Luc Baltussen
Opinie

03/01/12 om 15:01 - Bijgewerkt om 15:01

Hoe het bier betaalbaar te houden

Meer spelregels hebben we niet nodig, wel meer controle op de naleving ervan.

Dat de prijzen in ons land stijgen, wisten we wel. Dat ze hier méér stijgen dan in onze buurlanden, was ook al een poos niet onbekend. En dat het vooral de energierekening is die ons daarbij parten speelt, allemaal niet nieuwswaardig. Maar nu hebben AB Inbev én Alken-Maes beslist om ons pintje duurder te maken. Tegelijkertijd! Dit kán niet waar zijn. Dit mág niet waar zijn. Voor de kersverse economieminister Johan Vande Lanotte (SP.A) is het duidelijk: de overheid moet ingrijpen.

Wellicht kunnen we het debat beter van de toog weghouden. De brouwers betwisten dat ze prijsafspraken hebben gemaakt. Ze verhogen hun prijzen gewoon omdat hun kosten gestegen zijn. Het tegendeel bewijzen zal niet gemakkelijk zijn: bier is een relatief eenvoudig product en als de ingrediënten van AB Inbev duurder zijn geworden, is het niet onlogisch dat ook Alken-Maes daar niet aan ontsnapt is.

Voor Vande Lanotte vormt net dat het moeilijk is om misbruiken aan te tonen de kern van het probleem. De filosofie dat de markt zelf de beste prijsregulator is, werkt alleen als alle spelers zich netjes aan de regels van het economische verkeer houden. Zoals: geen afspraken maken over prijzen. Maar in tegenstelling tot het gewone verkeer kampt de economie met een schromelijk tekort aan politie en rechtbanken. De marktregels, zo redeneert de minister, worden met de voeten getreden zonder dat daartegen efficiënt wordt opgetreden.

Herinneren we eerst even aan de cijfers. In november steeg het Belgische inflatiecijfer tot 3,85 procent, ruim de helft meer dan in Duitsland. Volgens beurshuis Petercam liep de energierekening van een gemiddeld Belgisch gezin het voorbije jaar met liefst 18 procent op! Als je energie niet meerekent, stegen de prijzen nog altijd met 2,05 procent.

Dat ons land méér dan andere met inflatie kampt, heeft verschillende oorzaken, die allemaal aangepakt zouden kunnen worden. Iedereen wordt geconfronteerd met de stijging van de olieprijzen op de wereldmarkten, maar bij ons zijn de oliedistributeurs sinds een wet van 2007 wel erg vrij in hoe ze stijgingen kunnen doorrekenen in hun producten. Bovendien verbruiken de Belgen meer energie, waardoor energieprijsstijgingen nog extra doorwegen in de index - dat de Belgische gezinnen sinds 2009 dankzij groene investeringen wellicht iets minder energie consumeerden, is een gegeven dat Petercam trouwens niet in rekening bracht. Het indexmechanisme zelf geeft de energieprijsstijgingen nog een extra boost. En ten slotte is er inderdaad het gebrekkige handhavingsbeleid: Belgische regeringen en parlementen produceren graag wetten en regels maar besteden bijzonder weinig zorg aan het doen respecteren van al die regelgeving: controleurs zijn duur en de portemonnee van de overheid is chronisch leeg, als het over controle gaat.

Vande Lanotte heeft gelijk, als hij beweert dat misbruiken moeilijk aan te tonen zijn. Maar dat kan nooit een goede reden zijn voor heimwee naar de tijd dat de overheid de prijzen dicteerde. Het is waar dat Duitsland en Frankrijk de energieprijzen beter in de hand houden, maar dat komt niet omdat zij prijzen opleggen. Laten we eens beginnen met het afremmen van de mechanismen waardoor de ene prijs de andere omhoogstuwt. En laten we vooral zorgen dat de diensten die de spelregels moeten doen naleven daartoe de nodige spierkracht mogen ontwikkelen.

Luc Baltussen

Onze partners