Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

09/01/12 om 18:04 - Bijgewerkt om 18:04

Het wonderjaar 1912

Ook nu staat de natuurkunde aan de vooravond van grote veranderingen.

Precies honderd jaar geleden legde Alfred Wegener zijn theorie over de continentendrift op tafel. Op een bijeenkomst van de Geologische Vereinigung in Frankfurt proclameerde hij dat de continenten over de aarde verschuiven. Wegener ondersteunde zijn theorie met allerhande feiten. Hij ontdekte dat er sterke geologische overeenkomsten waren tussen de verschillende continenten. Iedereen weet wel dat Afrika en Zuid-Amerika als puzzelstukjes in elkaar passen.

Ook paleontologische vraagstukken werden door het verschuiven van de continenten opgelost. Fossiele vondsten op diverse continenten leken sterk op elkaar. Zo werd een versteende plantenstengel in Antarctica als ook in Zuid-Afrika ontdekt. Fossiele en levende lemuren zijn zowel in India als in Madagaskar gevonden, maar nergens anders. Tegenwoordig zijn deze landmassa's door een enorme oceaan gescheiden, maar ooit moeten die tegen elkaar hebben gelegen, oordeelde Wegener.

Toch hoonde de gevestigde wetenschappelijke wereld zijn bevindingen weg. Pas na zijn dood, kreeg Wegener gelijk.

Wat de oorzaak van de verschuiving van de continenten is, wist Wegener niet. Hij ontwikkelde allerlei theorieën, maar het was pas later dat men ontdekte hoe de vork in de stil zit. Wegener zorgde voor een totale ommekeer in de Wetenschap. Stilaan zagen wetenschappers in dat de wereld geen statisch gegeven is, maar steeds in beweging is. Pas in de jaren vijftig ontdekte men het principe van de tektoniek. In het midden van de oceaan wordt er nieuwe aardkorst aangemaakt, die uit de aardmantel naar boven komt. Continenten worden daardoor uit elkaar geduwd. Wegener heeft zijn eigen groot gelijk nooit geweten. Hij stierf in 1930, op expeditie in Groenland.

Wegener was niet de enige die voor een paradigmaverschuiving zorgde. In het jaar 1912 werden er meerdere aanzetten gegeven die de twintigste-eeuwse fysica grondig zou veranderen. Er deed zich een explosie van kennis voor die het wetenschappelijk universum deed uitdijen tot proporties die het bevattingsvermogen van een gewone sterveling ver oversteeg.

Robbert Dijkgraaf omschrijft de grote veranderingen in de wetenschap en de technologie als een overgang naar een volgende bergvallei tijdens een tunnelrijke treinreis door de Alpen. Opeens worden we geconfronteerd met een totaal ander uitzicht met een compleet verschillend perspectief. Terwijl de passagiers nog met het beeld van het vorige vergezicht in hun hoofd zitten, worden ze plots geconfronteerd met een nieuw panorama.

1912 was een nieuw vergezicht. Atomen en moleculen bleken de elementaire bouwstenen van de natuur te vormen, aangevuld met de elektromagnetische straling die zij uitwisselen. Einstein had reeds een aantal briljante tussenkomsten gepubliceerd, voor hij werk maakte van zijn magnum opus: de algemene relativeitstheorie. De grote concurrent van Einstein, Niels Bohr, stond op het punt zijn kwantummechanische atoommodel te bedenken. De wetenschap en industrie gingen nauwer samenwerken, wat o.a. resulteerde in een industriële oorlogsvoering zoals tijdens WOI.

Tijdens de jaren voor de Grote Oorlog bracht de moderniteit de auto, de pantserkruiser, het vliegtuig, de telefoon, de grammofoon, de film en de radioactiviteit met zich mee. De wereld veranderde van aanschijn.

De parallellen met de wereld van 2012 zijn niet vergezocht. Ook nu staat de natuurkunde aan de vooravond van grote veranderingen. Wat staat er ons de komende jaren allemaal te wachten? Zal het Higgs-deeltje ontdekt worden? Zullen neutrino's de theorie van Einstein gaan ondergraven? Kunnen nieuwe satellieten het raadsel van de oerknal oplossen? Waaruit bestaat de donkere materie en energie die 96 procent van het heelal vult? De technologie en de wetenschappen razen nog steeds aan een ongekend tempo in de tunnel voor, onderweg naar een volgend panorama.

Het onderwijs en de media moeten meer aandacht tonen voor dergelijke grote omwentelingen. Het doet ons loskomen van de details en de vluchtige actualiteit, om zo meer aandacht te hebben voor grote structuurveranderingen waarin we ons momenteel ook bevinden. Nieuwe uitzichten brengen ons ook nieuwe oplossingen en mogelijkheden. Maar kunnen ook de voorbode zijn van grote rampen. 1912 was een wonderjaar, maar was tevens de vooravond van een turbulente periode van twee wereldoorlogen die Europa aan de rand van afgrond brachten. Niemand die dat in 1912 kon voorzien.

Julien Borremans Leerkracht fysica en aardrijkskunde

Onze partners