Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

08/06/11 om 08:30 - Bijgewerkt om 08:30

In memoriam: Paul Vandenbussche

De pas overleden Paul Vandenbussche kan niet beter gekarakteriseerd worden dan met zijn eigen woorden: "Een echt intellectueel is iemand die zich op elk moment probeert rekenschap te geven van de mate waarin hij door het tijdsklimaat beïnvloed wordt. Cas Goossens

De pas overleden Paul Vandenbussche (1921 - 2011) die mee de wet heeft geschreven waardoor het oude Nationaal Instituut voor Radio-omroep (NIR) in 1960 vervangen werd door de BRT, en die meer dan 25 jaar (van 1960 tot 1986) de Vlaamse Openbare Omroep heeft geleid, kan niet beter gekarakteriseerd worden dan met zijn eigen woorden: "Een echt intellectueel is iemand die zich op elk moment probeert rekenschap te geven van de mate waarin hij door het tijdsklimaat beïnvloed wordt".

Hij was iemand die zich niet wilde laten meedrijven op de golven van een mode-denken, maar die zijn eigen kritische geest voortdurend aanscherpte en zich afzette tegen de kuddegeest die hele generaties heeft gedomineerd. Hij heeft zich niet door de Hitleriaanse propaganda van de jaren dertig laten verleiden, hij keerde zich tegen de "bon ton" van de voornamelijk Franse intelligentsia die met de Soviet-Unie dweepte, en hij waarschuwde de jongelui die met het Rode Boekje van Mao demonstreerden. "Wacht maar tot Mao dood is, dan zullen we pas vernemen wat voor misdaden de Chinese communisten op hun geweten hebben, net zoals we pas na Stalins overlijden vernomen hebben hoe groot de verschrikking van de Goelag wel was", zei hij. En hij kreeg gelijk.

Zoals zijn grote voorbeeld Raymond Aron, die elk totalitair regime heeft bestreden, die door "progressief" links voor een seniel conservatief werd versleten, maar die in 1989 met de val van de Berlijnse muur over heel de lijn gelijk heeft gekregen en nu -terecht- erkend en geëerd wordt. Omdat Vandenbussche voortdurend vreesde dat de journalisten van zijn omroep mee zouden heulen met de waan van de dag en niet genoeg kritische afstand tegenover verlokkelijke theorieën zouden bewaren, kon hij zo tekeergaan tegen wat hij beschouwde als een afwijking van het rigoureuze streven naar objectieve, niet gekleurde, volledige en secure berichtgeving. Dan kon hij zich inderdaad erg boos maken: hij had een vurig temperament en geen gemakkelijk karakter. De mens had zijn gebreken, en het is begrijpelijk dat velen daar problemen mee hadden. Zijn tegenstanders bestreed hij met open vizier, tegenover zijn vrienden was hij absoluut loyaal. Iedereen wist wat je aan hem had.

Paul Vandenbussche kwam zelf uit de journalistiek. Hij was een autoriteit op het gebied van de berichtgeving over de Europese eenmaking. Daarover werd hij door buitenlandse collega's geconsulteerd. Zijn blik richtte hij op heel de wereld, omdat hij, nog voor professor Baeck het zo lapidair uitdrukte, besefte "dat de wereld ons dorp is". Zijn grootste ergernis was dat zoveel dictatoriale regimes vrije nieuwsgaring onmogelijk maakten. "Elke avond zouden we ons bij het begin van ons tv-journaal moeten verontschuldigen omdat wij maar over twee vijfden van de wereld vrijuit kunnen berichten", placht hij te zeggen.

Hij was inderdaad een groot intellectueel, zeer belezen, met een ruime historische, filosofische en literaire background. Hij bracht ons bij Karl Popper en Arnold Toynbee, hij liet ons "Montaillou" van Le Roy Ladurie lezen tien jaar voor het in de Lage Landen in een Nederlandse vertaling een groot succes werd, en hij hanteerde het zo behulpzame onderscheid tussen de "Gesinnungsethik" en de "Verantwortungsethik" van Max Weber. Vandenbussche was het die "Le refus de la vie" van Chaunu aan Vlaamse politici bezorgde om hun relevante argumenten aan de hand te doen voor het delicate debat over abortus en euthanasie. Hij las de gezaghebbende internationale publicaties die hem, diep onder de oppervlakkige nieuwsgierigheid van luchtige "news shows", dichter bij de kern van de dingen bracht om het publiek over de grond van de zaak voor te lichten.

Als bewonderaar van de Angelsaksische parlementaire democratie en als adept van het christelijk personalisme van L'Esprit, Mounier en Maritain,, had hij een visie op de rol die een openbare omroep moet spelen als "dienst" aan de gemeenschap, niet als "verkoopsinstrument", niet als een kraam op de markt . Over de manier waarop die visie in de praktijk -in het nieuws, in de ontspanning en in de cultuur- naar zoveel mogelijk mensen toe vertaald moet worden, kunnen moderne managers wellicht betere ideeën hebben dan de verantwoordelijken van de omroep uit de tijd van Paul Vandenbussche. Maar zonder die visie lopen we het risico te ontsporen.

Cas Goossens, voormalig administrateur-generaal van de BRT(N)

Onze partners