Vickie Dekocker (KU Leuven)
Vickie Dekocker (KU Leuven)
Onderwijsassistent en doctoraatsstudent aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de KU Leuven
Opinie

30/08/12 om 14:56 - Bijgewerkt om 14:56

Kan iedereen wel langer werken?

Dat de arbeidsmarkt kampt met een groot aantal knelpuntberoepen en toenemend aantal werklozen is niets nieuw. Concrete en doeltreffende maatregelen blijven echter uit.

Volgens Fons Le Roy moet iedereen dringend aan het werk en is er hiervoor een grondige mentaliteitswijziging nodig. Dat de arbeidsmarkt kampt met een groot aantal knelpuntberoepen en toenemend aantal werklozen is niets nieuw. Concrete en doeltreffende maatregelen blijven echter uit.

Aan de aandacht voor training en omscholing is er geen gebrek. De huidige regeling wordt echter weinig in vraag gesteld. Interprofessioneel en sectoraal worden bepaalde percentages van training afgesproken.

In werkelijkheid blijkt de invulling van training nogal sterk te verschillen van bedrijf tot bedrijf en ligt die niet altijd in de lijn met de inzetbaarheid van de werknemer. Een rondleiding in het bedrijf bij aanwerving of een informeel gesprek met een andere ervaren werknemer wordt al gauw 'opleiding' genoemd. Bovendien maken veel ondernemingen gebruik van de sectorale opleidingen, ook al kaderen die niet altijd binnen een langetermijnvisie voor de werknemer en werkgever.

Een exacte definitie van opleiding bestaat dus niet. Deze is ook niet noodzakelijk wenselijk zolang er voldoende geïnvesteerd wordt in verschillende mogelijkheden om de (her)inzetbaarheid van de werknemer binnen het bedrijf te creëren. Op deze manier kan en mag het gebrek aan vaardigheden geen reden zijn om mensen bij herstructureringen aan de deur te zetten zonder dat de mogelijkheden tot inzetbaarheid eerst binnen het bedrijf zijn gecreëerd. Bovendien is er ook nood aan een centralere rol voor loopbaanbegeleiding.

Dit betekent dat niet enkel opleidingen functioneel moeten zijn voor de job die een werknemer op moment x uitoefent. Door te investeren in vaardigheden die de werknemer in andere posities kan gebruiken investeert de werknemer in eigen werkzekerheid. Ik ben het volledig eens dat deze overgang van jobzekerheid naar werkzekerheid een mentaliteitswijzing vergt bij werknemers en hun vertegenwoordigers. De mogelijkheden naar opleiding en vorming moeten dus niet alleen correct worden aangereikt maar ook als kansen worden gegrepen. De verantwoordelijkheid bij werknemers (en hun vertegenwoordigers) bestaat erin om het opleidingspotentieel te benutten en ze niet te laten verstrijken en om te zetten in vakantiedagen.

Naast deze discussie over training en omscholing mogen we niet uit het oog verliezen dat niet alle jobs in de verschillende sectoren even zwaar zijn, zowel lichamelijk als psychologisch. Het is niet onbekend dat de arbeidsomstandigheden samenhangen met de algemene tevredenheid en de gezondheidstoestand van werknemers.

Wanneer we dan pleiten voor langer werken mogen we ook deze sociale dimensie van het verhaal niet uit het oog verliezen. Aan deze dimensie kan op drie verschillende manieren tegemoet gekomen worden.

Vooreerst speelt training hier, opnieuw, een rol. Je kan mensen laten doorgroeien naar een leidinggevende of zich laten heroriënteren in een mentorfunctie. Niet iedere onderwijzer(es) is op 55 nog in staat om aan een klas van 25 kinderen actief en motiverend les te geven. Toch beschikt hij/zij over een stevige ervaring om aan nieuwe leerkrachten door te geven.

Een tweede mogelijkheid om nieuwe jobs te creëren, mensen uit de werkloosheid te halen en oudere werknemers aan het werk te houden, is de arbeidsduurvermindering. Het niet afgestemd onderwijs op de arbeidsmarkt kan dan een stuk opgevangen worden door die mentorfunctie.

Een laatste mogelijkheid bestaat erin om het langer werken ook sociaal te houden. Het werken tot 65 jaar zou dan afhankelijk moeten worden van verschillende criteria zoals de arbeidsomstandigheden en het moment van intreden op de arbeidsmarkt van werknemers.

Willen we werknemers langer aan het werk houden, dan moeten we niet enkel verwijzen naar de Scandinavische landen met werkende 55-plussers. Soms vergeten we dat die landen historisch hiertoe ook de sociale condities voor gecreëerd hebben. Dus laten we ons niet enkel focussen op het percentage werklozen en tewerkgestelde 55-plussers maar maatregelen nemen die langer gelden dan 4 jaar.

Vickie Dekocker Centrum voor Sociologisch Onderzoek (KULeuven)

Onze partners