Luc Baltussen
Opinie

13/03/12 om 14:52 - Bijgewerkt om 14:52

Hoofddoek in Disneyblauw

Een bezoekje aan Londen kan leerzaam zijn voor de Genkse directie van winkelketen Hema.

Winkelketen Hema zet een moslima aan de deur omdat ze geen afstand wil doen van haar hoofddoek als ze in de winkel staat. Jozef De Witte van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) aanvaardt niet dat commerciële bedrijven het argument 'neutraliteit' inroepen om de hoofddoek te verbieden, en daagt Hema voor de rechter. En prompt is het hoofddoekendebat terug van weggeweest.

Laten we wel wezen. Uiteraard is een democratische samenleving ondenkbaar zonder een grondig debat over de rol en de plaats van religies en culturen. Maar sommigen voeren ook elk deeldebat met argumenten vol nikabs, eremoorden en andere tekenen die de vrouwonvriendelijke kant van de islam in de verf moeten zetten. Met de Hemadiscussie heeft dat volgens mij niet veel te maken. De vraag of een werkgever het recht heeft zijn werknemers elke expressie van identiteit te ontzeggen, ter wille van het cliënteel, heeft die complexiteit helemaal niet nodig.

Onlangs liep ik, mijn dochters achterna, in Londen een Disneywinkel binnen in Oxford Street. Er liep heel wat personeel rond, als zodanig herkenbaar omdat ze allemaal, mannen en vrouwen, gekleed waren in dezelfde blauwe stof. Bij minstens de helft van de vrouwen was dezelfde kleur ook gebruikt voor de hoofddoek. Uit het Hemadebat leer ik intussen dat eenzelfde benadering van het uniform ook in ons land bestaat, zelfs in sommige christelijke ziekenhuizen. Wat ik in die winkel begreep, was: 1. er wonen veel moslims in Londen, en 2. hier worden alle Londenaars bediend, ongeacht hun achtergrond. Ik had helemaal niet het gevoel dat Disney in zijn winkel zijn eigen neutraliteit opgaf of mij wat dan ook wilde aanpraten. Integendeel, de aanwezigheid van als zodanig herkenbare moslima's maakte mij duidelijk dat de winkel zowel tolerant als transparant wil zijn. In zekere zin vond ik dat geruststellend: een onderneming die de diversiteit van haar personeel respecteert, zal dat immers ook voor die van haar klanten doen. Is dat niet hoe een moderne, democratische samenleving werkt?

Bedrijven zijn er niet om ons op te voeden of om ideeën uit te dragen. Zij hebben een relatief beperkt doel voor ogen en hoeven geen culturele of religieuze identiteit te bekennen om hun handelsrelaties te ontwikkelen. We verwachten van hen alleen dat ze zich inschrijven in de maatschappelijke orde en in de onze houdt die onder meer in dat je niet discrimineert op basis van geslacht, afkomst of levensbeschouwing. De diversiteit van het winkelpersoneel qua geslacht en afkomst is bij wijze van spreken van hun gezicht af te lezen -- en dat mag geen problemen scheppen. De vraag die overblijft is dus, waarom het wel problemen moet geven als je ook een cultureel-religieuze identiteit uit hun voorkomen kunt afleiden.

Ik kan geen andere reden bedenken, dan dat sommige klanten zich door zulke uiterlijke kenmerken bedreigd voelen. Alsof elke uiting van een levensbeschouwelijke identiteit per se ook militant of opdringerig zou zijn. Begrijpen doe ik het niet. Van een ambtenaar van Afrikaanse afkomst zou ik niet verwachten dat hij zich omwille van de neutraliteit van het gemeentehuis voor mij wit schildert. Waarom zou ik dan van een moslima in een winkel verwachten dat ze haar hoofddoek aflegt? Een organisatie is neutraal als ze de diversiteit van personeel en klanten aanvaardt en respecteert -- niet als ze hen verplicht die thuis te laten en zichzelf te herleiden tot identieke en identiteitsloze robotten.

Luc Baltussen

Onze partners