27/09/11 om 11:01 - Bijgewerkt om 11:01

'Iedereen wint!'

Het federale niveau, toch de behoeder van de sociale zekerheid, is niet versterkt uit de nachtelijke onderhandelingen gekomen.

'Tous ravis... - iedereen opgetogen...' kopte de krant La Libre Belgique boven haar toelichting bij het formatieakkoord over de nieuwe bijzondere financieringswet. Die opluchting geldt veeleer het feit dat er een akkoord werd gevonden - zij het dan een principeakkoord - dan de inhoud van het akkoord, die vooralsnog onder de mat wordt gehouden.

De onderhandelaars willen naar eigen zeggen pas na het afronden van de formatie de teksten van de akkoorden in het licht geven. En dan nog. Want misschien is het toch raadzaam, zo suggereerde een van hen, enkele politieke afspraken binnenskamers te houden.

Voorlopig kennen we alleen de grote lijnen van het akkoord en de principes die de onderhandelaars daarbij hanteerden. De verschillende variabelen moeten nog worden vastgelegd. Met als gevolg dat de verklaringen aan weerszij van de taalgrens nu al grondig verschillen.

Hebben de Vlaamse partijen het over een grotere fiscale autonomie, dan benadrukken de Franstalige partijen dat die fiscale autonomie vergelijkbaar is met die van de gemeenten en dat alle fiscale hefbomen in federale handen blijven.

Omdat alleen die grote lijnen en principes in een akkoord werden gegoten, valt voorlopig niet te berekenen wat er van dit voorakkoord overblijft zodra de onvermijdelijke, diepsnijdende sanering van de openbare financiën is uitgetekend en de nieuwe, wellicht zeer forse fiscale inkomsten zijn vastgesteld.

Dit voorakkoord over de bijzondere financieringswet houdt al geen rekening met de gevolgen van de vergrijzing - om maar dit voorbeeld te geven. Dat moet straks weer op het federale niveau worden geregeld. Maar dat federale niveau, toch de behoeder van de sociale zekerheid, is niet versterkt uit de nachtelijke onderhandelingen gekomen. Het beeld, ooit aangereikt door Herman De Croo, van de badkuip die men tracht te vullen maar waarvan de stop zoek is, blijft nog altijd van toepassing.

Tijdens die nachtelijke, communautaire onderhandelingen worden de economische en financiële stukken vaak bijgeknipt om ze alsnog in de grote politieke puzzel te laten passen.

In 1988 werd voor de eerste versie van de bijzondere financieringswet, uitgewerkt door Jean-Luc Dehaene en zijn team, gerekend met een dalende schoolbevolking. Een vergissing, zo bleek, want het aantal leerlingen steeg. Met als gevolg nieuwe financiële moeilijkheden voor het Franstalig onderwijs.

Daarop ging premier Guy Verhofstadt met paars-groen de financieringspuzzel nog eens herleggen om het Franstalig onderwijs van vers geld te voorzien. Een ingreep die een fors lek in de federale staatskas sloeg.

Of dit nieuwe akkoord, dat pas in 2015 tot uitvoering kan worden gebracht, overeind zal blijven, is nog maar de vraag. Ook aan Waalse kant wordt gevreesd dat sommige modellen nogal voortvarend zijn. Zo wordt uitgegaan van een groei van de personenbelasting met 5,1 procent, een stuk hoger dan de voorziene groei van het bbp.

Vraag is ook of de onderhandelaars de reële situatie op het terrein hebben bekeken. Zo krijgt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest binnen afzienbare tijd bijna 600 miljoen euro per jaar bijkomende financiering zonder dat het daarvoor een noemenswaardige hervorming hoeft door te voeren.

De Brusselse situatie is ronduit desastreus en vergt grote interne hervormingen. Zo kampen de 19 Brusselse gemeenten met een gezamenlijke schuld van ruim 1,256 miljard euro. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zelf zit opgezadeld met een schuld van 2,8 miljard euro. Niettemin geeft het hoofdstedelijke gewest jaarlijks ruim 320 miljoen euro uit aan gemeenschapsbevoegdheden, wat neerkomt op een transfer naar de Franse Gemeenschap.

Die bijdrage voor de Franse Gemeenschap is des te pijnlijker omdat Brussel niet op veel fiscale inkomsten uit de personenbelasting hoeft te rekenen. Vorige week nog publiceerde zusterblad Le Vif-L'Express een infografiek die te zien geeft hoe in twintig jaar tijd het inkomen van de Brusselse gezinnen met zowat dertig procent omlaag is getuimeld.

Dat inkomen, in 1994 nog hoger dan dat in Vlaanderen, ligt vandaag ruim 15 procent onder het Belgische gemiddelde. En dat de toekomst er al even bedenkelijk uitziet, wordt aangegeven door de jeugdwerkloosheid die in sommige Brusselse buurten 50 procent bedraagt.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is geen volwaardig gewest maar een bordkartonnen potemkindorp. De nieuwe bijzondere financieringswet zal daar niets aan veranderen.

Deze nieuwe versie van de bijzondere financieringswet is een constructie op drijfzand, alleen uitvoerbaar met geleend geld, of door een spectaculaire belastingverhoging, of na een hardvochtige sanering in de pensioenen.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners