'Ik heb altijd de hand van God op mijn schouder gevoeld'

10/02/10 om 00:00 - Bijgewerkt op 30/03/18 om 14:58

Acht jaar heeft hij aan Het bloed kruipt gewerkt. 700 bladzijden. De nieuwste James Ellroy is de 'grande finale' van de trilogie Underworld USA, waarin hij de Amerikaanse geschiedenis tussen 1958 en 1972 herschrijft. Met honderden personages. En tientallen historische figuren. De Kennedy's, Marilyn Monroe, Martin Luther King, J. Edgar Hoover. Ze doen niet hún maar Ellroys zin, en dat in adembenemend proza.

Al heel zijn leven is James Ellroy - hij wordt in maart 62 - op zoek naar zijn moeder. Geneva 'Jean' Hilliker werd in 1958 nabij Los Angeles dood aangetroffen. Verkracht, vermoord. James, die tot aan het verschijnen van zijn eerste boek, 21 jaar later, als Lee Earle Ellroy door de wereld gaat, is dan tien jaar. De moordenaar werd nooit gevonden. Ook niet door Ellroy zelf, die veertig jaar na de moord samen met een privédetective het hele onderzoek nog eens overdeed. Het werd het autobiografische meesterwerk My Dark Places. Maar alles wat Ellroy schrijft, gaat over zijn moeder. Of over vrouwen die een incarnatie zijn van de 'roodharige, alcoholische schoonheid' die Jean Hilliker was. Altijd duikt ze wel ergens op in Ellroys werk: als 'de kleine stoute meid' Betty Short in The Black Dahlia, als de promiscue communiste Claire De Haven in The Big Nowhere, de rode godin in Het bloed kruipt... En Ellroy blijft er gedreven over praten.
...

Verder lezen?

Lees elke maand gratis 3 artikelen

Ik registreer mij Ik ben al geregistreerd
of

Knack-abonnees hebben onbeperkt toegang tot alle artikelen van Knack

Ik neem een abonnement Ik ben al abonnee

Onze partners