.

Meer geld voor het IMF: het schijnakkoord

© Image Globe

Beweren dat het gisteren bereikte akkoord over de verhoging van de middelen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) niks voorstelt, is overdreven. Beweren dat we hier nu de grote internationale steunmanifestatie voor de eurozone meemaken, is wel volslagen onzin. Ter verificatie hiervan volstaat het de details van het bereikte akkoord na te gaan.

De middelen van het IMF worden verhoogd met méér dan 430 miljard dollar, zo orakelen vooral Europese bewindslui. Op dit moment is die bewering manifest onwaar. Geen 430 maar slechts 360 miljard dollar zijn effectief toegezegd. Bovendien ligt in de G20-verklaring en in de diverse commentaren achteraf de nadruk op het feit dat de middelen voor alle leden van het IMF beschikbaar staan (wat overigens de logica zelf is).

70 procent van die 360 miljard dollar komen van de eurozone en andere Europese landen als Engeland, Zweden, Zwitserland, Noorwegen, Polen, Denemarken en Tsjechië. Pittig detail: Tsjechië draagt 1,5 miljard dollar bij maar houdt zich zeer nadrukkelijk het recht voor die middelen enkel ter beschikking te stellen voor aanwendingen die het land expliciet goedgekeurd, een soort dubbele conditionaliteit dus.

Zegt met name de Tjechische houding veel over de interne solidariteit binnen Europa, dan geeft het feit dat Europa zelf voor 70 procent van de reëel toegezegde verse middelen voor het IMF moet zorgen ook aan hoe precair de nu officieel zo beleden internationale solidariteit wel is.

Voor alle duidelijkheid: de eurozone vertegenwoordigt 14,3 procent van de wereldeconomie (exact even veel als China).

Voor de resterende 70 miljard dollar (430 min 360) zou moeten gezorgd worden door China, India, Rusland, Brazilië, Indonesia, Maleisië en Thailand (de eerste vijf horen bij de tien grootste economieën van de wereld). Deze landen overwegen een inbreng te doen maar willen daar eerst verder intern over beraadslagen.

De discussie over de verhoging van de middelen van het IMF loopt al maanden zodat het wel erg bevreemdend is dat zij daar nu nog intern moeten over discussiëren. De realiteit is dat deze landen, zeer begrijpelijk, een herschikking van de stemmingsrechten binnen het IMF willen in ruil voor een verhoogde inbreng van hen in de middelen van het IMF.

Daar kan echter geen sprake van zijn op dit moment omdat vooral de VS daar visceraal tegen zijn. Komen die landen toch over de brug, zo vernemen we binnen het IMF, dan zal daar sowieso een hele trein voorwaarden aan vasthangen.

Samen met Canada blijven de VS trouwens volkomen langs de zijlijn staan voor wat betreft de verhoging van de IMF-middelen. De houding van beide landen is dat het niet helpt geld tegen de europroblematiek aan te gooien zolang de eurozone er niet in slaagt de institutionele tekortkomingen van de monetaire unie in Europa grondig aan te pakken. Het gaat daarbij vooral (maar niet alleen) om de creatie van een heuse politieke unie met belangrijke en onherroepelijke overdracht van nationale bevoegdheden naar het Europese niveau.

Voor deze stelling van de VS en Canada bestaat ruime sympathie binnen het IMF. Dat blijkt duidelijk uit de woorden van Tharman Shanmugaratnam, de vicepremier en minister van Financiën van Singapore. Shanmugaratnam is tevens voorzitter van het IMFC, het International Monetary and Financial Committee. Het IMFC is de operationale arm van het IMF. Na de meeting van gisteren verklaarde Tharman Shanmugaratnam: "De echte oplossing van de huidige crisis heeft alles te maken met budgettaire en structurele hervormingen die de reële oorzaken van de crisis aanpakken, vooral in Europa, maar ook elders. De fundamentele oplossing van de crisis heeft bitter weinig te maken met hogere firewalls en dergelijke".

De eurozone is vooral solidair met zichzelf en wil de schijn ophouden dat de rest van de wereld participeert aan die solidariteit via het IMF. In de realiteit is er, op een paar uitzonderingen na, weinig sprake van die internationale solidariteit. Het onvermogen van de euroleiders om de crisis in eigen haard grondig aan te pakken maakt dat er heel goede redenen zijn voor die houding van de internationale gemeenschap.

Johan Van Overtveldt

Onze partners