Hubert van Humbeeck
Hubert van Humbeeck
Commentator bij Knack
Opinie

05/07/10 om 16:54 - Bijgewerkt om 16:54

Klein Duimpje en de reus

De Volksrepubliek en de Republiek China sloten een verregaand economisch samenwerkingsakkoord. De bekroning van een merkwaardige relatie.

Van de Verenigde Staten via India en Japan tot de Europese Unie. Iedereen kijkt nauwlettend naar de sprong die de Chinese Volksrepubliek maakt. Als een land met meer dan een miljard inwoners in korte tijd op economisch vlak zo'n vlucht neemt, zorgt dat voor deining tot in elke hoek van de wereld. En op een klein eiland voor de zuidkust van het Chinese vasteland zijn de gevolgen nog net iets groter dan op andere plaatsen. China beschouwt Taiwan nog altijd als een opstandige provincie. De nationalistische leider Tsjang K'ai-sjek en zijn aanhang zochten er in 1949 een toevluchtsoord, na de nederlaag tegen de communistische troepen van Mao Zedong. Taiwan noemt zich sindsdien de Republiek China. Peking houdt nog altijd permanent raketten op het eiland gericht.

De relatie tussen het grote en het kleine China is bijzonder. Het gaat tussen Peking en Taipei merkwaardig genoeg een stuk beter sinds de Kwomintang - de partij van wijlen Tsjang K'ai-sjek - het weer voor het zeggen heeft. In tegenstelling tot haar politieke rivaal, de Democratisch Progressieve Partij, wil de Kwomintang namelijk niet naar echte onafhankelijkheid voor Taiwan streven. Dan zou Peking een militair avontuur moeten overwegen en een botsing met Amerika riskeren, dat Taiwan altijd is blijven steunen. Enkele maanden geleden nog liet Barack Obama een omstreden wapendeal met Taiwan toch doorgaan.

Maar met een status-quo kan iedereen op dit moment leven. Diplomatiek is dat een situatie die er eigenlijk geen is. Maar Peking heeft nu het gevoel dat hereniging niet uitgesloten is, terwijl Taiwan vooral het lot niet wil delen van Tibet, Xinjiang of Hongkong. Het wil in de praktijk blijven doen waar het zin in heeft. Want de twee erkennen elkaar politiek niet, maar economisch werken ze al jaren nauw samen. Taiwan kan de reusachtige Chinese afzetmarkt niet missen. Peking heeft de Taiwanese technologie broodnodig. Vorige week ondertekenden ze een Economic Co-operation Framework Agreement (ECFA), dat de basis moet vormen voor een nog hechtere economische samenwerking.

Er is lang over onderhandeld en volgens veel mensen in Taiwan is het ECFA niet meer dan een sluipende manier van Peking om het eiland weer in te palmen. Maar Taipei had niet echt een keuze. Het zag de voorbije maanden met lede ogen aan hoe al zijn Aziatische buurlanden het ene verregaande bilaterale akkoord na het andere sloten met Peking. Taipei dreigde niet alleen zijn afzetmarkt te verliezen, het sukkelde nu ook steeds verder in een economisch isolement. Want voor het eerst zelf met China een akkoord maakte, durfde geen enkel ander land bilateraal met Taiwan in zee. Uit angst om Peking voor het hoofd te stoten.

Het is afwachten of het ECFA veel aan die situatie verandert. Maar ondertussen kan Taiwan weer verder. Op die wankele basis is de vrede tussen de reus en Klein Duimpje in de Zuid-Chinese Zee gebouwd. Op 1 januari 2012 vieren de Chinezen de 100e verjaardag van de Chinese republiek. Vuurwerk zal er zijn. Benieuwd waar de knallen voor aartsvader Sun Yat-sen het luidst zullen klinken, in Peking of in Taipei?

Hubert van Humbeeck

Onze partners