11/04/10 om 18:17 - Bijgewerkt om 18:17

Krachtig jong pianotalent (****)

In Vlaanderen komt een nieuwe generatie getalenteerde pianisten aanstormen. Yannick Van de Velde is er één van.

Onlangs werd Julien Libeer (22) door de muziekpers uitgeroepen tot Jonge musicus van het jaar en voor de Elisabethwedstrijd piano 2010 werden twee jonge Vlaamse talenten, John Gevaert en Stephanie Proot geselecteerd. Ook Yannick Van de Velde, net 20 geworden, is zo'n uitzonderlijk begaafd pianist. Hij gaf zondag een matineeconcert in Bozar waarmee hij dat ten volle bewees.

Dat Van de Velde - leerling van Jean-Claude Vanden Eynden, Levente Kende en Jan Michiels - ambitie heeft, bewees zijn programma, dat hij volledig uit het hoofd speelde. Na de lichtvoetige Mascarade van Frédéric Devreese volgde de ingehouden Sonate voor piano nr. 27 van Beethoven, dan de sonate in b mineur van Liszt, een virtuoos meesterwerk, en ten slotte de knetterende pianoversie van La Valse van Ravel. Een programma dat zowel evenwicht als kracht en een ijzersterke technische beheersing vergt.

De aanvang van de Mascarade werd lichtjes ontsierd door een stel snoepende en kletsende oudere Brusselse dames die nog net geen frigobox hadden meegebracht, maar op het podium kwam een mooie, jazzy versie van een stuk dat behoorlijk fris is gebleven. Eén detailkritiek: Van de Velde maakte af en toe lichte foutjes, meestal in gemakkelijke passages. Vaak duidt dat op wat nervositeit, al was daar verder op het podium niets van te bespeuren. Erg mooi vonden we dan weer de zachte maar toch stevige en evenwichtige aanslag.

Heel opvallend, zeker in de Beethovensonate: Van de Velde blijft uiterst dicht bij de oorspronkelijke partituur. Deze sonate zweeft inhoudelijk tussen klassiek en romantiek, tussen sense en sensibility, ze is gevoelig maar nooit sentimenteel. Dat register wist de pianist perfect te treffen.

De Sonate in b mineur van Liszt is qua moeilijkheidsgraad en uithoudingsvermogen vergelijkbaar met het pianoconcerto van Tsjaikovski: het scheidt de toppianist van de goede professional. De opdracht is hier misschien zelfs nog zwaarder, want de sonate heeft dezelfde grootschaligheid van visie als het pianoconcerto, maar moet die wel zonder orkest waarmaken.

Een gedurfde keuze, dus, maar het stuk lag Van de Velde uitstekend. Hier kon hij technisch alles uit de kast halen, en dat deed hij met verbluffende moeiteloosheid. Maar de eendelige sonate is veel meer dan techniek: het is een compositie met een behoorlijk complexe structuur die al bij haar creatie controversieel bleek en waarover tot vandaag nog wordt gediscussieerd. Ook de Lisztiaanse grote registerwisselingen vragen een grote maturiteit. Misschien ontbrak het daar héél af en toe nog een beetje aan: de spanningsboog leek soms een ietsje overstrekt. Maar alles bij elkaar was dit een uitstekende, uitdagende en memorabele versie waarbij de pianist volledig in controle bleef.

La Valse, die heerlijke compositie van Ravel waarin hij de wals aan flarden rijt, is ook in de briljante pianoversie een absoluut plezier om naar te luisteren. Yannick Van de Velde speelde het wervelend en uiterst krachtig, zonder de minste blijk van vermoeidheid. Misschien was het voor hem dit jaar nog net iets te vroeg om aan de Elisabethwedstrijd mee te doen, zat ik te denken, maar nog een beetje bijschaven en deze jongen is er binnen drie jaar helemaal klaar voor.

Peter Vandeweerdt

Gehoord in Bozar op 11/4/2010: pianist Yannick Van de Velde met de Mascarade van Frédéric Devreese, Sonate nr. 27 van Ludwig van Beethoven, sonate in b mineur van Franz Liszt en La Valse van Maurice Ravel.

Onze partners