Mark Demesmaeker (N-VA)
Mark Demesmaeker (N-VA)
Europees parlementslid voor N-VA
Opinie

08/05/13 om 18:27 - Bijgewerkt om 18:27

Meer én minder Europa

Mark Demesmaeker (N-VA) over Dag van Europa.

We horen of lezen het iedere dag: Europa bepaalt ons dagelijks leven. Productnormen die de interne markt moeten stroomlijnen (zoals de maximum CO2-uitstoot van personenwagens), regels ter bescherming van de consument (zoals de etikettering van voedingsproducten), de kwaliteit van water en lucht, het niveau van energie-efficiëntie waaraan onze huizen moeten voldoen: allemaal nuttige ingrepen die indirect ingrijpen op de maatschappij waarin we leven.

Voor Europarlementsleden als mezelf is het een voorrecht om, via Europa, een bijdrage te leveren aan het algemeen belang, zoals dat zo mooi heet. En toch. Zulks is vandaag de dag niet meer genoeg. In een tijd waarin economische onzekerheid de fundamenten van het Europees project tot het uiterste test, trekken velen het nut van Europa in twijfel. Want het is "allemaal mooi en wel, dat Europa", zo krijg ik van veel kanten te horen, "maar wat doet Europa écht voor mij, als burger?"

Een terechte vraag. Burgers willen zich immers verbonden voelen met Europa. Het concept "burgerschap van de Europese Unie" dat in 1992 door het Verdrag van Maastricht werd geïntroduceerd, wilde daarom een nieuwe, politieke dimensie toevoegen aan het tot dan toe voornamelijk economische karakter van de Europese integratie. Sindsdien betalen we minder voor telefoongesprekken, is er toegang tot gezondheidssystemen van andere landen, kunnen we vrij circuleren en verblijven in de Europese Unie, is er een eenvoudigere - maar nog niet probleemloze - erkenning van beroepskwalificaties waardoor burgers gemakkelijker in een ander Europees land kunnen gaan werken. Allemaal rechten waardoor Europa niet alleen meer indirect, maar ook rechtstreeks, een positieve invloed wil uitoefenen op het dagelijks leven van 500 miljoen personen.

De Unie probeert deze rechten en voordelen in 2013 extra onder de aandacht te brengen via het "Europees Jaar van de Burger". Een van de initiatieven is het aangaan van het debat met de gewone Europeaan. Zo was Eurocommissaris Karel De Gucht op 12 april te gast in Gent om de voordelen van Europa en de aanpak van de crisis te verdedigen.

Helaas, blijkbaar schortte er iets aan zijn uitleg, want hij werd er op een koude douche getrakteerd door een Ierse jongedame die hem zonder blikken of blozen verkondigde dat "de Ierse burger niet meer de indruk heeft dat ze iets te zeggen hebben over hun eigen regering want zoals we weten komt zowat 80% van onze wetgeving rechtstreeks van Europa, zonder input van ons".

Debatten zijn uiteraard een middel om de burger te proberen overtuigen van het huidige Europese project. En het is goed dat alle Europeanen, als ze willen, zo hun zeg kunnen doen over de Europese gang van zaken. Maar het is duidelijk dat de EU ook meer nodig heeft dan goedbedoelde maar vrijblijvende gedachtewisselingen. De communicatie moet duidelijker en eerlijker, de structuren helderder.

Europa is een geweldig project zolang je er als vertegenwoordiger vanuit Europa maar in slaagt Yorgos uit Griekenland, Erik uit Zweden en Janos uit Hongarije duidelijk te maken waar het om gaat. Dit bereik je niet door chauvinistisch te gaan doen à la Guy Verhofstadt die in zijn manifesten niet verder kwam dan een paar holle slogans als "er trots op te zijn Europeaan te zijn".

Meer Europa vormt geen pasklaar en automatisch antwoord op elke uitdaging die zich stelt. Het gaat niet om meer of minder Europa, maar om meer én minder. Europa mag geen valse verwachtingen creëren dat het voor alles een oplossing in huis heeft. Wie die illusie levend houdt, voedt de kritiek. Ik sta voor een Europa dat door iedereen kan worden begrepen en kan groeien van onderuit, een Europa waar wetgeving zo dicht mogelijk bij de burger wordt gemaakt en uitgevoerd, maar tezelfdertijd ook meerwaarde biedt waar kan.

Zo heb ik, als relatief nieuw Europees parlementslid, uit eerste hand mogen meemaken hoe Europa akkoorden maakt die de burger tot voordeel strekken. Na drie maanden van intens onderhandelen tussen de Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement heb ik immers, als mede-onderhandelaar, mee een pakket Europese wetgeving onderhandeld dat Europese lidstaten moet helpen om zich optimaal voor te bereiden om de burgers te beschermen tegen mogelijke toekomstige pandemieën, zoals bij een volgende potentiële wereldwijde uitbraak van het vogelgriepvirus. Met het pakket zorgt Europa ook voor een verbeterde en goedkopere toegang tot vaccins: meerdere lidstaten kunnen in de toekomst immers samen een aankoop van vaccins doen, waardoor ze over een sterkere onderhandelingspositie tegenover de farmaceutische bedrijven beschikken en betere prijzen kunnen afdwingen. En dat is uiteindelijk pure winst voor de burger.

Het is misschien niet veel, maar een Europa dat zich inzet voor dergelijke praktische zaken, kan meerwaarde bieden. Ik hoop dat ik de burger alvast van dàt Europa kan overtuigen.

Onze partners