29/06/10 om 15:40 - Bijgewerkt om 15:40

Het verdriet van Ludo

Wat is het verschil tussen Ludo Helsen en Bruno De Lille? De Lille komt veel te gemakkelijk weg met zijn kruistocht tegen Beenie Man.

In februari 2008 viel de hemel op het hoofd van Ludo Helsen, de nochtans minzame gedeputeerde voor Cultuur van de provincie Antwerpen. Knack.be meldde dat hij aan het Antwerpse FotoMuseum had laten weten dat het een groot risico nam door de verzameling blootprentjes van wijlen L.P. Boon tentoon te stellen.

Die verzameling bevatte immers kinderpornografische beelden, en Helsen wees de museumdirectie erop dat het parket daar doorgaans niet om lacht. Het FotoMuseum blies de hele tentoonstelling af en Helsen werd de kop van Jut. Hoewel hij niet gedreigd had met het intrekken van de subsidies voor het museum, en hij sensu stricto de tentoonstelling niet had verboden, werd hij als een conservatieve, enggeestige, preutse boskabouter uit de Kempen gebrandmerkt. Ludo Helsen, die nochtans een uitstekende staat van dienst kan voorleggen als beleidsman op het departement Cultuur, zal voor altijd herinnerd worden als de man die niet bestand was tegen vrouwelijk naakt. Het cliché dat bevestigd moest worden, werd bevestigd.

Wat een contrast met de reactie die de Brusselse minister van Gelijke Kansen Bruno De Lille (Groen!) kreeg toen hij Couleur Café op de knieën dwong in de zaak-Beenie Man. Beenie Man is de Jamaicaanse 'Koning van de Dancehall' en hij heeft het niet voor de andersgaarde medemens. In zijn teksten roept hij op tot geweld tegen homoseksuelen. Dat is al lang bekend. Toch ondertekende hij in 2007 een charter waarin hij zich ertoe verbond dat nooit meer te zullen doen. De organisatoren beweren dat hij zijn wilde haren kwijt is, en dat hij zijn homofobe nummers al lang niet meer brengt.

Voor de homobeweging was dat niet genoeg. Met een gerichte campagne die ook de sponsors van het festival onder druk moest zetten, raakten ze een gevoelig snaar bij Bruno De Lille. Hij dreigde er prompt mee de subsidies voor Couleur Café te laten schrappen als Beenie Man zou optreden. De organisatoren kozen eieren voor hun geld en cancelden hun topact.

Toch werd Bruno De Lille niet met pek en veren besmeurd zoals Ludo Helsen destijds. Nochtans is zijn demarche veel verwerpelijker dan de wat onhandig gecommuniceerde waarschuwing van Helsen. Ze is om te beginnen op het randje van het ongrondwettelijke: in ons land is preventieve censuur verboden. Strikt gesproken heeft De Lille het optreden van Beenie Man niet verboden, maar zijn dreigement liet Couleur Café weinig keuze.

Bovendien ondergraaft De Lille de fundamenten van het cultuurbeleid door een verband te leggen tussen de inhoud van kunst en de subsidieerbaarheid ervan. Wanneer politici enkel nog overheidsgeld zouden stoppen in kunstenaars die 'maatschappelijk wenselijke' of 'politiek correcte' meningen verkondigen, dan verwordt cultuurbeleid tot pure overheidspropaganda. Laat dan Gust De Meyer maar komen en schaf de cultuursubsidies maar meteen af.

Mag dan niemand de homofobe Beenie Man een halt toeroepen? Natuurlijk wel. Maar dat doet de cultuursector - organisatoren, pers en publiek - zelf op een erg efficiënte manier. Door aan randdebielen van zijn slag duidelijk te maken dat er op onze podia niet wordt opgeroepen om homo's in elkaar te slaan, bijvoorbeeld. En wanneer hij toch zijn gif zou spuien, dan is er nog altijd het gerecht. Dat kan zich op genoeg wetten beroepen om Beenie Man te doen veroordelen.

Hopelijk heeft De Lille de doos van Pandora niet geopend. Nee, soms doen politici het goede door... niets te doen en de samenleving zelf met haar demonen te laten worstelen.

Karl van den Broeck

Onze partners