Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

15/06/11 om 16:45 - Bijgewerkt om 16:45

Man bijt archeologie

In het voorjaar kreeg Louis Tobback alom een forum toen hij zijn gal spuugde over de archeologische opgravingen op het Fochplein in Leuven. Dr. Veerle Lauwers, als archeologe verbonden aan de KUL mocht hem hier al weerwoord bieden op het vlak van relevantie. Na een parlementaire vraag aan minister Bourgeois, kan Vlaams Parlementslid Bart Caron nu zelfs ronduit beweren dat de Leuvense burgemeester uit zijn nek kletst. En met hem een rits mindere goden.

Louis Tobback houdt van blaffen, en dan heb ik het niet over het gekeffer van zijn schoothondje dat de piepjonge minister Q van aan zijn voordeur verdreef. Ik heb het over de buldog Tobback die naast het hondje stond. Waar is de tijd? Boude uitspraken heeft hij nooit geschuwd, de consequenties ervan dragen vond hij niet steevast noodzakelijk. Gelukkig maar, het spoorverkeer wordt al genoeg verstoord, ook zonder dat hij zich voor elke TGV werpt. Waar is de tijd? Waar is de tijd toen Louis Tobback nog relevant was? Nu blijkt hij nauwelijks meer dan een oude krokodil, met het soortelijk gewicht van een opblaasbare versie. Een heliocentrische zonnegod in zijn hoogstpersoonlijke heelal. Nog steeds neemt hij geen blad voor de mond, acht hij het niet onoverkomelijk een ganse generatie te schofferen, vindt hij zijn moraliserend eigen gelijk aangenaam in zijn oren klinken. Het moet schrikken geweest zijn toen er wederwoord kwam vanuit 'de jeugd van tegenwoordig' en die reactie niet enkel virtueel was, gepost vanuit een luilekkere ergonomische bureaustoel, zo ergens tussen 9 en 5 exclusief koffiebreaks. Nee, zeg, die jonkies durven hem recht in de ogen kijken en hem tegenspreken. O tempera, o mores.

Even haalde hij weer de media, voor hem genoeg om te kunnen gewagen van een 'moment de gloire'. Zou hij onderhand niet moeten weten dat de gazetten of godbetert de boekskes halen voor een politicus niet het hoogste goed is? Misschien kan de burgemeester zich maar beter weer terugtrekken in de beschermende cocon van zijn stadhuis van zijn stad. Kan hij verder gaan met de belangrijke zaken des levens, archeologie bijvoorbeeld.

Het lijkt misschien vreemd, maar Louis Tobback houdt niet van archeologie, van archeologen en al helemaal niet van opgravingen. Vreemd omdat hij van zichzelf heel expliciet net het tegendeel beweert. Vreemd omdat archeologie toch een wezenlijk onderdeel vormt van de Faculteit Letteren, anno 1425, van de universiteit die er op haar eentje heeft voor gezorgd dat Leuven meer werd dan een boerengat. De stella even buiten beschouwing gelaten. Vreemd omdat archeologie toch bijzonder interessant moet zijn voor mensen die Leuven bezoeken omwille van zijn historisch patrimonium. Vreemd omdat het verleden ons wel eens iets kan leren over het heden. Een idee waarvan hij zichzelf exemplarisch acht.

Maar nee, hij houdt er niet van. En iedereen mag dat weten. Maandenlang foeterde hij op de wroeters die de herrijzenis van het Fochplein tot 'zijn' De Somerplein tegenhielden. Meer dan drie maand hielden die mollen zijn stad in hun greep. Frustratie, ruim uitgesmeerd in de (weekendbijlagen van de) kranten en magazines. "Weet je wel wat dat kost? En wat vinden ze? Een beerput." (het grommende stemgeluid waarmee dit woord wordt uitgesproken, kan u er zich vast moeiteloos bij voorstellen.)

Nee, meneer de burgemeester. Ik heb het eens nagevraagd en weet je wat ze er vonden? Een dwarsdoorsnede van acht eeuwen stadsontwikkeling. Mij lijkt dat interessant... En wat het kostte? Dat kon de minister me niet vertellen, dat weet jij blijkbaar als enige, omdat alles via een onderaannemer moest verlopen.

Louis Tobback mag van mij gerust grommen en grollen, in huiselijke kring en voor mijn part zelfs in zijn schepencollege. Maar het publiekelijk kruisigen van een hele beroepsschare, van een hele academische wetenschap? Nee, dat niet.

Want we weten allemaal hoe dat gaat. In de slipstream van de grote roerganger voelen de kleine garnalen zich gesterkt. Een burgemeester van een stad van het niveau Leuven min de universiteit (en de stella), krijgt plots een forum om zijn gal te spugen over de archeologen die zijn voetbalveld omploegden voor enige vuursteentjes. De factuur zou oplopen tot 3 miljoen euro. Inderdaad: de betreffende factuur bedroeg welgeteld 36.164 euro, en dus niet meer dan drie miljoen.

Of die Zuid-West-Vlaamse bouwondernemer die eerder geïnteresseerd is in zijn eigenhandig neergepote nederzettingen dan hun gallo-romeinse voorgangers. Het werk van de archeologen, "twee sympathieke meisjes, net afgestudeerd, jong en werkzoekend" (het ronde metalen brilletje, hoog opgetrokken donkerblauwe kousen en kalfslederen boekentasjes fantaseren we er zo bij) zou de aannemer mogelijk tot 600.000 euro kosten. Toegegeven, het uiteindelijke bedrag van 5.540 euro was exclusief BTW.

Toen ik vorige week eindelijk de harde cijfers en feiten in handen kreeg, was ik tegelijk blij en boos. Blij dat de het overgrote deel van de opgravingen resultaat oplevert. Dat mensen en middelen heel gericht worden ingezet. Dat de archeologie in Vlaanderen geen nattevingerwerk, laat staan een veredeld tewerkstellingsproject is.

Maar ook boos omdat één brulboei met één welgemikte uithaal zoveel schade kan aanrichten en de geloofwaardigheid van een hele sector de grond kan inboren (noem het een tewerkstellingsproject voor de volgende generatie archeologen). Boos ook omdat het weken duurt voor de bevoegde minister, in de beslotenheid van een commissiezaal en voor 3 man, niet eens een paardenkop, de kritiek pareert. Van een minister met een hart voor de sector mag je toch verwachten dat hij meteen op zijn achterpoten de barricades beklimt en de raaskallende schreeuwers de mond snoert met feiten en cijfers.

En terloops: in de media dook geregeld de term "het decreet van 2004" op. Ik heb geen weet van een decreet uit 2004. Voor zover ik weet, dateert het huidige archeologiedecreet uit 1993. Het wordt meerderjarig en dat is er aan te merken. Een vakantietaak, meneer de minister? 1993, toen was Louis Tobback nog geeneens burgemeester van Leuven, maar slechts minister van binnenlandse zaken. Waar is de tijd?

Bart Caron (De heer Caron is Vlaams volksvertegenwoordiger)

Onze partners