Dirk Draulans
Dirk Draulans
Redacteur bij Knack
Opinie

25/11/11 om 13:01 - Bijgewerkt om 13:01

KIimaatconferentie als bezigheidstherapie: het promoten van de palavercultuur

Op de klimaatconferentie van Durban zullen de debatten focussen op het al dan niet reanimeren van het eerste klimaatakkoord uit 1997.

KIimaatconferentie als bezigheidstherapie: het promoten van de palavercultuur

© Reuters

Het is altijd wat met die grote internationale activiteiten. Wereldaidsdag, werelddierendag, wereldalzheimerdag, en ondertussen ook de jaarlijkse internationale klimaatconferentie. Ineens moet daar nieuws van gemaakt worden. Nieuws dat er niet altijd is, maar de praatbarakken trekken de aandacht.

In het geval van het klimaat gaat het al lang niet meer in de eerste plaats over wetenschap en technologie, maar over politiek. Over het beheersen van de gevolgen van de menselijke activiteit, en wat dat al dan niet mag kosten. Zo verhitten momenteel de gemoederen rond de start van de zoveelste grote internationale klimaatconferentie, in het Zuid-Afrikaanse Durban. Blijkbaar zijn vele geesten al vergeten dat er vorig jaar in het Mexicaanse Cancun, en vooral het jaar dáárvoor, in het Deense Kopenhagen, ook zo'n praatbarak rond het klimaat was, en dat die vooral veel frustaties opleverde. De enige verdienste was dat er telkens afgesproken werd om het volgende jaar verder te praten, op een andere interessante locatie. Het grote circus verplaatst zich, de opwinding piekt, en vervolgens verdwijnt het verhaal weer voor een tijdje uit de aandacht. Internationale praatbarakken als bezigheidstherapie, als werkverschaffing voor een groeiend aantal mensen.

Waar zal het in Durban nu weer over gaan? Waarschijnlijk over hoe het verder moet. Want eind 2012 loopt het eerste klimaatprotocol af, dat in 1997 in het Japanse Kyoto werd bedisseld en voorzag in bindende beperkingen van de uitstoot van broeikasgassen door de deelnemende landen. Vitters beweren dat slechts de eerste fase van het protocol afloopt, en dat er gewoon moet worden verder gewerkt, maar veel analisten schijnen dat niet realistisch te vinden. Het Kyoto-akkoord lijkt op sterven na dood, en daar zijn redenen voor.

Om te beginnen heeft het niet goed gewerkt, toch niet inzake het bereiken van de ultieme doelstelling: het remmen van de opwarming van het klimaat. Vorige maand raakte bekend dat de concentratie aan door menselijke activiteiten veroorzaakte broeikasgassen in de atmosfeer in 2010 de hoogste waarden sinds de start van het industriële tijdperk heeft bereikt, en dat de snelheid van toename weer hoger ligt dan de jaren daarvoor. Niet de goede richting uit dus.

Daarenboven brokkelt de steun voor het protocol af, om pragmatische redenen. De Verenigde Staten, destijds de grootste uitstoter van broeikasgassen, hebben het nooit ondertekend. Ze zijn zwaar aan het investeren in nieuwe ontwikkelingen om toch nog fossiele brandstoffen - de voornaamste bron van broeikasgassen - te winnen. Ondertussen is China de grootste vervuiler geworden, en hoewel de Chinezen sterk investeren in hernieuwbare energie, bouwen ze ook naarstig sterk vervuilende elektriciteitscentrales. De mensen willen er zoveel mogelijk comfort, en zo snel mogelijk.

Het Kyoto-protocol was in feite vooral een financieel doorschuifmechanisme van industriële vervuilers naar ontwikkelingslanden om te vermijden dat die de problemen nóg erger zouden maken. Het ligt voor de hand dat ontwikkelingslanden ervoor pleiten om het verder te zetten. Maar de mislukking van de conferentie van Kopenhagen in 2009 draaide vooral om de kwestie dat deze landen niet aanvaardden dat er verplichtingen gekoppeld zouden worden aan het geld dat ze toegeschoven kregen. Met als gevolg dat landen als Rusland, Japan en Canada al laten weten hebben dat het voor hen in deze omstandigheden niet meer hoeft.

Ook China heeft grote reserves tegenover een nieuw (of verlengd) plan, met als gevolg dat de landen die in het protocol geïnteresseerd blijven mogelijk slechts 16 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen dekken. Een maat voor bijna niets dus.

Daarenboven worstelt de Europese Unie, de voornaamste promotor van een vernieuwd klimaatakkoord, met de wurgende gevolgen van een weerbarstige economische crisis, waardoor het onvoorwaardelijk doorschuiven van geld naar andere landen niet meer voor de hand ligt. Goed doen voor de anderen is vooral aan de orde als je het zelf niet te slecht hebt. Alles in de wereld hangt samen, maar niet noodzakelijk op eenvoudig te voorspellen wijze. Dat geldt niet uitsluitend voor de klimaatbepaling zelf, maar ook voor de schamele pogingen tot ingrijpen van dat deel van de mensheid dat zich van de ene internationale praatbarak naar de andere rept.

Een deel daarvan wil zelfs helemaal opnieuw beginnen: Kyoto dood verklaren en van nul af aan iets nieuws opbouwen. Dat is natuurlijk bevorderlijk voor het verderzetten van op zijn minst de palavercultuur en het elk jaar opnieuw op gezette tijden laten verhitten van de gemoederen. Maar of er op die manier een afdoende oplossing voor de problematiek zal komen, is onduidelijk.

Gelukkig blijven wetenschappers en ondernemers ondertussen naarstig verder werken aan systemen om het beter te doen, om minder energie te verbruiken en duurzamer om te gaan met wat beschikbaar is. Het is duidelijk dat de oplossingen vooral van daar zullen komen, en niet van dat rond de wereld vliegende circus dat in een hardnekkige cyclus regelmatig de aandacht van de wereld naar zichzelf trekt. Maar wie gelooft die mensen nog?

Onze partners