Leo Neels
Leo Neels
Docent Mediarecht aan de K.U. Leuven en UAntwerpen en algemeen directeur van de denktank Itinera.
Opinie

08/03/11 om 09:42 - Bijgewerkt om 09:42

M.I.A.: Vlaamse Media in Actie. Een sterk merk?

Kan het Vlaams audiovisueel debat niet ambitieuzer streven naar een internationaal niveau van excellentie?

Vlaanderen heeft een buitengewoon breed Vlaams televisie-aanbod. Kwaliteitsdiscussies zijn er altijd, maar in vergelijking met het buitenland is er een groot kwalitatief aanbod op een grote diversiteit van zenders en kanalen.

Het kabeldecreet van 1987 creërde een momentum, de start van VTM. Doel was de Vlaamse dag- en weekbladen te beschermen tegen daling van inkomsten uit themareclame; om die reden postuleerden zij voor een tv-licentie en kregen ze die ook.

Dat pastte bij het politieke klimaat, dat net weer piekte in het gebrek aan steun van de politiek voor "zijn" openbare omroep. Die werd toen nog wel sterk politiek aangestuurd, doch met grote wankelmoedigheid. Die politieke inconsistentie vond naadloos aansluiting bij een sterke visie van sommige bladenmensen die een eigen tv-station wilden, om niet te worden opgezadeld met verliezen ingevolge tv-reclame op BRT of RTL-Vlaams.

Het gebrek aan visie en aan vertrouwen in de BRT werd afgeleid naar een nevenpiste: de "concurrentie" met VTM zou wel tot een reactie en modernisering bij de openbare omroep leiden. Omroepen werden fors gereglementeerd, kabelnetten niet. Die werden louter opgevat als een technische transportfaciliteit. Via zuivere of gemengde intercommunale structuren stonden ze onder politieke controle, dus daar waren, zo werd gedacht, niet zoveel regels nodig.

Inmiddels wijzigde de mediawereld drastisch: kabelnetwerken begonnen ook omroepdiensten te leveren en allerlei websites werden actief met herdistributie van tv-signalen. Met de GIMV werd wel de aanzet gegeven tot een initiatief dat Telenet zou worden - een visie op integratie van telefonie en kabel. Doch vooraleer het in Vlaanderen bedachte business plan werd uitgerold, en vooraleer er hier alle potentieel goed en wel van werd ingezien, werd het aan het buitenland verkocht. Al die ontwikkelingen speelden zich af in een wetgevende luwte; het mediabeleid focust nog steeds op omroepen. Veel regels voor eigen omroepen, weinig of geen voor (buitenlandse) kabeloperators. Dat is een weeffout waarvoor beleidskringen te weinig belangstelling hebben.

Het onevenwicht tussen de private en openbare omroepen varieert sedertdien. In de 90er jaren toonde Vlaanderen zich loyaler ten opzichte van de eigen openbare omroep en werd de politieke houdgreep drastisch verminderd. Er werd ruimte gemaakt voor visie en management in de VRT. Die herleefde dan ook direct, terwijl VTM leed onder instabiliteit op aandeelhoudersniveau, en geconfronteerd werd met een te groot Vlaams tv-aanbod voor een te kleine reclamemarkt. In tijden van overheidsbesparing is het aanbod van overheidsgeld voor "de" openbare omroep en de regionale tv-stations ook beperkt. Resultaat: de Vlaamse omroepen samen maken enkele tientallen miljoenen euro winst, Telenet zendt inmiddels enkele honderden miljoenen naar zijn buitenlandse aandeelhouder.

Vooruitgang vergt visie. Visie op de rol van systemische bedrijven, zoals sommige omroepen en kabelbedrijven. Visie op functie en financiering van openbare en private omroepen. Zulke visie ontvouwen is niet onze sterkste zijde; visies vergen keuze - een zwak punt van beleid bij ons. Met zijn herwonnen zelfvertrouwen raakte de VRT op managementvlak zelf helaas snel de trappers kwijt, en de private stations zitten in de hoek waar de klappen vallen - zowel in een afgeroomde reclamemarkt als in de kijkersmarkt. Inmiddels lekken honderden miljoenen weg uit de Vlaamse markt.
Kan het Vlaams audiovisueel debat niet ambitieuzer streven naar een internationaal niveau van excellentie? Waarom het beleid niet richten op 10 tot 20 maal zoveel creatieve succesbedrijven in de audiovisuele sector dan we vandaag hebben, met EMLProductions, Stageco, Sportpaleis, XLVideo, Alfacam, Woestijnvis, Studio100, Dragone Enterprises, RockWerchter en vele kleinere produktiehuizen en facilitaire bedrijven. Dàt was ook het oorspronkelijk ambitieniveau van de jaren 80, en dat heeft gewerkt. We zijn het wat kwijt geraakt. We bulken van het talent, nu nog een stabiel kader, en we kunnen eindelijk nog eens een dynamisch momentum creëren.

Een rationeel nieuw publiek-privaat partnership tussen de private en publieke omroepen, waarom niet? Een beleid dat manmoedig ook de rol van de nieuwe systemische av-bedrijven die kabeloperatoren werden grondig herziet. Waar zit vandaag hun bijdrage aan lokale meerwaarde, creativiteit en economische groei? De kabelbedrijven hier danken hun succes aan een breed lokaal tv-aanbod van sterke spelers die vandaag onder druk staan. Ze hebben er alle belang bij om op genereuze wijze een maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen ten opzichte van de Vlaamse creatieve sectoren en van de aanbieders van inhoud die hun netwerken zo winstgevend maakt. Generositeit is niet noodzakelijk een wezenlijk onderdeel van de materiaalkist van een beursgenoteerd bedrijf. Maar beursbedrijven hebben een belang en een eigenbelang om de gemeenschap die aan de basis ligt van de meerwaarde voor hun aandeelhouders, te laten delen in de waarde die lokaal wordt gecreëerd.

Dit is het echte debat voor de Vlaamse "Media in Actie". Durven we een ambitieniveau te definiëren dat de burenruzie tussen VRT en VMMa overstijgt? Durven we van de systeembedrijven die kabeloperators werden verantwoordelijkheid vergen? Bespelen we creatief de marktdynamiek en geven we opnieuw een impuls aan het enorm Vlaams creatief talent om te ondernemen?

Leo NEELS Mediarecht ULeuven en UAntwerpen

Onze partners