Ann Peuteman
Ann Peuteman
Redactrice bij Knack
Opinie

31/10/11 om 12:01 - Bijgewerkt om 12:01

Hier vloekt men niet

Terwijl ministers verkeersovertreders aan Twitter uitleveren, laait de discussie over het recht op privacy op. De hoogste tijd. Als het tenminste nog niet te laat is.

Speurders die de Facebookpagina van een verdachte en zijn vrienden uitvlooien om nieuwe sporen te vinden voor hun onderzoek. Op die manier kunnen de Belgische politiediensten steeds meer zaken oplossen. Niets mis mee, zou je denken, als ze de dader maar klissen. Maar wat als brave burgers zelf speurdertje gaan spelen en het internet op gaan om het verleden van hun enge buurman te reconstrueren? Of als ze zich geroepen voelen om zelfgemaakte beelden van verkeersovertreders op YouTube of Twitter gooien? Anno 2011 is privacy duidelijk niet meer wat het is geweest. En niemand lijkt te weten wat het dan wel is.

Over het hele land worden de laatste jaren informatieavonden georganiseerd om ouders te doordringen van de gevaren die hun kinderen op Facebook of Netlog lopen. Zelf worden tieners op school en via de ouderwetse media voor de risico's gewaarschuwd, maar voorlopig lijkt het er niet op dat ze daardoor beter gewapend zijn als ze op een sociaalnetwerksite inloggen. Zelfs als ze heel goed weten dat er een heleboel privacy-instellingen aan Facebook zitten, doen de meesten de moeite niet om die ook te gebruiken. Waarom zouden ze ook? Ze aanvaarden toch zo goed als elk vriendschapsverzoek. Want in se wil iedereen natuurlijk zoveel mogelijk vrienden hebben.

Wie groot is geworden met sociaalnetwerksites, de generatie die nu op school- of universiteitsbanken zit dus, surft bij elke behoefte aan contact naar Facebook. Iets anders komt gewoon niet bij hen op. Zo bleek onlangs uit Nederlands onderzoek dat de helft van de hoogopgeleide studenten in de eerste plaats zijn online vrienden inschakelt om een job te vinden. Daar staat dan wel tegenover dat potentiële werkgevers of schoonvaders via Facebook in een oogwenk kunnen screenen wat voor vlees ze in de kuip hebben. En dan kan die vergeten foto van een zatte paaldans tijdens de een of andere studentenfuif of dat jaren geleden geposte extreemlinkse manifest plots heel vervelend blijken. Niet dat tieners en jonge twintigers naïef zijn. De meesten weten maar al te goed dat hun halve bestaan op het internet ronddobbert. En ze weten ook dat elke uitspatting of misstap, of het nu om een vrijpartij boven op een toren of om een flagrante parkeerovertreding gaat, zo op de een of andere webpagina kan worden gedropt.

'Hier vloekt men niet, God ziet u', het hing vroeger ingelijst in de woonkamers van veel Vlaamse grootmoeders. Tegenwoordig hoeven we daar niet meer door middel van een dreigend oog aan herinnerd te worden. We wéten dat we gezien worden zodra we onze computer aanzetten. Alleen trekken de meeste jongeren zich daar niets meer van aan, en blijven ze vloeken in de kerk. Want privacy is voor deze generatie net zo oudbakken als maagdelijkheid. Een mooi ideaal maar niet meer van deze tijd. Dat iedereen alles van iedereen kan weten, is een kleine prijs om te betalen voor een wereldwijde vriendenkring. Als die bloggers en surfers straks hun opwachting maken in het bedrijfsleven, de rechtbanken en het parlement, zal het dus nog verdomd moeilijk worden om ons recht op privacy overeind te houden.

Ann Peuteman

Onze partners