Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

20/02/13 om 16:08 - Bijgewerkt om 16:08

Kijk het gegeven paard in de bek

Voedsel kost niets meer en juist daarom is de sociale en ecologische kost enorm.

De crisis over gesjoemel met paardenvlees toont opnieuw dat voedsel geen gewone koopwaar is. Voor de meeste mensen betekent het een wereld van verschil of ze koeien- of paardenvlees eten. Net zoals voor anderen vlees eten tout court een belangrijke zaak vormt. De reden hiervoor is dat eten tot het wezen van onze cultuur hoort. Wat en hoe we eten, met wie en waar we eten en hoeveel tijd we over hebben voor de aankoop, de bereiding en het verorberen van voedsel, maakt wie we zijn als individu en als gemeenschap.

Zoals Carolyn Steel in haar boek De Hongerige Stad uitvoerig toelicht, is onze omgang met voedsel de laatste eeuw grondig veranderd. Net zoals in andere sectoren heeft er zich een industrialisering voorgedaan met als kenmerken monocultuur, schaalvergroting en mondialisering. De kleinschalige boer in de streek en de kruidenier om de hoek zijn vervangen door wereldomvattende voedseldistributiesystemen. En zo heeft de voedselindustrie een vreemde invloed op ons uitgeoefend. Door ons permanent te voorzien van goedkoop en overvloedig voedsel tegen schijnbaar lage kosten heeft die industrie onze basisbehoeften bevredigd en tegelijk de schijn gewekt dat dat geen consequenties heeft. Maar de realiteit is helemaal omgekeerd: voedsel kost nu niets meer en juist daarom is de sociale en ecologische kost enorm.

Voedsel wordt nu geassembleerd op basis van grondstoffen die overal ter wereld tegen de laagst mogelijke productiekost worden geproduceerd. Wereldwijd staan boeren met de muur tegen de rug omdat ze steeds meer moeten produceren tegen steeds lagere prijzen. En om ons in goedkoop vlees te voorzien, worden in de Amazone wouden gekapt voor soja en runderen waarbij de lokale bevolking mee het gelag betaalt.

Het meeste van wat we nu eten, zijn voedselproducten die dikwijls duizenden kilometers hebben afgelegd langs luchthavens en zeehavens via pakhuizen en fabriekskeukens. Weet u waar de ingrediënten vandaan komen als u een kant-en-klare maaltijd in de supermarkt koopt? Denkt u echt dat die pizza aan 'knalprijs' vol ligt met hoogwaardige ingrediënten die op sociaalecologisch verantwoorde wijze zijn geproduceerd? De realiteit is dat we het niet weten, de vraag is of we het willen weten ... voor er weer een voedselcrisis losbarst. De grote afstand tussen consument en producent maakt ons in ieder geval nu als burger onmachtig tegen de grootschalige voedseldistributiesystemen die volledig in private handen zijn. De supervolle rekken in de supermarkt geven ons de illusie dat we nog zoveel keuze hadden in ons voedselpakket, maar in feite hebben we niets te zeggen over welk keuzepallet ons wordt voorgeschoteld.

Dit is de hedendaagse realiteit: ons voedselsysteem functioneert volledig volgens een kapitalistische logica waar winstbejag centraal staat. En dan mogen voedselcontrolesystemen nog zo goed uitgebouwd zijn, ze zullen nooit alles kunnen bewaken. En zoals een expert in de krant verklaarde: "De supermarkten willen op overdreven wijze de prijs drukken waardoor ontsporingen onvermijdelijk zijn". De centrale vraag is of het wel een goede zaak is dat we voedsel beschouwen als louter koopwaar. Want we betalen een hoge prijs voor het huidige voedselsysteem dat trouwens niet houdbaar is op de lange termijn. Voedselvoorziening is verantwoordelijk voor ongeveer dertig procent van de ecologische voetafdruk van onze steden, en die moet zoals we weten drastisch verkleinen. En met de monoculturen in de supermarkt verdwijnt meteen de grote rijkdom aan landbouwgewassen op het veld. We genieten nu wel van aardbeien in de winter, maar kunnen in de zomer niet meer kiezen voor een breed palet aan aardbeivariëteiten. Terwijl het omgekeerde onze voetafdruk drastisch zou doen dalen.

De oplossing ligt in een bewuste omgang met voedsel en meer democratische sturing over heel de voedselketen. Door een kortere keten tussen akker en bord te bevorderen kunnen de voedselkilometers sterk dalen zodat transport niet meer kunstmatig goedkoop moet blijven. En als we als consument bereid zijn de juiste prijs te betalen, zullen controlediensten niet eindeloos achter fraudeurs moeten aanlopen. Maar het belangrijkste is wel dat we terug de tijd nemen om bewust te genieten van kwaliteit op ons bord. Het spreekwoord dat we van onze ouders te horen kregen luidt dat 'men een gegeven paard niet in de bek mag kijken'. Ik denk dat ik tegen mijn kinderen ga vertellen dat 'achter elke lekkere maaltijd een heel verhaal schuilt'. En als we hier een heldere kijk op krijgen, nemen we onze gezamenlijke toekomst terug in handen nemen.

Dirk Holemans is coördinator van denktank Oikos

Onze partners