Tom   Vandyck
Tom Vandyck
Tot 2014 correspondent in de VS voor Knack.be
Opinie

20/03/13 om 06:19 - Bijgewerkt om 06:19

Irak 10 jaar na dato: de factuur blijft oplopen

De oorlog in Irak begon vandaag tien jaar geleden. Amerika heeft er niet alleen in geld en levens de prijs voor betaald. Het land is in Irak een stuk van zijn ziel verloren.

Irak 10 jaar na dato: de factuur blijft oplopen

© Reuters

Dat de Irak-oorlog een onnoemelijk schandaal was, is tien jaar na dato nog duidelijker dan het toen al was voor wie het wilde zien. Irak had de VS niet aangevallen, had niks te maken met 9/11 of Al-Qaeda en bezat geen massavernietigingswapens. Er was dus geen reden om dat land binnen te vallen.

Dat maakte echter niks uit voor de Amerikaanse regering van George W. Bush. De neoconservatieve ideologen achter de troon, met op kop vicepresident Dick Cheney, broedden al sinds de jaren negentig op plannen om in Irak het karwei af te maken dat vader Bush bij de eerste Golfoorlog in 1991 had laten liggen. Saddam Hoessein moest en zou hangen.

Met 9/11 hadden ze een geschikt excuus te pakken. Het Amerikaanse volk was nog steeds murw van de aanslagen. In het sfeertje dat toen heerste in de VS was je een verrader als je niet mee marcheerde met de oorlogsplannen.

Wat volgde, was een desinformatiecampagne waar nog heel wat doctorandi op zullen promoveren. Saddam Hoessein zat op stapels massavernietigingswapens, heette het. Hij had uranium gekocht in Niger. Hij had Al-Qaeda getraind in het gebruik van chemische en biologische wapens. Hij was een 'clear and present danger'. Je wilde toch niet dat het bewijs er zou komen in de vorm van een paddenstoelwolk?

Een vergissing van 6000 miljard dollar

Tegen de tijd dat de meeste mensen in de gaten kregen hoezeer ze belazerd waren, was het te laat. Na het aanvankelijke succes van de invasie, werd Irak een puinhoop van jewelste. Geweld was overal: etnische en religieuze fracties allerhande tegen elkaar en iedereen tegen de Amerikanen.

Dat dus in tegenstelling tot wat Bush beloofd had. U herinnert zich nog de neoconservatieve theorieën over de Irak. De bevolking zou de Amerikaanse troepen inhalen als bevrijders. De democratie zou uitbreken in Bagdad en zich vervolgens als een lopend vuurtje door het de hele Arabische wereld verspreiden. En dat zou niet meer dan honderd miljard dollar kosten - een koopje voor een supermacht.

Tien jaar later ziet de balans er wel even anders uit. 4475 Amerikaanse soldaten zijn gesneuveld in Irak en meer dan 32.000 gewond. Meer dan 100.000 Irakezen zijn dood. Volgens sommige schattingen is het zelfs een veelvoud daarvan. Miljoenen Irakezen moesten op de vlucht.

De VS gaf 1600 miljard dollar uit aan de Irak-oorlog. Daar komt volgens een studie van de gerenommeerde Brown-universiteit in Rhode Island in de toekomst nog eens 500 miljoen dollar bij voor veteranenzorg.

Door het gebruik van geïmproviseerde springtuigen door de opstandelingen en verbeterde lichaamsbepantsering en slagveldgeneeskunde, zit je met een hele nieuwe klasse veteranen. Mensen met verwondingen die ze in vroegere oorlogen nooit overleefd hadden. Veelal gaat het om soldaten die gruwelijke hersenletsels hebben opgelopen en nog jaren revalidatie en begeleiding zullen nodig hebben.

Ook niet te vergeten: geestelijke gezondheidszorg. Vorig jaar pleegden 325 Amerikaanse militairen zelfmoord. Dat is een absoluut record en meer dan er dat jaar sneuvelden in Afghanistan (313).

Maar terug naar het geld. Aangezien Bush weigerde om een oorlogsbelasting te heffen voor Irak, werd dat geleend. De Brown-universiteit becijferde dat het uiteindelijke prijskaartje met interest tegen het midden van deze eeuw zal oplopen tot 6000 miljard dollar.

Ga maar eens na hoeveel scholen, hogesnelheidstreinen, light-raillijnen en nieuwe luchthavens je daarmee had kunnen kopen. Wie de laatste jaren in dit land heeft rondgelopen, weet: dat is infrastructuur die de VS broodnodig heeft.

Normvervaging

De factuur blijft dus oplopen. Een groot deel van de kost is trouwens niet eens te vatten in cijfers.

De morele standing van de VS heeft in Irak nauwelijks te herstellen averij opgelopen. In twee woorden: Abou Ghraib. Er zijn op deze wereld heel wat mensen die je er sindsdien met geen mogelijkheid meer van kan overtuigen dat Amerika niet het Rijk van het Kwaad is.

