22/04/12 om 20:53 - Bijgewerkt om 20:53

IMF-vernedering voor eurozone

Het IMF tikt de eurozone op de vingers. Toch doet die eurozone al een buitenproportionele inspanning inzake verhoging van de IMF-middelen.

Eén dag na de meeting waar de G-20 samen met de andere aandeelhouders van het IMF (Internationaal Monetair Fonds) tot een overeenkomst kwamen om de middelen van het IMF met 430 miljard dollar op te trekken, kwam IMFC met een bijkomende verklaring. Dit International Monetary and Financial Committee is het operationele orgaan van het IMF en wordt voorgezeten door Tharman Shanmugaratnam, vicepremier en minister van Financiën van Singapore.

In de verklaring van het IMFC komt de eurozone als enige regio of land expliciet aan de orde inzake vingerwijzing rond het beleid. Zo wordt er verwezen naar de "aanhoudende spanningen in Europa" en verder luidt het dat "binnen de eurozone verdere vooruitgang op het vlak van houdbaarheid van de schuld, verzekering van de financiële stabiliteit en doorvoering van gedurfde structurele hervormingen van cruciaal belang zijn om het vertrouwen te herstellen". Zowel Shanmugaratnam als Christine Lagarde, de algemeen directeur van het IMF, bevestigden nogmaals dat de verhoogde middelen welke het IMF van haar lidstaten toegewezen kregen ter beschikking staan van alle lidstaten en zeker niet exclusief voor de eurozone voorbehouden worden.

Met bovengaande niet mis te verstane boodschappen aan het adres van de eurozone in het achterhoofd is het leerrijk om even terug te keren naar die verhoogde inbreng die vorige vrijdag beslist werd. Er zijn toezeggingen voor bijkomende middelen voor het IMF voor in totaal 430 miljard dollar maar slechts 360 miljard van die toezeggingen zijn ook spijkerhard. China, India, Rusland, Brazilië, Indonesië, Maleisië en Thailand houden hun inbreng nog in beraad. De VS en Canada brengen sowieso geen vers geld naar het IMF.

De eurozone heeft 200 miljard dollar formeel toegezegd. Uitgaand van de globale inbreng van 360 miljard dollar betekent dit dus dat de eurozone 55,5% van de totale inbreng voor haar rekening neemt. Komen de twijfelaars toch over de brug dan zal de euro-inbreng nog afklokken op 46,5% van het geheel. Daar staat tegenover dat de eurozone 22,44% van de stemmingsrechten binnen het IMF waarneemt. De conclusie ligt dan ook voor de hand: de eurozone brengt middelen naar het IMF a rato van ruim het dubbele van haar gewicht in de beslissingen van het IMF. Van een fundamentele herschikking van de stemrechten waardoor de eurozone een gewicht in de beslissingorganen van het IMF zou verwerven dat deze hoge relatieve inbreng vanwege de eurozone weerspiegelt, is absoluut geen sprake.

Was de elementair logica gerespecteerd dat je als land of als regio middelen inbrengt a rato van uw gewicht in het aandeelhoudersschap dan zou tegenover de 200 miljard dollar van de eurozone (22,44%) een inbreng van de andere IMF-leden van 690 miljard dollar moeten staan. Dit is maar een fractie van de 160 of 230 miljard welke de andere leden van het IMF inbrengen.

Omgekeerd kan men argumenteren dat als de totale verse inbreng op 430 miljard dollar wordt vastgepind dat de eurozone dan "slechts" 96,5 miljard dollar zou moeten inbrengen en niet de 200 miljard waarvan nu sprake.

Het is evident van groot belang dat de internationale gemeenschap via het IMF betrokken blijft bij de crisis binnen de eurozone. Vanuit het IMF Het is echter nu wel zonneklaar dat we als eurozone afgelopen vrijdag een grote prijs betaald hebben voor de verdere internationale participatie aan het euroverhaal. Daarbovenop dan nog eens in vrij duidelijke taal en heel gericht op de vingers getikt worden door de belangrijkste beleidsverantwoordelijken van IMF en IMFC, dat begint behoorlijk naar op vernedering te lijken. De vreugdekreten van diverse Europese bewindslui geuit naar aanleiding van de recente middelenverhoging van het IMF krijgen dan ook van langsom meer een erg wrange bijklank.

Johan Van Overtveldt

Onze partners