06/09/10 om 12:04 - Bijgewerkt om 12:04

Liederen van de aarde en de kosmos

Het verband tussen de twee werken waarmee de Vlaamse Opera het nieuwe seizoen opende is eerder thematisch dan muzikaal.

Liederen van de aarde en de kosmos

© Vlaamse Opera

Het verband tussen de twee werken waarmee de Vlaamse Opera het nieuwe seizoen opende is eerder thematisch dan muzikaal. Zowel Oltra Mar van de Finse componiste Kaija Saariaho als Das Lied von der Erde van Gustav Mahler zijn reflecties op liefde en dood en verbinden die met een universele gedachte.

Maar Mahler vertrekt vanuit persoonlijke waarnemingen en emoties om te eindigen in een verre oneindigheid, terwijl Saariaho - die trouwens tijdens de inleiding vóór het concert zei dat ze niet zo veel had met Das Lied von der Erde - vanuit een kosmisch ruimte/tijdgevoel vertrekt en dat vermengt met ragfijne emoties en culturele tradities.

Het zevendelige Oltra Mar is een voorstudie van de opera L'Amour de loin die vanaf 18 september door de Vlaamse Opera wordt uitgevoerd. Een vijftien minuten lang voorsmaakje, bestaande uit drie gezongen teksten, telkens voorafgegaan en gevolgd door woordloos gezongen passages rond de zee, oorsprong van alle leven en symbool voor de levensreis.

Kosmos en emotionaliteit

De aanzet is een eerst opgebouwd en dan herhaald viertonig akkoord, gevormd door de pauken, de kopers en stemmen. Echo's van Gustav Holsts The Planets in dit majestueuze en mysterieuze begin dat leven en liefde meet in termen van afstand en niet van nabijheid. De prachtige, duizend jaar oude tekst van de Sufi-dichter Abu Saïd die erop volgt zegt het helemaal: 'Nog voor de sublieme hemelboog werd gespannen en deze kristallen bol werd gemaakt, nog toen ik sliep in het eeuwige Niets, werden de trekken van jouw liefde in mij gegrift'.

Kosmos en mens, afstand en liefde, met elkaar verbonden door de magie van het woord. Het derde deel, opnieuw woordloos en met heftige koorpassages, geeft het rusteloze van de zee weer. In de tweede tekstpassage, van de hedendaagse dichter Amin Maalouf, worden kosmos en emotionaliteit met elkaar verbonden. Ook de muziek wisselt voortdurend tussen beide.

Allesbehalve vlekkeloos

De volgende zeebeweging, heel kort, verbeeldt het uit het niets ontstaan, oprijzen en weer verdwijnen van een golf - klank, water én herinnering tegelijk. De derde tekst is een dodenzang van de pygmeeën die over de dood spreekt als over de bevrijding van een gevangene. De muziek en de inbreng van het koor wordt heftig ritueel om dan stilaan uit te sterven. De laatste zeebeweging is er een van eeuwig drijven in een oeromgeving die geen begrenzingen meer kent.

Oltra mar is een erg lyrische compositie waaronder je een voortdurende, soms vage golf- of polsslag voelt. Maar het is ook een compositie die van het orkest een bijzonder hoge nauwkeurigheid vergt, als ze écht wil werken. Wat dat betreft waren de (belangrijke) aanzetten van het orkest soms allesbehalve vlekkeloos. Ook storend was het ontbreken van een goede balans tussen koor en orkest, waardoor de teksten vrijwel nergens herkenbaar klonken en de subtiele wisselwerking tussen die twee vaak verloren ging.

Das Lied von der Erde, de Negende symfonie van Mahler, leed deels aan hetzelfde euvel. Het begin van deze zesdelige compositie waarin tenor en alt elkaar afwisselen, maakt meteen duidelijk waar het om gaat: een volledige versmelting van orkest en solist. Dat werd hier een beetje te letterlijk opgenomen: het is altijd pijnlijk om een solist hevig te zien zingen zonder dat je veel klank hoort. Die eerste beweging is een bijzonder moeilijke evenwichtsoefening, en het resultaat was niet helemaal geslaagd. Misschien is John Treleaven niet de krachtigste tenor en had Ildiko Komlosi wat meer podiumprésence mogen hebben, maar het orkest klonk bij momenten overduidelijk veel te luid.

Knappe solo's

In feite was de rest van de opvoering in hetzelfde bedje ziek. Muhai Tang is een dirigent die op het eerste gezicht accuraat leidt, maar zijn orkest volgt hem niet altijd. De solisten werden gedirigeerd in plaats van beluisterd en er was weinig sprake van interactie tussen zangers en orkest, in die mate dat er een paar keer zelfs ritmische problemen van kwamen.

Het laatste deel, even lang als de vijf voorgaande samen, vraagt een sterke en vooral niet aflatende intensiteit die in dit geval af en toe wegviel. Geen ijzersterke prestatie, noch van de solisten, noch van het orkest, hoewel de vele korte solopassages in het laatste deel wel erg knap werden uitgevoerd. Maar alleen daarmee voer je geen geslaagde Mahler 9 op.

Peter Vandeweerdt

Onze partners