'Vaak hadden de Duitsers een beter beeld van het netwerk dan de spionnen zelf'

11/11/09 om 00:00 - Bijgewerkt op 30/03/18 om 14:57

Historicus Jan Van der Fraenen schreef met Voor den kop geschoten het eerste Nederlandstalige boek over Belgische spionnen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel de opdrachten van de spionnen niet altijd even opwindend waren, is het een bijwijlen meeslepend verhaal geworden van vaderlandslievende lefgozers, tragische helden en opportunistische verraders.

De commandobunker in de buik van de Kemmelberg, die tot halfweg de jaren negentig in gebruik was als geheim hoofdkwartier van de generale legerstaf, gaat volgende week open voor het publiek. De omvorming van deze bunker tot publiek erfgoed was toevertrouwd aan een team met onder meer Jan Van der Fraenen, historicus bij het Legermuseum in Brussel. Daarnaast vond Van der Fraenen nog de tijd om een boeiend werk over de Belgische spionagenetwerken tijdens de Groote Oorlog te schrijven. Eigenlijk is het boek een uitloper van zijn masterverhandeling: 'Bij mijn onderzoek naar de executies van 300 spionnen onder de Duitse bezetting van 1914-1918 ontdekte ik een verhaal dat goeddeels vergeten was. In mijn boek focus ik op een van de grotere spionagenetwerken, Ambulants et Gen-darmes. Sommige namen duiken al op in Franstalige werken uit de jaren twintig, maar dit is het eerste Nederlandstalige werk dat over de spionnen zelf gaat.'
...

Verder lezen?

Lees elke maand gratis 3 artikelen

Ik registreer mij Ik ben al geregistreerd
of

Knack-abonnees hebben onbeperkt toegang tot alle artikelen van Knack

Ik neem een abonnement Ik ben al abonnee

Onze partners