Walter Pauli
Walter Pauli
Redacteur Knack
Opinie

15/09/11 om 16:48 - Bijgewerkt om 16:48

Hoe N-VA de rekening toegestuurd krijgt

Er is één luik uit het bereikte voorakkoord dat best niet onderbelicht blijft: de afschaffing van de rechtstreeks gekozen senaat.

Die an sich zeer verdedigbare oplossing, heeft één partijpolitiek neveneffect: de N-VA betaalt het gelag. Politiek, en mogelijk ook financieel.

Eerst dit. Er zijn best argumenten om komaf te maken met wat eertijds de Hoge Vergadering heette: de senaat was politiek nog amper relevant. Het begin van het einde situeert zich bij het Sint-Michielsakkoord in 1992-1993, toen Jean-Luc Dehaene de politiek afscheid deed nemen van de 'gewone' senaat en dus het klassieke bicameralisme. Er kwam een 'nieuwe' senaat, maar die heeft nooit echt zijn rol kunnen spelen. Ook omdat de senatoren dat niet echt wilden. Elke voorzitter zag voor de senaat een andere taak.

Onder CVP'er Frank Swaelen probeerde de nieuwe senaat zo veel mogelijk op de oude te blijven lijken, onder PS'er Anne-Marie Lizin specialiseerde de senaat zich in recepties met internationale gasten en hapjes. Het moest een reflectiekamer worden, en dat is eigenlijk maar een paar keer gelukt: de Rwandacommissie zorgde voor een paar relevante inzichten, en ter voorbereiding van de euthanasiewet werden er een aantal degelijke en zelfs waardevolle debatten gevoerd. Maar dat is intussen ook al tien jaar geleden, of meer.

Voor de rest haalden senatoren vooral het nieuws als ze iets spectaculair deden buiten de senaat om. Vincent van Quickenborne doopte zichzelf 'Senator Q' en vond de moordenaar van Lahaut, Pol Vandendriessche haalde er de inspiratie voor zijn eerste roman.

Dat was zo ongeveer de relevantie ervan. Of is het nuttig te herinneren, zoals de site van de senaat tot op vandaag nog altijd fier zelf doet, en wel onder het kopje 'belangrijke gasten', dat op 7 maart 2008 de "ontvangst van mevr. Moubarak, echtgenote van de Egyptische President", hét punt van de dagorde was?

Nieuwe senaat

De nieuwe senaat wordt bij de volgende verkiezing al samengesteld uit de regionale assemblées, plus een aantal gecoöpteerden, om zo zijn rol van 'ontmoetingskamer' tussen de gemeenschappen te spelen. Goed zo. Ook de N-VA was trouwens gewonnen voor een slankere senaat - ook al omdat veel Vlaams-nationalisten het emotioneel aanvoelen als een erg "Belgicistische instelling", met al die prinselijke senatoren van rechtswege. Die vallen nu trouwens ook weg: één fraaie titel minder voor Filip, Astrid en Laurent. Vandaar dat zowel bij de gesprekken te Vollezele als in de nota-De Wever een afgeslankte senaat een thema was.

Deze senaatshervorming is politiek dus een goede operatie. Maar ook een met partijpolitieke consequenties. Bij de hervormingen van de senaat in 1995, werd voor het eerst bepaald dat niet zoals voorheen de provincies de kieskringen zouden leveren, maar dat er één kieskring voor het Vlaamse land kwam. Daar vielen dus de grote stemmenaantallen te halen. Daar konden partijleiders zich rechtstreeks op het schild laten hijsen. Daar deden ze dat ook.

Bij de eerste senaatsverkiezing nieuwe stijl, in 1995, was het Jean-Luc Dehaene (CVP) die het laken naar zich toetrok. 'De tocht is moeilijk, de Gids ervaren' leverde hem bijna een half miljoen voorkeursstemmen op. Na hem volgde 'uw sociale zekerheid' Louis Tobback met bijna 444.000 stemmen, en beide coalitiepartners hielden de liberale uitdager Guy Verhofstadt, met 'maar' 405.000 stemmen, achter zich en in de oppositie. In 2003 was het weer van dat. Het leek was alsof het gratis stemmen was op Steve Stevaert (sp.a): 604.000 stuks, een pak meer nog dan uittredend premier Verhofstadt. Na dat succes waren er die Stevaert verafgoodden. Letterlijk: op de voorpagina van De Morgen heette hij 'God'.

Nationaal boegbeeld
Tot voor paars - ook in de senaat - de Götterdämmerung aanbrak in 2007. Yves Leterme (CD&V) haalde bijna 796.000 voorkeursstemmen. Dat leek een record dat lang zou standhouden in de tabellen, al deed 2010 Bart De Wever - wie anders - al bijna even goed; de N-VA-voorzitter rijfde er 785.000 binnen. Zo ging het bijna altijd: de senaatscampagne vereiste één nationaal boegbeeld, en de politicus die deze strijd won, werd erkend als politieke leider - niet van zijn partij, maar van het land. Dat De Wever die electorale overwinning niet in politieke macht heeft kunnen omzetten, is een ander verhaal - feit is dat hij de maanden na de verkiezingen mee aan zet was, en niet de kopstukken van CD&V, Open Vld of sp.a.