Je kan er niet naast kijken: de daders van de wreedheden in Abou Ghraib zijn zowat de enige mensen die gestraft zijn voor de catastrofe die Irak-oorlog was. Bush, Cheney en consoorten kwamen er zonder problemen mee weg.

Kofi Annan, destijds secretaris-generaal van de Verenigde Naties, noemde de Irak-oorlog illegaal. En zo is het maar net. Behalve volkerenmoord is een land aanvallen zonder aanleiding zowat het grootst denkbare misdrijf in het internationale recht. Meer dan honderdduizend doden later heeft daar in de VS echter niemand de prijs voor betaald.

Dat Bush voor het Internationaal Strafhof in Den Haag zou verschijnen, is natuurlijk een fantasietje. Maar in een land waar je als president al een afzettingsprocedure aangesmeerd krijgt voor een buitenechtelijke pijpbeurt, had men hem op zijn minst voor een parlementaire onderzoekscommissie kunnen slepen, samen met Cheney, minister van Defensie Donald Rumsfeld en een aantal andere hoofrolspelers in het Irak-debacle.

Barack Obama koos er nadat hij Bush opvolgde voor om dat niet te doen. Het was belangrijker om vooruit te kijken dan achteruit, stelde hij.

Daar valt wat voor te zeggen. Als Washington zich verloren had in een politieke veldslag rond Irak en andere uitwassen in de War on Terror, was er geen tijd meer overgebleven om wat dan ook voor andere dingen te doen. Met een economische crisis van formaat in volle gang, was dat funest geweest.

Aan de andere kant: die straffeloosheid is maar één van de vele manieren waarop 9/11 voor normvervaging heeft gezorgd in de VS. Als een gratuite oorlog zomaar kan, wat kan dat eigenlijk niet?

Wat dat betreft, is het bijzonder veelzeggend hoe Barack Obama vandaag klaarblijkelijk meent dat het oké is om zonder enige democratische controle duizenden mensen te doden met drones, inclusief een Amerikaanse staatsburger hier en daar. En hij was nota bene de anti-oorlogskandidaat.

De eindeloze oorlog

Ook dat is een deel van de prijs die Amerika nog steeds betaalt voor Irak. Het land is een deel van zijn ziel kwijtgeraakt. Oorlog is de normale stand van zaken geworden. Een hele generatie is ondertussen opgegroeid zonder bewuste herinneringen van de wereld vóór 9/11, Afghanistan en Irak.

Voor hen is oorlog iets dat constant op de achtergrond broeit. Ook nu het conflict in Irak officieel voorbij is en dat in Afghanistan afloopt, is de oorlog trouwens niet voorbij. Ook Obama hoor je tot nader order niet zeggen dat het stilaan welletjes is geweest en dat terrorisme voortaan kan bestreden worden met politioneel optreden en militaire prikacties.

Zolang er oorlog is, zijn er speciale omstandigheden van kracht en die rechtvaardigen dingen die anders niet kunnen. Binnenlandse spionage. Drone-aanvallen. Het parlement in het duister houden. De president die zichzelf boven de wet stelt, simpelweg omdat hij de president is en tijden van oorlog nu eenmaal vereisen dat hij doortastend optreedt om de veiligheid van de bevolking te waarborgen.

Geen garanties

Heeft Amerika anders toch nog wat geleerd van Irak? Toch wel, lijkt het. Obama is niet voor niks twee keer verkozen. De economie zat er natuurlijk voor veel meer tussen, maar zijn tegenstanders John McCain in 2008 en Mitt Romney vorig jaar waren bijvoorbeeld een stuk happiger op militair optreden tegen Iran en zijn nucleaire programma. Obama zegt wel dat alle opties op tafel liggen, maar stelt zich au fond toch een stuk terughoudender op.

Vergist u zich echter niet. De lui die Amerika tien jaar terug de oorlog in praatten, zijn er nog steeds. Neoconservatieve cheerleaders als Bill Kristol en Charles Krauthammer vergisten zich destijds zo monumentaal met hun bewering dat Irak een makkie zou zijn dat je gedacht zou hebben dat niemand hen ooit nog een podium zou geven. Vandaag lopen ze in de media weer volop te stoken tegen Iran.

Dick Cheney liet vorige week horen dat hij niks zou veranderen als hij de geschiedenis mocht overdoen. Jeb Bush, een potentiële presidentskandidaat voor 2016, stelde dat hij ervan overtuigd is dat geschiedschrijvers zijn broer George positief zullen beoordelen. Politici als John McCain en zijn onafscheidelijke adjudant Lindey Graham roepen nog steeds bij elke gelegenheid om militair optreden. Als het aan hen ligt, is een oorlog met Iran nu al een uitgemaakte zaak.

Er zijn dus geen garanties dat het Amerika niet nog eens zal overkomen. Dat zei men na Vietnam namelijk ook en kijk maar eens hoeveel daarvan was blijven hangen toen het er vandaag precies tien jaar geleden echt op aan kwam.

Onze partners