21/06/11 om 17:26 - Bijgewerkt om 17:26

Hete aardappel

De debat over loonindexering is als het monster van Loch Ness. Het steekt voortdurend de kop op, maar in de praktijk gebeurt er niets.

De poppen zijn nog maar eens aan het dansen gegaan na een mededeling van Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank, vorige week dat zijn instelling werkt aan een studie over de loon- en prijsvorming of de automatische loonindexering. Dat mechanisme resulteert door de hoge inflatie (3,4 procent in 2011) in een snellere loonstijging dan in de buurlanden, en is daardoor nefast voor de concurrentiekracht van de ondernemingen, aldus Coene. Van de werkgeversorganisaties kreeg hij applaus. Aan vakbondszijde was er boegeroep. En ontslagnemend premier Yves Leterme (CD&V), die het mocht uitleggen in de Kamer, onderstreepte voor de zoveelste keer hoe goed hij in lopende zaken wel niet voor de koopkracht zorgt. De negatieve effecten van de verhoogde inflatie tegenwerken is volgens hem 'desgevallend' iets voor 'in de toekomst'.

De opwinding over de studie van de Nationale Bank verbaast omdat Coene helemaal geen nieuws heeft verteld. Zijn voorganger Guy Quaden zei in februari precies hetzelfde. Hij werd toen ook op zijn wenken bediend door de regering-Leterme. In de zogenaamde IPA-wet schrapte die eerst een afspraak in het ontwerp van centraal loonakkoord tussen vakbonden en werkgevers om 'een studie van het indexeringssysteem' aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven te vragen, waarna ze toch aanklopte bij de Nationale Bank en het Prijsobservatorium voor een onderzoek naar de index. Dat onderzoek is intussen een van de Belgische verdedigingslinies tegen de aanmaning van de Europese Commissie dat ons land dringend werk moet maken van sociaaleconomische hervormingen (onder meer ook van de loonindexering, omdat die niet voorziet in correcties als de lonen te snel stijgen).

Met de automatische loonindexering is ons land zowat uniek in de wereld. Politieke en sociale consensus is er over het feit dat dit systeem, dat sinds 1980 overigens al meerdere keren werd afgevlakt en afgezwakt, de koopkracht vrijwaart en op die manier goed is voor de economie. Maar voornamelijk de energieprijzen, die hier veel hoger zijn dan in het buitenland, werken een spiraal van prijs- en loonstijgingen in de hand, en dat is slecht voor de economie. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor een effectieve prijsbeheersing in de energiesector (ondanks alle regeringspraatjes van de afgelopen tien jaar) blijft er dan weinig anders over dan te sleutelen aan de loonindexering.

Iedereen schuift die hete aardappel liever door. De sociale partners komen niet uit de loopgraven. De ontslagnemende regering schuift het probleem voor zich uit, want het is geen lopende zaak. En in de eindeloze onderhandelingen over de vorming van een nieuw regering is het op de eerste plaats de partij van formateur Elio Di Rupo (PS) die onder geen beding wil dat er wordt geraakt aan de heilige koe van de indexering van lonen, wedden en sociale uitkeringen. Misschien moet het parlement, tot het zichzelf de wacht aanzegt voor nieuwe verkiezingen, dan maar het primaat van de politiek inroepen om ook in deze kwestie verantwoordelijkheid te nemen.

Onze partners