21/09/11 om 13:58 - Bijgewerkt om 13:58

Kerkvader met tuchtprobleem

Dat tegenwoordig veel leerlingen de humaniora verlaten zonder nog een fatsoenlijke Nederlandse zin te kunnen schrijven, laat staan een Franse zin, is een klacht die je vaak hoort. Karel van het Reve wees daar jaren geleden al op.

Enquêtes laten nu zien dat de helft van de leraren ontevreden is met de kwaliteit van het onderwijs, en je leest ook dat twee op de drie professoren vinden dat het niveau van de afgeleverde studenten zienderogen daalt.

Terecht zei Guy Tegenbos zaterdag in zijn commentaar in De Standaard dat zulke klachten van alle tijden zijn, maar het gevoel blijft. Iedereen die weleens de reacties op krantensites bekijkt, ziet hoe slecht het gesteld is met bijvoorbeeld de kennis van de grammatica of de spelling.

Over die grammatica zegt de heilige Augustinus (354-430) iets in zijn Confessiones 1,20. Als kleine jongen, bekent hij, stonden die lessen hem danig tegen. Daarna ging het beter omdat ze dan avonturenverhalen mochten lezen, zoals de Aeneis. Maar, schrijft hij: 'In werkelijkheid waren die basislessen juist het nuttigst, omdat er strikte regels golden die mij vaardigheden bijbrachten die ik later behield, en waardoor ik nu gelijk welk boek kan lezen dat mijn pad kruist, en precies kan opschrijven wat ik wens te zeggen. Eigenlijk waren die lessen nuttiger dan de lectuur van Aeneas' omzwervingen die ik van buiten moest leren, en zeker nuttiger dan de tranen die ik heb geweend om de dode Dido, die uit liefdesverdriet zichzelf ombracht.'

Later stond Augustinus zelf voor de klas, in Carthago. Dat viel flink tegen want hij had tuchtproblemen. 'Leerlingen stormen met een half verwilderde blik schaamteloos andere klassen in, en bederven daar het goede pedagogische klimaat dat de leraar er misschien had weten te scheppen.' (5,14). Met grammatica moest hij al helemaal niet aankomen.

Op den duur werden de licentia en de hebetudo, de losbandigheid en stompzinnigheid van zijn leerlingen hem te veel, en hij besloot zijn mutatie aan te vragen. In het jaar 383 trok hij met vrouw en kind naar Rome, want collega's hadden hem verteld dat het klimaat in de klassen daar beter was, en de lonen ook hoger.

Dit alles is te vinden in de prachtige vierdelige vertaling van Garry Wills, uitgegeven bij Viking (Penguin), 2001 tot 2004.

Tegenbos stelde ook de netelige vraag of de leraren zélf niet beter waren vroeger. Moeilijk te beantwoorden. Een indicatie vinden we misschien in Des Républiques, des Justices et des Hommes (Albin Michel, 1976), van de beroemde Franse strafpleiter Jean-Louis Tixier-Vignancour (1907-1989). Die had in het befaamde Louis-le-Grand humaniora gelopen, maar hij had liever in het Collège Tournon gezeten, waar in de negentiende eeuw de dichter Stéphane Mallarmé nog Engels had onderwezen. Tixier vertelt dat op een dag hem een beoordeling van Mallarmé onder ogen was gekomen, van de hand van de toenmalige Revisor van het college. Die opmerking was gunstig: '...in de twee jaren dat mijnheer Mallarmé hier Engels geeft, zien we dat hij vooruitgang heeft gemaakt in de kennis van die taal.'

Marc Vanfraechem

Onze partners