18/01/13 om 13:48 - Bijgewerkt om 13:48

'Het is slecht gesteld met onze kennis van statistiek'

Met cijfers kan je mensen makkelijk op het verkeerde been zetten. Dat leidt tot tal van misinterpretaties in de gezondheidszorg.

'Het is slecht gesteld met onze kennis van statistiek'

"Met statistiek kun je alles bewijzen" is een klassieker, maar "met cijfers kan je mensen makkelijk op het verkeerde been zetten" drukt beter uit waarover het gaat. Het omgaan met cijfers zit niet in ons brein verankerd zoals dit met woorden wel het geval is. De uitspraak "roken is slecht voor de gezondheid" bevat minder informatie dan "rokers leven gemiddeld 7 jaar minder lang dan niet-rokers".

"Cholesterolverlagers zijn goed voor het hart" zeg je met woorden. Met cijfers klinkt het anders. Als 50-jarige gezonde en niet-rokende man heb je 2% kans om over het verloop van de volgende 10 jaar aan een hartziekte te overlijden. Neem je een cholesterolverlager, dan verlaagt dit risico tot 1.5%.

Het voordeel van cijfers is dat ze ons in staat stellen nauwkeuriger te preciseren wat we bedoelen. Met "gelettertheid" hebben we een Nederlands woord dat wijst op de kunde om met woorden om te gaan, maar de tegenhanger die naar het werken met cijfers verwijst is er bij mijn weten niet. In het Engels spreekt men over literacy en numeracy, taalvaardigheid en cijfervaardigheid.

Kennis bedroevend

Aan een representatieve steekproef van 1000 inwoners van de VS en van Duitsland werden enkele eenvoudige cijfervragen voorgelegd. U vindt ze terug in de publicatie"Statistical Numeracy for Health" van wetenschappers aan het Max Planck Institute for Human Development in Berlijn.

De Duitsers scoorden over het algemeen beter dan de Amerikanen. De vragen met de beste score, die toch nog in 15 à 20% van de gevallen fout beantwoord werden, waren de volgende: (1) Welk van de volgende cijfers wijst op het grootste risico om ziek te worden: 1%, 10% of 5%? (2) Als de kans om ziek te worden 10% is, hoeveel mensen uit een groep van 1000 verwacht je ziek te zullen worden? Werken met breuken was ook niet bepaald schitterend: 25% van de deelnemers wisten niet welke van de volgende drie breuken het grootst was: 1/10, 1/100 of 1/1000.

Ronduit bedroevend was het antwoord op de vraag hoeveel procent 1/1000 is. Slechts 24% van de Amerikanen en 46% van de Duitsers gaven een correct antwoord.

Niets is zeker

Cijfervaardigheid heeft zo zijn belang in het dagelijks leven, en zeker in de gezondheidszorg waar in gesprekken tussen artsen en patiënten nogal wat met cijfers gegoocheld wordt. In een Europese studie overschatten 92% van de vrouwen het nut van mammografie screening. 27% van de ondervraagde Britse vrouwen dachten dat dankzij het screenen van 1000 vrouwen er 200 van de dood door borstkanker gered werden. Dit terwijl het in werkelijkheid gaat om 5 per 1000.

Gerd Gigerenzer van het Max Planck Institute, een autoriteit in risicocommunicatie, pleit ervoor om reeds vanaf de lagere school de nadruk niet zozeer te leggen op de wiskunde van zekerheid (2+2=4) maar eerder op de wiskunde van onzekerheid (2+2=3à5). Benjamin Franklin wist het ook al: niets is zeker, behalve belastingen en de dood.

Hans Van Brabandt, directeur www.cebam.be

Onze partners