'Straks moet ik Pieter De Crem nog een handje geven'

26/08/09 om 00:00 - Bijgewerkt op 30/03/18 om 14:57

De zwarte, claustrofobische tegenwereld van De bewaker, de nieuwe roman van Peter Terrin, heeft tegelijk iets paradijselijks en helders. Een gesprek over cornedbeef die smaakt als foie gras, en over onze jongens in Afghanistan.

'Het is mijn meest menselijke boek tot nu toe.' Peter Terrin werkte bijna vijf jaar aan De bewaker, zijn nieuwe, grote roman na Vrouwen en kinderen eerst (2004). Het boek focust opnieuw op een gesloten wereld waar mannen eigenaardige, dwangmatige rituelen uitvoeren die op het eerste gezicht allesbehalve menselijk overkomen. Deze keer zijn het Michel en Harry, twee bewakers, die de show stelen in een ondergrondse parkeergarage van een niet nader genoemde grootstad. Zij moeten zorgen voor de zielenrust van de rijke bewoners van 40 luxeappartementen. Maar als de superrijken - behalve één - er plots vandoor gaan, wordt hun bewakingstaak wel erg absurd. Wat te doen? En vooral: wat gebeurt er ondertussen in de echte wereld buiten de compound?
...

Verder lezen?

Lees elke maand gratis 3 artikelen

Ik registreer mij Ik ben al geregistreerd
of

Knack-abonnees hebben onbeperkt toegang tot alle artikelen van Knack

Ik neem een abonnement Ik ben al abonnee

Onze partners