11/11/12 om 10:31 - Bijgewerkt om 10:31

Langer werken voor hetzelfde loon?

Ook binnen de regering Di Rupo I raakt iedereen stilaan overtuigd van de noodzaak aan een vermindering van de loonkosten. De idee van een verlening van de arbeidsduur met onveranderd loon wint veld.

Vice-premier Johan Vande Lanotte (SP.A) mag dan wel beweren dat we de toestand waarin onze economie vertoeft nu ook niet moeten dramatiseren, binnen de regering Di Rupo I, zo vernemen we van verschillende betrokkenen bij de recente besprekingen, lijkt (eindelijk) het besef doorgedrongen dat hoog tijd wordt voor ernstige maatregelen. Zelfs PS-boegbeeld en ook vice-premier Laurette Onkelinix laat naar de sociale partners toe weten dat er nu inderdaad toch wel iets moet gedaan worden aan onze te hoge loonkosten. De vraag is echter: wat en hoe?

Het idee van een indexsprong blijft onoverkomelijk voor de zwaar op deze regering wegende vakbonden. Het grote nadeel van een indexsprong blijft trouwens dat het een eenmalige ingreep is waarbij niets wezenlijks veranderd wordt aan onze archaïsche en job-destructieve wijze van loonvorming. Gegeven de opbrengst van een indexpsprong in de publieke sector, nl. 2,3 miljard euro, zou dit er ook toe leiden dat de regering de besparingen nodig om de begrotingsobjectieven voor 2013 te halen in één beweging al voor een flink stuk binnen zou halen. Met andere woorden: een indexsprong in de publieke sector zou gewoon maximaal één jaar respijt opleveren voor het onvermijdelijke werk ten gronde waar deze regering sowieso niet veel zin in heeft.

Een tweede mogelijkheid om de loonkosten te verlagen, bestaat erin de sociale lasten wegend op arbeid te verlagen. Om de onmiddellijke impact daarvan op het begrotingstekort weg te werken dienen er besparingen en/of nieuwe inkomsten gezocht te worden. Besparingen liggen nog altijd zeer moeilijk bij de PS- en ACW-gezinden binnen de regering. Bij nieuwe inkomsten gaan de gedachten in deze context vooral in de richting van een BTW-verhoging maar dat is enkel zinvol als de effecten daarvan op de indexering van de lonen uitgeschakeld worden. Dit laatste stoot ook op een njet van de vakbonden.

Blijft de derde mogelijkheid, nl. een verlenging van de arbeidstijd met gelijkblijvend loon. Het herstel van de competitiviteit en van het vermogen tot massale jobcreatie van de Duitse economie vloeit in belangrijke mate voort uit een daling van de loonkost per uur via de combinatie van toegenomen arbeidsduur bij gelijkblijvend loon.

Vanuit Unizo-hoek kwam deze idee vroeger al op tafel maar nu groeit ook de aandacht hiervoor binnen Di Rupo I. De linkerzijde blijft het hier moeilijk mee hebben maar er lijkt toch wel een verschuiving in de geesten aan de gang. Het spreekt voor zich dat een arbeidsduurverlenging met onveranderd loon enkel maar zin heeft als het om een ernstige verschuiving gaat. Een toename van het aantal uren gewerkt per week met 2 uur lijkt in dit verband een zinvol richtgetal.

Een maatregel rond de arbeidsduur zoals hierboven beschreven zou zonder meer een doorbraak betekenen in de nu reeds zo lang aanslepende discussie rond het concurrentievermogen van de Belgische economie. Tevens zou de jobcreatie binnen de Belgische vanuit een dergelijke maatregel een belangrijke stimulans ondergaan. Het aantal jobs beschikbaar binnen een economie is immers geen onveranderlijk getal. Verander de omstandigheden en de instituties en het aantal jobs zal stijgen (of dalen, als je het verkeerd aanpakt).

Rond de begroting zelf tekent zich binnen Di Rupo I blijkbaar stilaan een consensus af met aan de ene kant belastingsverhogingen en aan de andere kant besparingen en maatregelen ter bevordering van de efficiëntie binnen de overheid. Langs de kant van de belastingsverhogingen zou de nadruk liggen op maatregelen in de sfeer van de roerende voorheffing en de spaarboekjes en allicht ook in de sfeer van de onroerende voorheffing.

Wat hogere belasting op spaargelden betreft, blijven we onverkort bij de reeds vorige week geventileerde opinie. Deze maatregel is laf (ook Jan modaal wordt twee keer op hetzelfde inkomen belast), dom (afremming van de economische activiteit) en anti-Vlaams (+80% van de spaartegoeden zijn Vlaams).

Zoals altijd blijft het inzake besparingen en maatregelen ter bevordering van de efficiëntie binnen de overheid afwachten in hoeverre het uitgetekende pakket zich finaal ook omzet in spijkerharde ingrepen. De ervaring van de voorbije jaren is terzake alles behalve bemoedigend, zoals onder meer blijkt uit de commentaren van het Rekenhof op het begrotingswerk van de federale regering.

Onze partners