De weg naar Jan van Eyck

29/07/09 om 00:00 - Bijgewerkt op 30/03/18 om 14:57

Iedereen kent de Vlaamse Primitieven - dénken we toch. Maar over de generaties net vóór hen weten we nagenoeg níéts. Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium onderzocht de periode voor die oerknal, en bracht het boek Pre-Eyckian Panel Paintings in the Low Countries uit.

Over de founding fathers van de Vlaamse Primitieven is bitter weinig bekend. Wat kunnen we eigenlijk vertellen over het leven van Jan van Eyck (ca. 1390-1441)? Zijn evenknie Rogier van der Weyden (ca. 1399-1464), een al even grote ster, is zo goed als een enigma. En laten we maar zwijgen over de grote Robert Campin (ca. 1375-1444), de oudste van de drie. Bijgevolg is alles wat we veroveren op de vergetelheid, ook het kleinste puzzelstukje, in deze context van belang. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor de periode die aan dat hoogtij voorafging: van circa 1370 tot 1420. En dat terwijl precies deze periode een scharnierpunt in de kunstgeschiedenis is. De manier waarop de mens dingen waarneemt en op een plat vlak symbolisch representeert, veranderde toen radicaal. In Italië zag de mathematische perspectief het licht in de jaren 1420. Dat was de copernicaanse wende van de vroege renaissance in Toscane. Benoorden de Alpen zag men dat anders. De Vlaamse Primitieven worden steevast geroemd vanwege hun geavanceerde realisme of illusio-nisme. Portretten, architecturale elemen- ten, stoffen en materialen zoals brokaten, zilver en bont werden schitterend naar de werkelijkheid afgebeeld. Maar evenzeer trachtte Jan van Eyck zijn publiek te verrukken met schilderkunstige trucs: iemand misleiden - trompe l'oeils van onnavolgbare makelij - gold waarschijnlijk als het summum. Of hoe 'realisme' een rekkelijk begrip kan zijn.
...

Verder lezen?

Lees elke maand gratis 3 artikelen

Ik registreer mij Ik ben al geregistreerd
of

Knack-abonnees hebben onbeperkt toegang tot alle artikelen van Knack

Ik neem een abonnement Ik ben al abonnee

Onze partners