22/04/11 om 11:06 - Bijgewerkt om 11:06

Improvisatie troef

De regering komt niet toe aan een deftig energiebeleid, maar zet wél de regulator compleet in de wind.

De ontslagnemende regering-Leterme II, die inzake het energiebeleid al niet weet van welk hout pijlen te maken, heeft nu ook haar eigen regulator afgebrand. Dat is bovendien gebeurd met voordachten rade.

Volgens de Nationale Bank putten de elektriciteitsproducenten Electrabel en SPE jaarlijks tussen 750 en 900 miljoen euro winst uit de zeven afgeschreven kerncentrales in ons land. Dat is minder dan de helft van de ramingen die de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) met veel moeite - Electrabel weigert de gegevens over productiekosten, volumes en verkoopsprijzen te bezorgen - heeft gemaakt. De nieuwe bedragen komen wel in de buurt van de winstcijfers die Electrabel zelf met zijn bijna-monopolie op de Belgische energiemarkt noemt.

Het resultaat van de berekeningen van de Nationale Bank als 'scheidsrechter' verbaast niet. Het huiswerk voor een protocolakkoord van de regering met de Franse bazen van Electrabel bij GDF Suez - over een jaarlijkse bijdrage 250 miljoen euro voor het langer openhouden van de kerncentrales - was in oktober 2009 ook al aan de Brusselse De Brialmontlaan gemaakt. Het zou dus pas vreemd geweest zijn indien de Nationale Bank nu met heel andere bedragen op de proppen was gekomen.

Maar als die deze week aan premier Yves Leterme (CD&V) en minister van Energie Paul Magnette (PS) formeel zijn toegelicht, kun je er gif op innemen dat er opnieuw een hevige discussie zal losbarsten over de manier van rekenen. Vervolgens kan in het federale kabinet ook een flink robbertje worden uitgevochten over een andere energieheffing. Electrabel, dat zijn bijdrage in de voorbije drie jaar overigens ook nog eens fiscaal mocht aftrekken, vindt alleszins dat die 250 miljoen volstaat. Aan regeringszijde goochelen ze met hogere sommen: van 500 miljoen tot zelfs 750 miljoen voor een zogenaamde uraniumtaks.

Al die heisa verandert niets aan het feit dat de liberalisering van de energiemarkt op een totale mislukking is uitgedraaid. Electrabel passeert minstens drie keer - de productie, de distributie en ook voor groene energiecertificaten - langs de kassa. Particulieren en bedrijven betalen zich intussen blauw voor hun energie, omdat het beleid er niet in slaagt om een goede marktwerking te garanderen. Bij de overheid is het integendeel improvisatie troef. Zo heeft de ontslagnemende Magnette nog maar pas bedacht dat hij meer zicht wil krijgen op de energietoekomst - met of zonder kerncentrales - van ons land. Op Vlaams niveau zweert minister Freya Van den Bossche (SP.A) dan weer plots bij windenergie in plaats van zonne-energie.

Wie een heldere lijn in het energiebeleid ziet, mag het zeggen. Die zal er trouwens ook niet komen als een hogere energiebijdrage van Electrabel (en een beetje SPE) enkel dient om de begroting op te smukken. Een zichtbare omslag naar een mix van betaalbare en hernieuwbare energie is duidelijk niet voor morgen.

Patrick Martens

Onze partners