16/02/12 om 09:54 - Bijgewerkt om 09:54

Index en euro zijn water en vuur

Er zou inderdaad meer loonongelijkheid ontstaan bij afschaffing van de index. Tegelijk is het absoluut zeker dat er meer jobs zouden blijven bestaan in dat geval.

Indrukwekkend, het politieke gekakel gisteren over de index en de al dan niet afgewerkte studie terzake van de Nationale Bank (NBB). Het leverde gouverneur Luc Coene, alsmede eerste minister Elio Di Rupo, enige moeilijke momenten op. Verbaal gaapt over ons indexeringsmechanisme hoe dan ook een erg diepe kloof tussen de Open VLD en de PS (tenminste toch de PS van vice-premier Laurette Onkelinx).

Hoe intens het over en weer gekibbel gisteren ook was, essentiële punten inzake de hele discussie rond de automatische indexering van de lonen bleven achterwege. Uiteraard spelen de loonkosten, en dus het indexeringsmechanisme, een belangrijke rol in de evolutie van ons internationaal concurrentievermogen.

De NBB bevestigde in haar jaarverslag wat ze zelf eerder al had geponeerd en wat, onder meer, de OESO, het IMF en de Europese Commissie ook al ondubbelzinnig hebben geponeerd, namelijk dat we een ernstig probleem hebben inzake onze internationale concurrentiepositie.

Het kwam er gisteren in de vele discussies en interviews niet of nauwelijks uit, maar de problematiek van de index gaat veel verder dan de vaststelling dat het fout zit met ons internationaal concurrentievermogen. Twee erg belangrijke consideraties dienen dringend mee opgenomen te worden in het debat rond de index. Beide beschouwingen houden nadrukkelijk verband met "het leven in de eurozone".

Eén. Het leven binnen een monetaire unie als de eurozone maakt dat het erg moeilijk is om, eens uw internationaal concurrentievermogen aangetast is, de zaken terug recht te trekken. De perikelen van Griekenland, Portugal, Spanje en Italië vormen daar een mooie illustratie van. Laat men de loonkosten binnen een monetaire uit de hand lopen, dan moeten die loonkosten terug naar beneden op een directe wijze, want een devaluatie van de munt om de kostenhandicap te elimineren kan niet meer.

Zo goed als dag op dag dertig jaar geleden hebben wij in België een loonkostenhandicap die tot 15% was opgelopen voor een stuk weggewerkt met een devaluatie van de toenmalige Belgische frank. Devaluatie is een verdoken manier om te hoge relatieve loonkosten te corrigeren.

Vermits de devaluatie-optie per definitie niet meer voorhanden is binnen een monetaire unie kan een correctie van een loonkostenhandicap op twee manieren; ofwel een verlaging van de fiscale lasten op arbeid, ofwel een brutale verlaging van de bruto-lonen. De genoemde zuiderse landen slagen er niet in om één van deze twee opties (of een mix ervan) waar te maken. Het gevolg daarvan is dat ze internationaal nauwelijks nog over enig concurrentievermogen beschikken waardoor economische groei een fantoom wordt.

Geen groei of zelfs recessie is hét recept om de publieke financiën en de internationale kredietwaardigheid helemaal naar de haaien te helpen. Tussen haakjes: Ierland is er wel in geslaagd haar internationaal concurrentievermogen te herstellen, vooral via forse verlaging van de bruto-lonen. De Ieren zijn nog lang niet thuis maar het valt moeilijk te ontkennen dat ze toch wat uit het oog van de eurostorm verdwenen zijn.

Wat België betreft, is de situatie glashelder: ofwel doen we nu snel iets ingrijpends aan de index, ofwel zullen we later geconfronteerd worden met de noodzaak om ofwel de fiscale lasten op arbeid te verlagen (quid begrotingstekort?) ofwel de bruto-lonen te verlagen.

Twee. Een gelukkig en voorspoedig leven binnen een monetaire unie vereist flexibele arbeidsmarkten. Dit is geen economisch, maatschappelijk of moreel oordeel over de al dan niet wenselijkheid van flexibele arbeidsmarkten. Het is de uitdrukking van een realiteit eigen aan het fenomeen monetaire unie. Waarom zijn die flexibele arbeidsmarkten nodig? Omdat een land dat toetreedt tot een monetaire unie per definitie twee belangrijke instrumenten van economisch beleid opgeeft, namelijk de rentevoeten (bepaald door de Europese Centrale Bank) en de wisselkoers. Om de economie te wapenen tegen schokken die er hoe dan ook komen, dienen dus andere stabilisatoren te worden ingebouwd. Flexibele markten spelen die rol binnen een monetaire unie.

Een algemeen toegepaste loonindexering druist diametraal in tegen het principe van flexibiliteit in de arbeidsmarkten. Ze leidt immers tot een verhoogde uniformiteit in de loonvorming. Het discours voor zo gelijk mogelijke loonvorming doorheen heel de economie klinkt goed en oogt rechtvaardigheid maar is dat niet. Het zet immers jobs op de tocht in bedrijven en sectoren met een lagere productiviteit dan het gemiddelde.

Er zou inderdaad meer loonongelijkheid ontstaan bij afschaffing van de index. Tegelijk is het absoluut zeker dat er meer jobs zouden blijven bestaan in dat geval. Dat is het fundamentele debat over de index: tijdelijk meer inkomen of structureel meer jobs.


Johan Van Overtveldt

Onze partners