Klassiek: Macbeth

13/06/10 om 21:49 - Bijgewerkt om 21:49

Operapubliek is niet zo mak. Wanneer hen iets niet aanstaat, dan hoor je het.

Klassiek: Macbeth

© Bernd Uhlig

Warlikowski was vorig seizoen in de Munt om er "Médée" van Luigi Cherubini te regisseren en nu dus met "Macbeth" twee van de donkerste en bloederigste stukken uit de operageschiedenis. Ze gaan allebei terug op ouder toneelwerk. Médée op Corneille, Macbeth op Shakespeare. En in de opera, bij de dood van Lady Macbeth, overvalt je dan dat beroemde citaat "a tale told by an idiot, full of sound and fury...".

Die Shakespeare blijft duidelijk op de achtergrond aanwezig. Maar anders dan je je zou voorstellen, de orgie van bloed blijft hier achterwege. Toen onder Gerard Mortier deze opera in het Koninklijk Circus ging, droop het bloed nog letterlijk van de muren.

Warlikowski suggereert, maar laat alles clean verlopen. Moorden worden uitgevoerd, de onsmakelijke details blijven ons bespaard. Hij plaats het gebeuren niet in een gothic Schots kasteel, maar in het koude licht van een kazerne of een ziekenhuis. Wat een zeer vreemd neveneffect heeft.

De barokke voluptueuze virtuoze zanglijnen van Lady Macbeth botsen dan plotseling met die sobere rechtlijnigheid en de koele belichting van het decor. De zintuigen kijken en horen komen in conflict. Het kille decor is dan weer het habitat voor de effectieve no-nonsense zangstijl van Macbeth zelf. Die loopt er bij als een moderne generaal in battle dress en met zware bewapening. Een cliché dat heden ten dage op een operatoneel onvermijdelijk lijkt. Evenals dat van travesties. Die zullen ook wel niet courant geweest zijn in het ruwe soldatenleven van Macbeth.

Koor

Maar het moeilijkste maakte Warlikowski het zich met het verbannen van het koor naar de uil. Verdi stond na zijn "Nabucco" bekend voor zijn machtige koren. Die een dragende rol kregen in zijn opera's. Ze staan er prominent muzikaal en vormen door warrelende volksmassa's een sterke scenische présence. In "Macbeth is dat niet anders.

Maar Warlikowski zond het koor naar de bovenste verdieping. De heksen van Verdi worden onder andere gepersonifieerd door het koor en uitgerekend die rol mag het koor niet spelen. De rol wordt op scène overgenomen door gemaskerde kinderen. Het heeft iets ijls, iets onwezenlijks. Terwijl het koor - dat dient gezegd - nooit zo overtuigend en overrompelend klonk als in juist deze vreemde opstelling.

Grote Verdi

Door die versobering focust het hele drama zich op de handelende figuren. Op de machtswellust en onbarmhartigheid van Macbeth, op de ambitie en het broeierig stoken van Lady Macbeth. Ook op de onmogelijkheid om - eens de misdaden begaan - om te gaan, om te kunnen leven met de gevolgen van hun daden. In deze zin confronteert Warlikowski ons met de horreur van het naakte gebeuren. Dat zullen velen in het publiek niet graag gezien hebben.


Ze hebben het wel allen graag gehoord. Terecht. Want het is al een grote Verdi. Die nog wel gebruik maakt van de clichés van zijn tijd. Van bekken en trom. Van muziek die je in de eerste plaats wil plat slaan. Maar het is ook en vooral de muziek van de grote theaterman Verdi, die het verhaal vaart geeft, die achtergrondmuziek schrijft bij psychische processen. Die meer dan decor of regie vermogen een scène in een bepaald licht kan zetten.

Lof

Alle lof voor dirigent Paul Daniel die met een niet aflatende drijvende puls het drama voort joeg. Nergens op adem liet komen. Met beminnelijkheid en liefde zijn zangers aanspoorde. Hij weet met veel goede smaak de juiste balans tussen muzikaal cliché en vernieuwing te vinden. Door de afstand zat er soms wel een storende decalage tussen koor en orkest. Het was een grootse prestatie.

Ook lof voor de cast: de efficiënte en dramatische Scott Hendrickx als Macbeth, de lyrische Inno Tamar als Lady Macbeth en ook en zeker veel lof voor de impressionante Carlo Colombara als de onfortuinlijke Banco. Stralende tenor en publiekslieveling was Andrew Richards als Macduff.

Een sobere en emotionele, muzikaal sterke voorstelling die in de diepten van de menselijke ziel durft gluren.

Lucas Huybrechts

Gezien in de Munt op vrijdag 11 juni.

Onze partners