Die medaille had ook een achterkant. Politici die zich opmaakten voor de ratrace van de senaat en het niet haalden, groeven hun eigen graf. Dat was al zo in 1995. Verhofstadt verliest van Dehaene en Tobback, neemt ontslag als VLD-voorzitter en neemt het eerste vliegtuig naar Italië, terwijl de Vlaamse liberalen een broederoorlog uitvechten die oude vos Herman De Croo eerder verrassend wint. In 2007 heeft sp.a-voorzitter Johan Vande Lanotte geen andere kans dan zich "ook als kandidaat-premier" aan de kiezer te presenteren. Dat was zijn enige kans om zich in alle tv-debatten tussen die andere kandidaat-eerste ministers (en dus senatoriële lijsttrekkers) te wurmen: Vlaams minister-president Yves Leterme en uittredend premier Guy Verhofstadt. Vande Lanotte speelde een liga te hoog: hij verloor dus, en had de volgende ochtend al ontslag genomen. In 2009 werd Marianne Thyssen aan het hoofd van haar CD&V-lijst gewoon weggeblazen door de N-VA-voorzitter, ook zij begreep meteen dat de tijd van nationale eersteplansrol voor haar voorbij was. Bij de sp.a hadden ze dat zelfs zien aankomen: Vande Lanotte was er lijsttrekker, ondermeer om voorzitter Gennez te besparen van een waarschijnlijke blamage, en de partij van een extra probleem. De senaatsverkiezing fungeerde dus niet alleen als kanaal voor kingmaking, maar was ook een moordkuil.

Weer zoals vroeger

Bij de volgende verkiezingen zal de populairste politicus van het land het dus zonder dat kanaal moeten stellen. Het is weer terug als vroeger: elke partij zal zich in elke regio moeten waarmaken. Men kan en zal zijn kopstukken natuurlijk nationaal uitspelen, maar die kopstukken kunnen maar stemmen halen in hun eigen provincie. En daardoor zal er een dynamiek(je) ontstaan, dat ze toch meer energie dan vandaag zullen steken in die streek en voor die specifieke kiezers die op hen kunnen stemmen. Elk nationaal figuur zal zijn lokale flank moeten afdekken, veel sterker dan tot nu toe het geval is.

En wie nationaal het sterkst staat, heeft dus het meest te verliezen. Dat is Bart De Wever. Meer, nog nooit was het verschil in populariteit tussen die nummer één en wat volgde, groter dan nu. Dat voordeel is hij en zijn partij in belangrijke mate kwijt. Zeker, ook voor de 'nationale senaatsverkiezing' waren er politici die zich met een groot aantal voorkeurstemmen opdrongen: in 1974, ten tijde van de legendarische 'Met deze man wordt het anders'-verkiezing kon Leo Tindemans zich ook alleen aan de Antwerpse kiezer aanbieden, en zorgde hij toch voor een landslide-zege van de CVP in heel Vlaanderen. En Karel Van Miert haalde in 1984 de cover van Knack als 'Karel De Grote' toen hij voor de eerste en enige keer in haar geschiedenis van de Vlaamse socialisten de grootste partij maakte: maar dat was bij Europese verkiezingen, waar ook Leo Tindemans in 1979 net niet aan een miljoen (!) voorkeurstemmen raakte. Maar Europese verkiezingen zijn geen nationale, de invloed is veel beperkter. Tindemans werd geen eerste minister meer en Van Miert moest nog vier jaar wachten voor hij uit de oppositie raakte, ondanks de quasi-presidentiële successen van beiden.

Hoe dan ook heeft Bart De Wever één wapen minder in de strijd om de kiezer, beschikt hij niet meer over een uitgelezen podium om de gouden medaille extra op te blinken.

Dat uitte zich trouwens ook in cijfers. Vorig jaar haalde de N-VA voor de kamer bijna 28 procent van de stemmen, voor de senaat - dus met De Wever zichtbaar op kop - 31 procent. Op De Wever zelf kunnen stemmen, zorgde ervoor dat voor de senaat 133.000 Vlamingen méér voor N-VA kozen, vergeleken met de Kamer. Dat kunnen die dus niet meer.

Het reuzensucces in de senaat zorgde ook voor een mega-delegatie bij de senatoren. Omdat het systeem D'Hondt de winnaar bevoordeelt, en een grote winnaar zeer bevoordeelt (de christen-democraten waren daarvan decennia lang de grote begunstigden), had N-VA negen rechtstreeks verkozen senatoren, plus drie gemeenschapssenatoren, en nog eens twee gecoöpteerden, Die N-VA-fractie is met haar veertien leden precies dubbel zo sterk als de tweede Nederlandstalige partij in de senaat, de zeven CD&V'ers.

Partijfinanciering

Als de senaat afgeschaft wordt, levert elke partij ook de partijfinanciering in die op basis van deze zetels uitbetaald wordt. Omdat de N-VA een onwezenlijk grote voorsprong had in het aantal leden, dreigt omgekeerd ook een onverwacht forse financiële strop. Nu zullen de partijen wel zorgen dat het verlies aan inkomsten wegens de afschaffing van de oude senaat, gecompenseerd wordt door een nieuwe financiering bij de senaat van morgen. Maar ook hier geldt dat de grote bonus van de N-VA er kwam doordat de hele lijst in de slipstream zat van hun Goddelijk Monster. En als dat stemmenkanon (deels) geneutraliseerd wordt, ook de andere voordelen relatief verminderen.

Waarbij niet is gezegd dat de N-VA de volgende verkiezingen zal verliezen, of Bart De Wever niet opnieuw een electorale knal kan geven. Wel dat het meest uitgelezen middel om dat te doen, namelijk de verkiezing van de senaat in één Nederlandstalig kiescollege, niet meer ter beschikking is.

Walter Pauli

Onze partners